Toelaatbaarheid gunningscriteria en beoordeling inschrijving III (week 1)

De voorzieningenrechter gaat niet mee in de stelling van eiser dat gunningscriterium 1 in feite een geschiktheidseis is. Voorts is niet gebleken van een onjuiste (wijze van) beoordeling. Al zou er sprake zijn van een onjuiste beoordeling, dan staat vast dat eiser nimmer aan het aantal punten zou zijn gekomen dat benodigd is om de opdracht (mede) gegund te krijgen. (Voorzieningenrechter Rechtbank Gelderland 15 december 2017, nr. C/05/329019 / KG ZA 17-557, ECLI:NL:RBGEL:2017:6695

Op 12 mei 2017 hebben de gemeenten een vooraankondiging van de Europese openbare aanbesteding "Openbare aanbesteding INK012 ambulante Wmo en Jeugdhulp 2018-2021" gepubliceerd. Op 26 juni 2017 is vervolgens de aanbesteding "Ambulante Wmo 2015 en Jeugdhulp" met kenmerk 17INK012 aangekondigd en hebben de gemeenten een offerteaanvraag gepubliceerd.

Bij voorlopige gunningsbeslissing van 26 oktober 2017 is door de gemeenten aan Multidag medegedeeld dat de opdracht niet aan haar is gegund. Bij brief van 31 oktober 2017 is de voorlopige gunningsbeslissing door de gemeenten van een nadere motivering voorzien door de opmerkingen die de beoordelaars op de inschrijvingen hebben aan Multidag kenbaar te maken.

Multidag vordert in deze kort gedingprocedure kort gezegd heraanbesteding dan wel herbeoordeling van haar inschrijving.

Wijze van beoordeling

Multidag legt aan de vordering ten grondslag dat de aanbestedingsprocedure zoals deze door de gemeenten is doorlopen niet rechtsgeldig is, omdat de inschrijvingen van de verschillende inschrijvers worden beoordeeld door een team van beoordelaars, zodat sprake is van een subjectieve beoordeling van de inschrijvingen die daardoor niet transparant is en in strijd is met de beginselen van het aanbestedingsrecht. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent als volgt. Een wijze van aanbesteden van diensten waarbij aangeleverde plannen en verstrekte informatie van inschrijvers worden beoordeeld door een team van deskundigen die punten toekennen en waarbij daarnaast een vergelijking wordt gemaakt tussen de verschillende inschrijvingen, is op zichzelf gebruikelijk bij aanbestedingsprocedures en niet zonder meer ongeoorloofd, mits duidelijk is aan de hand van welke criteria de beoordelingen zullen plaatsvinden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemeenten de wijze waarop de inschrijvingen van inschrijvers zullen worden beoordeeld voldoende objectief, concreet en transparant kenbaar heeft gemaakt, zodat de wijze van beoordelen die de gemeenten in deze aanbestedingsprocedure hebben gehanteerd in aanbestedingsrechtelijke zin toelaatbaar moet worden geacht.

Daarnaast heeft te gelden dat als Multidag van mening is dat de wijze waarop de beoordeling zou gaan plaatsvinden niet voldoende objectief en transparant zou zijn, zij dit tijdig aan de gemeenten had moeten laten weten.

Toelaatbaarheid gunningscriterium

Multidag heeft zich op het standpunt gesteld dat gunningcriterium 1 in strijd is met het aanbestedingsrecht, omdat dit criterium betrekking heeft op de inschrijver en niet op de inschrijving, waardoor dit criterium in wezen een geschiktheidseis is en geen gunningscriterium.

Gezien de aard van de diensten, te weten zorgverlening, moet het aanvaardbaar worden geacht dat de gemeenten in het kader van de prijs-kwaliteit verhouding inzicht willen krijgen in de kwaliteit van de door de inschrijvers geleverde diensten. Aannemelijk is dat de wijze waarop het criterium is vormgegeven, waarbij dat inzicht wordt verkregen door overlegging van behandel- en evaluatieplannen, op zichzelf een adequaat middel is om de kwaliteit te meten. Het enkele feit dat dit een beoordeling inhoudt van prestaties die de inschrijvers in het verleden hebben geleverd, maakt niet dat dit criterium als gunningscriterium ondeugdelijk is. Niet kan worden aangenomen dat gunningscriterium 1 niet deugt, omdat dit in feite een geschiktheidseis zou zijn.

Beoordeling inschrijving en puntenaantal

Voor het overige heeft Multidag bezwaar gemaakt tegen de inhoudelijke beoordeling van haar inschrijving en het puntenaantal dat de beoordelaars van de gemeenten in dat kader aan haar inschrijving hebben toegekend.

Multidag heeft in deze kort gedingprocedure niet benoemd op welke punten de beoordelingen die de beoordelaars van de gemeenten hebben verricht aperte onjuistheden en/of onbegrijpelijkheden bevatten. Dit had, gezien de beoordelingsvrijheid die de beoordelaars van de gemeenten toekomt, wel op haar weg gelegen. Bij gebreke van een nadere toelichting, kan niet worden vastgesteld welke onderdelen van de door de gemeenten uitgevoerde beoordelingen zo evident onbegrijpelijk of fout zouden zijn beoordeeld dat dit tot heraanbesteding dan wel herbeoordeling van de inschrijving zou moeten leiden. Daarbij komt dat is gebleken dat Multidag in het kader van haar inschrijving enkel de formulieren ten behoeve van gunningscriterium 1 heeft ingevuld en aan de gemeenten heeft verstrekt en dat zij de formulieren betreffende de gunningscriteria 2 tot en met 4 blanco heeft aangeleverd. Deze formulieren konden door de beoordelaars van de gemeenten daarom niet worden beoordeeld, waardoor aan Multidag voor deze criteria de minimale score 1 is toegekend. Vaststaat derhalve dat, zelfs al zou zij voor gunningscriterium 1 de grens van 540 punten hebben behaald, zij nimmer aan de totaalscore van 1185 zou zijn gekomen die benodigd is om de opdracht (mede) gegund te krijgen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

(IBR, 4 januari 2018)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl