We hielpen in een jaar al meer dan 150 mensen aan een baan

Minstens 1000 mensen bijscholen en aan het werk krijgen. Dat is het doel van het 1000-banenplan in Groningen. De deelnemers krijgen een opleiding en een baan in de bouw en techniek. In deze sectoren ontstaat werk na de aardbevingen in het gebied: er moeten versterkte en nieuwe gebouwen komen. Met het plan wordt onder andere sterk ingezet op social return. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met regionale partners en wordt de aanpak scherp gemonitord. 'Onze eerste resultaten stemmen ons trots', aldus Jan van der Ploeg, inkoopadviseur bij het deelplan Social return en inkoop. (januari 2019)

Duizend banen voor de Groningse arbeidsmarktregio

Provincie Groningen ziet dat de aardbevingen in het gebied problemen met zich meebrengen, maar ook kansen. In haar meerjarenplan toont Nationaal Coördinator Groningen (NCG) mogelijkheden om deze kansen te benutten. Het 1000-banenplan is één zo’n mogelijkheid. Het doel is om in januari 2022 1000 mensen uit de regio aan een baan te helpen, onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij zet de NCG  in op social return. Mede dankzij een doeltreffend monitoringssysteem verloopt de uitvoering van social return zo professioneel mogelijk.

Bijzonder

Het plan behelst grootschalige samenwerking met verschillende (sociale) partners, aanbestedende diensten en de arbeidsmarkt.

Voordelen

  • Contact leggen, samenwerken en kennisdelen in de gehele regio.
  • Een toegankelijk en overzichtelijk monitoringssysteem.
  • Snelle investering in de arbeidsmarktregio en Social Return on Investment (SROI).

Nadelen

  • Het opbouwen van netwerken duurt langer dan verwacht.
  • Uitstel van de financiering voor het plan vanuit de overheid zorgde voor uitstel van de werkzaamheden.

De uitdaging: 2 regionale problemen

‘Het 1000-banenplan pakt meerdere regionale problemen tegelijk aan’, vertelt Van der Ploeg. ‘Arbeidsregio Groningen kent een relatief hoge werkloosheid en een groot aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Werkgevers kunnen voldoen aan hun social return verplichting als zij die mensen in dienst nemen, maar de kennis hierover ontbreekt soms.’ Een andere probleem in het gebied is de kwetsbaarheid voor aardbevingen. ‘Veel woningen moeten hersteld worden en er zijn nieuwe, aardbevingsbestendige huizen nodig. Dat vereist arbeid. Met het 1000-banenplan willen we mensen uit de regio mee laten werken aan deze verstevigingsopgave. Zo profiteren werkgevers, werkzoekenden én bewoners.’

De aanpak: een tweeledig succesverhaal

Het 1000-banenplan richt zich op het realiseren van 1000 banen vóór 2022. Het is een krachtenbundeling van samenwerkingsverband Werk in Zicht, de 10 aardbevingsgemeenten, de provincie Groningen, NCG, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), VNO-NCW, Bouwend Nederland, MKB-Noord en FNV. Ook vereist het samenwerking tussen onderwijsinstellingen en onderzoeksinstanties, werkgevers en werkzoekenden. Samen werken zij aan de invulling en uitwerking van het 1000-banenplan.

Aanbestedingen in beeld

‘Het 1000-banenplan bestaat uit 2 onderdelen’, zegt Van der Ploeg. Het eerste onderdeel richt zich op de bouw- en techniekinkoop in de regio. ‘We zorgen ervoor dat we toekomstige aanbestedingen van publieke partijen in beeld krijgen. Deze aanbestedingen verwerken we tot een regionale aanbestedingskalender, die we vervolgens publiceren. Zo kunnen lokale ondernemers zich goed voorbereiden op aankomende aanbestedingen. We gaan met de ondernemers in gesprek en kijken of er voldoende gekwalificeerde medewerkers zijn die na gunning ingezet kunnen worden. Ook kijken we of en hoe de deelnemers (de werknemers) bij deze aanbestedingen kunnen meetellen voor de social return verplichting.’ Eric Wams, projectleider bij Werk in Zicht (arbeidsmarktregio Groningen) vult aan: ‘In de toekomst geven opdrachtnemers aan of er voor de aanbestedingen extra personeel nodig is. En zo ja, op welke vlakken en hoeveel precies. Vanuit het 1000-banenplan kijken wij vervolgens of we dat personeel onder de deelnemers kunnen vinden en welke opleidingsmogelijkheden bepaalde werkzaamheden bieden.’

Klaarstomen voor de arbeidsmarkt

Deelnemers opleiden en klaarstomen voor de arbeidsmarkt is het tweede onderdeel van het plan. ‘We leiden werkzoekenden op en bemiddelen voor hen met werkgevers in de bouw’, stelt Van der Ploeg. ‘We willen graag zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk krijgen. Waar mogelijk kunnen de deelnemers door de opdrachtnemer worden meegerekend voor de social return verplichting.’ Door social return bij het 1000-banenplan te betrekken, is de inkoop van de opdrachten aantrekkelijker. ‘Elke deelnemer van het 1000-banenplan mag meetellen voor de social return verplichting. Dit is een extra stimulans voor werkgevers om ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen.’

Scherpe monitoring

Niet alle deelnemers van het 1000-banenplan worden door bedrijven ingezet om aan de social return verplichting te voldoen, ‘bijvoorbeeld als de deelnemer wordt ingezet op een niet-publiek project, of bij werkgevers die geen social-returnverplichtingen hebben’ stelt Wams. ‘Ook is het mogelijk dat opdrachtnemers op een andere manier dan het 1000-banenplan invulling geven aan social return.’ Mede hierdoor is goede monitoring vereist. Het moet overzichtelijk blijven wie de kandidaten zijn en waar zij terechtkomen. ‘Monitoring van de invulling van social return is ook belangrijk in het kader van contractmanagement en het blijven volgen van de kandidaten.’ Wordt een aanbesteding gegund, dan plaatst de opdrachtgever deze met de waarde van de social return in het monitoringssysteem. Vervolgens brengt Coördinatiepunt Social Return de opdrachtgever en de opdrachtnemer samen. Van der Ploeg: ‘De opdrachtnemer ontvangt hierover een bericht. Hij kan vervolgens aangeven welk soort kandidaat hij opvoert en dan wordt automatisch de waarde berekend. De opdrachtnemer en opdrachtgever kunnen dan zien in welke mate hij aan de social return verplichtingen voldoet. Zo wordt de voortgang van de social return verplichting bijgehouden.’ Aan elk project koppelen 3 partijen allemaal één verantwoordelijke voor die monitoring. ‘Het monitoringssysteem verbindt bij elk aanbesteed bouwproject de inkoper, de opdrachtnemer en de werkpleinen in de regio met elkaar.’ De werkpleinen ondersteunen in het vinden van kandidaten, en voorzien in informatie over wet- en regelgeving en over de inzet van social return, vertelt Wams. ‘Ook kunnen coördinatoren van de werkpleinen bijsturen of advies geven. En ondertussen kan iedereen, ook de inkoper, toezien op de voortgang.’

Het resultaat: in volle vaart vooruit

Inmiddels zijn er al meer dan 150 mensen aan een baan geholpen via het 1000-banenplan. ‘En die 1000 gaan we zeker halen’, zegt Wams. ‘In het begin was het lastig: het opstarten van de samenwerking tussen zoveel partijen kost tijd. Ook werd de financiering van de overheid pas in maart officieel vastgesteld. Dit betekende dat we in de beginfase minder mensen konden bijscholen – en dat had weer impact op de ondernemers, die wel personeel nodig hadden om verder te kunnen. Maar nu kunnen we in volle vaart vooruit.’ Van der Ploeg: ‘Alle partijen willen hier iets moois van maken. En kunnen elkaar steeds makkelijker vinden.’ Eén verklaring voor het succes is dat lokale problemen lokaal worden opgelost. ‘We hebben er goed aan gedaan om met partijen uit de regio samen te werken. Vaak kennen ze elkaar al en anders kunnen ze elkaar leren kennen. Hun bekendheid met elkaar en de regio vergemakkelijkt de onderlinge communicatie, wat het verloop van projecten altijd ten goede komt.’

Geleerde lessen en tips

Met welke aandachtspunten moet je rekening houden bij de inzet op social return?

  • Zoek contacten met andere partijen die invulling (willen) geven aan social return. Een regionale samenwerking biedt ook kansen voor de toekomst.
  • Breng met alle relevante partijen in beeld welke organisatie een bijdragen kan leveren aan social return – en maak dat overzicht zichtbaar.
  • Zorg ervoor dat alle partijen samen een groter, gezamenlijk doel nastreven. Dan verloopt de samenwerking beter en worden de doelen eerder gehaald.
  • Laat de afdeling Inkoop al vanaf het begin aanhaken en verbindingen tot stand brengen. Dan kunnen werkgevers meteen informatie krijgen over de mogelijkheden om te voldoen aan de social-returnverplichting.
  • Een goed registratie- en monitoringsysteem helpt enorm. Dit maakt de opvolging van de gemaakte afspraken over social return inzichtelijk. Zo kunnen de resultaten makkelijker beoordeeld en besproken worden.
  • Blijf altijd gaan voor soepele communicatie tussen opdrachtgever, opdrachtnemer en de werkpleinen. Dit is essentieel voor een goed verloop van de uitvoering.
  • Zorg voor een overzicht van toekomstige aanbestedingen. Dat vergemakkelijkt het gesprek met sociale partners en opleidingsinstituten over het realiseren van duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

Meer informatie

1000-Banenplan  op werkinzicht.nl