Uitsluiting van andere inschrijvers (week 11)

De vraag is aan de orde of UWV a) de inschrijving van eiseres hoger had moeten beoordelen b) inschrijvers had moeten uitsluiten en haar als winnende inschrijver alsnog de opdracht moet gunnen, dan wel c) het beoordelingsteam moet vervangen en tot herbeoordeling moet overgaan of tot heraanbesteding. (Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 1 februari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1084)

Feiten en omstandigheden

Op 11 juni 2018 heeft het UWV de openbare Europese aanbesteding 'Geïntegreerd Beveiligingssystemen [nummer]' aangekondigd. Het systeem waarin zij in deze aanbesteding vraagt te voorzien, ziet op technische toegangscontrole (pasjessysteem met rechtenbeheer) en cameratoezicht, inbraakdetectie, intercom paniekknoppen en slagbomen. Het systeem is uitgevraagd als een dienst die “op afstand” ter beschikking wordt gesteld; Software as a Service (SaaS). Dit betekent dat de dienstverlener een platform heeft waarop de beveiligingssoftware draait. Inschrijvers moeten niet alleen dit platform aanbieden, maar ook de bestaande situatie overnemen en migreren naar de aangeboden oplossing zonder dat het bestaande systeem uitvalt.

In de Uitnodiging tot Inschrijving (UtI) staat dat de doelstelling van de aanbesteding is te komen tot één overeenkomst inzake de levering van een geïntegreerd beveiligingssysteem, waarbij de maximale duur van het gehele migratie traject maximaal 24 maanden is en waarbij ook een reductie van de TCO (Total Cost of Ownership) voorop staat.

Eiseres heeft tijdig ingeschreven voor de opdracht. In totaal zijn er zeven inschrijvingen ingediend. In een brief van 2 november 2018 heeft UWV aan eiseres meegedeeld dat zij niet voornemens is de opdracht aan haar te gunnen.

Kwaliteit

Vaststaat dat in deze aanbesteding kwaliteit zwaarder weegt dan prijs. Dat eiseres met haar lage prijs niet eerste is geworden is tegen deze achtergrond dan ook niet onbegrijpelijk. De reductie van de Total Cost of Ownership was niet de enige doelstelling binnen deze aanbesteding. Reeds hierom slaagt de stelling van eiseres dat de (belangrijkste) doelstelling van de aanbesteding niet is behaald, niet.

De voorzieningenrechter bepreekt– zo goed en zo kwaad als dat gaat in het licht van de geringe onderbouwing door eiseres van haar stellingen – de vier bezwaarpunten (met betrekking tot beschikbaarheid resources, centralisatie, TVB matrix en concept SLA) die ter zitting aan de orde zijn geweest.

Conclusie van de voorzieningenrechter is dat de bezwaren van eiseres tegen de beoordeling van UWV niet slagen. Het lijkt erop dat zij haar inschrijving niet voldoende heeft uitgewerkt.

Uitsluiting

In onderdeel 4.4 van de algemene technische eisen staat: “De gebruikersinterface van ieder webgebaseerd systeem wordt ingesteld volgens de UWV-huisstijl van de website. Dit kan worden bereikt door het gebruik van zogenaamde stijlbladen. In paragraaf 7.11 van de eisen voor het Toegangscontrolesysteem (TCS) staat: Wijzigingen met betrekking tot toegangskaarten moeten binnen 1 seconde worden doorgevoerd in het hele systeem (met uitsluiting van latency van het netwerk)”.
Eiseres stelt dat tussenkomende partij en andere inschrijvers niet aan deze eisen voldoen.

De voorzieningenrechter volgt eiseres niet. Zoals UWV terecht aanvoert, heeft eiseres haar stelling alleen onderbouwd door te verwijzen naar haar eigen expertise op dit terrein. Zij substantieert niet. Zij heeft haar standpunt op geen enkele wijze onderbouwd met officiële productomschrijvingen of een testrapport of enig ander schriftelijk stuk. Alleen al hierom zal haar stellingname als onvoldoende onderbouwd ter zijde worden geschoven.

Beoordelingsteam

Eiseres vraagt zich af hoe tussenkomende partij haar informatie kwijt kon in een Plan van Aanpak van 12 pagina’s (of heeft zij meer pagina’s gebruikt?) en daarin ook nog een TVB matrix kon opnemen. De vraag rijst of wel een onpartijdige beoordeling heeft plaatsgevonden. Het is waarschijnlijk dat het beoordelingsteam niet heeft geoordeeld aan de hand van de aanbestedingsstukken, maar aan de hand van hetgeen zij positief vond. Dit is in strijd met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. Een nieuw onafhankelijk team moet aan de hand van de aanbestedingsstukken de inschrijvingen herbeoordelen, aldus steeds eiseres.

Ter zitting is door UWV en tussenkomende partij uitdrukkelijk betwist dat tussenkomende partij met meer dan 12 pagina’s heeft ingeschreven. Voorshands kan daar dan ook niet vanuit worden gegaan, nu van het tegendeel niets is gebleken. Ook overigens is in de (niet nader onderbouwde) stellingen van eiseres geen aanknopingspunt te vinden voor de gestelde voorkeursbehandeling van tussenkomende partij en de bevooroordeeldheid van het beoordelingsteam. Deze bezwaren van eiseres kunnen verder dan ook onbesproken blijven.

Gelet op het voorgaande is niet aannemelijk geworden dat sprake is geweest van een onbegrijpelijk beoordeling, dan wel evidente onjuiste beoordeling waardoor de beoordeling van eiseres hoger had moeten uitvallen, en evenmin dat andere inschrijvers hadden moeten worden uitgesloten. Tot slot zijn er geen aanwijzingen dat het beoordelingsteam partijdig was, ten gevolge waarvan dit moet worden vervangen en een nieuwe beoordeling moet plaatsvinden, dan wel dat aanbestedingsstukken moeten worden aangepast omdat die onduidelijk zijn en om die reden een heraanbesteding zou moeten plaatsvinden.

Van schending van het zorgvuldigheidbeginsel waar eiseres in het slot van haar pleitnota op doelt, lijkt geen sprake te zijn.

(IBR, 13 maart 2019)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl