Voldoet raamovereenkomst met buitenlandse onderaannemer aan geschiktheidseisen (week 32)

Voor het voldoen aan de geschiktheidseisen bij de uitvoering van de raamovereenkomst heeft SecureLink Nederland in haar inschrijving verwezen naar een onderaannemer die daar wel aan voldoet. Motiv betwist dat. (Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 1-8-2018, C/09/554056 / KG ZA 18-551, ECLI:NL:RBDHA:2018:9287)

Feiten

Op 8 september 2017 heeft de Politie de Selectieleidraad voor de Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure "Technische Informatiebeveiliging" gepubliceerd. Het doel van de aanbestedingsprocedure is het sluiten van een raamovereenkomst voor het leveren, onderhouden en implementeren van beveiligingscomponenten en aanverwante diensten, die de (landelijke) technische informatiebeveiliging van de Politie kan continueren en verder kan ontwikkelen aan de hand van nieuwe functionaliteiten en beveiligingsoplossingen.

In ieder geval hebben Motiv en SecureLink Nederland tijdig een inschrijving ingediend. Voor het voldoen aan de geschiktheidseisen bij de uitvoering van de raamovereenkomst heeft SecureLink Nederland in haar inschrijving verwezen naar de vennootschap naar vreemd recht SecureLink Sweden AB (hierna 'SecureLink Sweden') als onderaannemer. SecureLink Sweden heeft een Partnership met Check Point en beschikt over personeel dat door Check Point is gecertificeerd. Op 9 mei 2018 heeft de Politie haar gunningsbeslissing meegedeeld en vermeld dat de Politie voornemens is om de opdracht te gunnen aan SecureLink Nederland BV.

Motiv vordert het gunningsvoornemen in te trekken, de inschrijving van SecureLink ongeldig te verklaren en de opdracht te gunnen aan Motiv. Op grond van de aanbestedingsstukken dient iedere inschrijver (ook al) bij inschrijving te voldoen aan alle door de Politie gestelde eisen.

Op zichzelf worden in het PvE door middel van eis BK-E6, noch in andere aanbestedingsstukken, eisen gesteld voor wat betreft een partnership en/of certificering van personeel ten aanzien van fabrikanten/leveranciers van beveiligingscomponenten. Niet in geschil is echter dat om onderhoud en support te kunnen verrichten met betrekking tot de, van de Installed Base deel uitmakende, producten van Check Point een partnership met Check Point en Check Point-gecertificeerd personeel nodig is, omdat Check Point dat vereist. SecureLink Nederland kan daaraan zelf niet voldoen en doet in verband daarmee - in onderaanneming - een beroep op SecureLink Sweden, ten aanzien van welke entiteit vaststaat dat zij een partnership heeft met Check Point en beschikt over personeel dat Check Point-gecertificeerd is, zodat zij (SecureLink Sweden) onderhouds- en supportwerkzaamheden kan verrichten met betrekking tot producten van Check Point. Op grond van vorenstaande treft het bezwaar van Motiv tegen de inschrijving van SecureLink Nederland betreffende het ontbreken van een partnerschip met Check Point en Check Point-gecertificeerd personeel geen doel en moet ervan worden uitgegaan dat SecureLink Nederland voldoet aan eis BK-E6.

Anders dan Motiv moet worden geconcludeerd dat eis BK-E8 niet meebrengt dat al het bij de uitvoering van de opdracht betrokken personeel van SecureLink Nederland, waaronder begrepen het personeel van SecureLink Sweden, over een 'Nederlandse' verklaring omtrent gedrag, moet beschikken. Uit de stellingen van Motiv volgt dat haar onderhavige bezwaar enkel betrekking heeft op personeel van SecureLink Sweden dat wordt ingeschakeld bij de uitvoering van de opdracht. De Politie en SecureLink Nederland hebben gemotiveerd en onweersproken aangevoerd dat het personeel van SecureLink Sweden, waarop een beroep zal worden gedaan, op het moment van inschrijving beschikten over een Zweedse SUA-verklaring welke wordt afgegeven door de Zweedse geheime dienst na een onderzoek op strafbare feiten en andere persoonlijke omstandigheden. Volgens hen strekt het onderzoek dat vooraf gaat aan de verstrekking van een SUA verder dan een onderzoek dat voorafgaat aan de afgifte van een Nederlandse verklaring omtrent gedrag. Motiv heeft dit niet betwist. Daarmee gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat een SUA (meer dan) het Zweedse equivalent van een Nederlandse verklaring omtrent gedrag betreft.

Motiv stelt zich op het standpunt dat de inschrijving van SecureLink Nederland met het oog op het verrichten van onderhoud en support ten aanzien van Check Pointcomponenten niet voldoet aan eis COR-E5, aangezien in dat verband een beroep zal worden gedaan op personeel van SecureLink Sweden dat de Nederlandse taal niet machtig is. De Politie en SecureLink Nederland hebben gesteld dat in geval van onderhoud en/of support de Check Point-gecertificeerde engineer van SecureLink Sweden bij de uitvoering van de betreffende werkzaamheden op locatie steeds zal zijn vergezeld van een engineer van SecureLink Nederland, die - zo nodig - de communicatie zal voeren met de Politie. Daarmee moet worden aangenomen dat de communicatie tussen het rechtstreeks betrokken personeel (van de opdrachtnemer) met de Politie in het Nederlands plaatsvindt, ook indien personeel van SecureLink Sweden wordt ingezet. Daar komt bij dat de Politie respectievelijk SecureLink hebben aangevoerd dat de technische documentatie betreffende de beveiligingscomponenten ook in het Engels is opgesteld en dat met Check Point altijd in het Engels wordt gecommuniceerd.

Als laatste bezwaar voert Motiv aan dat SecureLink Nederland ter zake van het onderhoud en support met betrekking tot componenten van Check Point niet kan voldoen aan de in de SLA opgenomen maximale functiehersteltijd van vier uur - en daarmee niet aan eis A-E2 - nu SecureLink Nederland daarvoor een beroep doet op haar buitenlandse zusteronderneming SecureLink Sweden. Daar tegenover hebben de Politie en SecureLink Nederland gesteld dat onmiddellijk na de sluiting van het contract tussen SecureLink Nederland en de Politie Check Point-gecertificeerd personeel van SecureLink Sweden in Nederland zal worden gestationeerd bij SecureLink Nederland, dat in voorkomende gevallen direct kan worden ingezet. Motiv heeft dat niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist, zodat van de juistheid van die stelling zal worden uitgegaan.

Slotsom

De politie heeft op goede gronden kunnen concluderen dat de inschrijving aan de gestelde eisen voldoet. De Voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Motiv af.

(IBR, 8 augustus 2018)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl