Methodieken vaststellen abnormaal lage inschrijving

Bij een abnormaal lage inschrijving of te wel de vloek van het winnende aanbod heeft de winnende inschrijver zijn inschrijfprijs te laag geraamd voor de noodzakelijke werkzaamheden. Er zijn drie methodieken om betrouwbaar een abnormaal lage inschrijving vast te stellen. 

Relatieve methodiek

De relatieve methodiek signaleert abnormaal lage inschrijvingen door de percentuele afwijking van de prijs van de winnende inschrijving met de gemiddelde inschrijfprijs, de een na laagste of een op andere benchmark gebaseerde ingediende prijs vast te stellen. Bij een sterke afwijking van de gemiddelde prijs, geeft u een indicatie van een abnormaal lage inschrijving. Deze methodiek heeft als voordeel dat marktcondities meegenomen worden in de identificatie. De relatieve methodiek biedt inschrijvers echter ook de ruimte manipulatief in te schrijven. Daarom zult u voor de relatieve methodiek een minimum aantal inschrijvers moeten ontvangen om enig waarde aan de uitkomst te kunnen hechten.

Inschrijver 1: prijs 25.000, afwijking 5%
Inschrijver 2: prijs 27.500, afwijking 13%
Inschrijver 3: prijs 30.000, afwijking 21%
Inschrijver 4: prijs 17.000, afwijking -39%
Inschrijver 5: prijs 22.500, afwijking -6%
Inschrijver 6: prijs 20.000, afwijking -19%|
Gemiddelde prijs: 23.833

Stel u heeft een intern beleid opgesteld waarin u vast heeft gesteld dat u bij afwijkingen tussen de 15% en 35% van de gemiddelde prijs deze optioneel onderzoekt en bij afwijkingen groter dan 35% dit altijd doet, dan kunt u besluiten om inschrijver 6 te onderzoeken en zult u inschrijver 4 zeker moeten onderzoeken. Natuurlijk bent u altijd vrij om ook de andere inschrijvers te onderzoeken.

Absolute methodiek

De absolutie methodiek signaleert abnormaal lage inschrijvingen door de percentuele afwijking van de prijs van de winnende inschrijving met uw raming vast te stellen. Dit betekent dat u altijd, ongeacht het aantal inschrijvingen, deze methodiek kunt gebruiken. Een goede raming is dan wel noodzakelijk. Zo zult u moeten weten en begrijpen wat u uitvraagt, welke oplossingen hiervoor in de markt aanwezig zijn en welke marktprijzen hiervoor gelden.

Inschrijver 1: prijs 25.000, afwijking 16%
Inschrijver 2: prijs 27.500, afwijking 24%
Inschrijver 3: prijs 30.000, afwijking 30%
Inschrijver 4: prijs 17.000, afwijking -24%
Inschrijver 5: prijs 22.500, afwijking 7%
Inschrijver 6: prijs 20.000, afwijking -5%|
Raming: 21.000

Onderzoekt u opnieuw optioneel een inschrijving bij een afwijking tussen 15% en 35% en altijd bij een afwijking van meer dan 35%, dan valt alleen inschrijving 4 op en kunt u besluiten deze inschrijving te onderzoeken.

Gemengde methodiek

Bij een gemengde methodiek gebruikt u zowel de relatieve als de absolute methodiek als mathematisch criteria om vast te stellen of er mogelijk sprake is van een abnormaal lage inschrijving. In Nederland hanteert Rijkswaterstaat een gemengde methodiek. Een winnende inschrijving met een prijs 20% lager als de nummer 2 en een winnende inschrijving met een prijs 50% lager als de raming van Rijkswaterstaat wordt deze onderzocht. 

Terug naar Abnormaal lage inschrijving(en)