Voldaan aan knock-out eisen? (week 3)

De vraag die door de voorzieningenrechter beantwoord dient te worden is of de inschrijving van Procesdeelnemer III voldoet aan de eisen die in de Vraagspecificatie zijn opgenomen. Partijen zijn het erover eens dat zit knock-out eisen zijn. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de inschrijving voldoet aan de eisen uit de Vraagspecificatie en dat er geen reden bestond om de inschrijving van Procesdeelnemer III terzijde te leggen. (Voorzieningenrechter Rechtbank Midden-Nederland 11 december 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:6028)

Feiten

ProRail B.V. (hierna: ProRail) heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de ‘Ontwikkeling, aanpassing en levering van Voelbare Plattegronden’. Deze voelbare plattegronden zijn bestemd voor reizigers met een visuele beperking, zodat zij met behulp van de zogenoemde thuisversie van de plattegrond een bezoek aan het station kunnen voorbereiden. Daarnaast is in de OV-servicewinkels van de stations een (grotere) plattegrond aanwezig.

Procesdeelnemer I heeft een aantal jaren geleden in opdracht van ProRail een voelbare plattegrond ontwikkeld voor de stations Amsterdam Centraal, Rotterdam Centraal, Den Haag Centraal en Utrecht Centraal. Volgens de Vraagspecificatie die ProRail heeft uitgebracht, is het doel van deze aanbesteding om de voelbare plattegrond te optimaliseren, voor 6 stations nieuwe plattegronden te ontwikkelen, voor 4 stations de bestaande plattegronden te updaten en het voorraadbeheer en verzending te beleggen vanaf 1 oktober 2019.

De gegadigden voor deze aanbesteding kregen na aanmelding de huidige, door Procesdeelnemer I ontwikkelde, thuisversie van de voelbare plattegrond (hierna: de thuisversie) toegestuurd en moesten bij hun inschrijving een eigen voorbeeldplattegrond indienen.

Procesdeelnemer I en Procesdeelnemer III hebben op deze aanbesteding ingeschreven en hebben in dat kader een voorbeeldplattegrond ingediend. ProRail heeft Procesdeelnemer I op 25 september 2019 laten weten dat zij voornemens is de opdracht aan Procesdeelnemer III te gunnen.

Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of de inschrijving van Procesdeelnemer III voldoet aan eisen die in de Vraagspecificatie zijn opgenomen. Partijen zijn het erover eens dat dit knock-out eisen zijn.

Beoordeling van het geschil

Procesdeelnemer I stelt zich op het standpunt dat uit de bewoordingen van de Vraagspecificatie (een voorbeeld is: ‘De huidige thuisversie wordt als voorbeeld verstrekt, inclusief legenda. Deze moet conform de scope en de eisen uit deze paragraaf worden geoptimaliseerd’) volgt dat de huidige thuisversie als uitgangspunt voor de optimalisatie als uitgangspunt had moeten worden genomen.

Procesdeelnemer I stelt dat Procesdeelnemer III de huidige thuisversie niet als uitgangspunt voor de optimalisatie heeft genomen, omdat haar voorbeeldplattegrond van ander materiaal is gemaakt dan de thuisversie en, anders dan de thuisversie, ook geen meervoudig reliëf bevat.

ProRail en Procesdeelnemer III stellen zich op het standpunt dat uit een objectieve lezing van de Vraagspecificatie volgt dat de voorbeeldplattegrond mag afwijken van de thuisversie. Volgens hen voldoet de inschrijving van Procesdeelnemer III wél aan de knock-out eisen van de Vraagspecificatie en was er geen aanleiding om de inschrijving van Procesdeelnemer III terzijde te leggen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat in de Vraagspecificatie is bepaald dat de thuisversie moet worden geoptimaliseerd conform de scope van de opdracht en de eisen uit paragraaf 3.5. In de Vraagspecificatie wordt onder meer het volgende vermeld:

  • ‘Vergroten verschillen in symbolen en belijning ten opzichte van de huidige plattegronden.
  • Alle plattegronden worden eenduidig uitgevoerd en maken gebruik van dezelfde legenda.
  • Geschreven en gesproken toelichting/handleiding ontwikkelen.
  • Steviger materiaal thuisversie dan de huidige versie (…).’

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had het Procesdeelnemer I, gelet op de eis dat de voorbeeldplattegrond van steviger materiaal moet zijn dan de thuisversie, als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat het is toegestaan om daarvoor ander materiaal dan de thuisversie te gebruiken.

Hetzelfde geldt voor het reliëf: er wordt alleen voorgeschreven dat het materiaal voldoende reliëf moet laten voelen, zodat het ‘leesbaar’ is. Er wordt niet als eis gesteld dat sprake moet zijn van meervoudig reliëf zoals Procesdeelnemer I dit in haar thuisversie heeft toegepast. Gelet hierop had het Procesdeelnemer I redelijkerwijs kunnen bergrijpen at ook andere vormen van reliëf zijn toegestaan. De stelling van Procesdeelnemer I dat de huidige thuisversie als uitgangspunt voor de optimalisatie als uitgangspunt moet worden genomen en dat het materiaal en het gebruikte reliëf van de voorbeeldplattegrond hetzelfde moet zijn als dat van de thuisversie, kan daarom niet slagen.

ProRail heeft gesteld dat uit de beoordeling van de beoordelingscommissie blijkt dat de voorbeeldplattegrond van Procesdeelnemer III aan de knock-out eisen van de Vraagspecificatie voldoet, uitgaande van de uitleg die aan de Vraagspecificatie moet worden gegeven. Dit is door Procesdeelnemer I op zich niet gemotiveerd betwist. Er was voor ProRail daarom geen aanleiding de inschrijving van Procesdeelnemer III terzijde te leggen. Dit betekent dat de vorderingen van Procesdeelnemer I zullen worden afgewezen.

(IBR, 15 januari 2020)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl