Uitsluiting, verificatiedocumenten niet tijdig ingediend (week 41)

De combinatie is terecht van de aanbesteding uitgesloten, omdat zij de gevraagde verificatiedocumenten niet tijdig heeft ingediend bij de aanbestedende dienst. De combinatie heeft daardoor geen belang bij de door haar ingestelde vorderingen. (Voorzieningenrechter Rechtbank Oost-Brabant 2 oktober 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5174)

Feiten en omstandigheden

De Stichtingen hebben op 24 maart 2017 een aankondiging gepubliceerd en op 28 maart 2017 gerectificeerd voor de aanbesteding van 'Touringcarvervoer en Pakketreizen'. De Stichtingen worden in de aanbesteding vertegenwoordigd door het Summa College.

De Combinatie heeft op 9 mei 2017 tijdig op de aanbesteding ingeschreven. De Combinatie heeft per e-mailbericht van 8 juni 2017 bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de Stichtingen om te gunnen aan Munckhof. Zij stelt dat Munckhof in een andere aanbesteding (SOML en OGVO) een EAU niet naar waarheid heeft ingevuld en daarmee in principe niet door de gestelde criteria kan komen. Zij verzoekt om een kopie van de door Munckhof ingevulde UEA. Bij e-mailbericht van 14 juni 2017 hebben de Stichtingen medegedeeld dat zij geen inzicht geven in het UEA document van Munckhof, aangezien die informatie vertrouwelijk is. Voorts hebben zij meegedeeld dat de documenten die Munckhof heeft aangeleverd geen aanleiding voor de aanbestedende dienst hebben gevormd om te concluderen dat Munckhof niet zou voldoen aan de geschiktheidseisen die voor deze aanbestedingsprocedure gelden of dat op Munckhof een uitsluitingsgrond van toepassing zou zijn. Voorts hebben de Stichtingen meegedeeld dat de Combinatie de gevraagde documenten om in aanmerking te komen voor de wachtkamerconstructie van perceel 3 uiterlijk 18 juni 2017 per mail dient in te dienen.

Uitsluiting

Vast staat dat de Stichtingen de Combinatie bij brief van 8 juni 2017 hebben laten weten dat de Combinatie in aanmerking komt voor de zogenaamde wachtkamerconstructie voor perceel 3. In die brief hebben de Stichtingen de Combinatie tevens gevraagd om uiterlijk op 18 juni 2017 een gedragsverklaring aanbesteden en een verklaring van de belastingdienst te uploaden. Het verzoek om deze documenten in te dienen hebben de Stichtingen herhaald bij hun e-mailberichten van 14 juni 2017 en 22 juni 2017, waarbij de Stichtingen in de laatste e-mail nadrukkelijk de sanctie van uitsluiting hebben genoemd indien de documenten niet tijdig worden aangeleverd vóór 26 juni 2017 om 17.00 uur.

Niet in geschil is dat de Combinatie de betreffende verificatiedocumenten eerst op maandag 21 augustus 2017 aan de Stichtingen heeft doen toekomen. De Stichtingen hebben de Combinatie daarom van de aanbesteding voor alle drie de percelen uitgesloten.

De Combinatie heeft in dit verband aangevoerd dat zij het aanbestedingsdocument aldus mocht uitleggen dat de Stichtingen enkel de inschrijving van de als eerste gerangschikte inschrijver tijdens de standstill periode zouden verifiëren. Dit verweer faalt. Niet alleen mocht een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver uit de tekst van het bepaalde in paragraaf 1.2.6. van het aanbestedingsdocument reeds afleiden dat óók de inschrijver die als tweede in ranking was geëindigd, de hierbedoelde bewijsstukken diende te overleggen, omdat onder "de inschrijver aan wie het voornemen tot gunning is uitgesproken" logischerwijs eveneens dient te worden begrepen, de inschrijver aan wie de wachtkamerovereenkomst is aangeboden. Aannemelijk is dat de betreffende aanbestedende dienst ook ten aanzien van de partij met wie zij voornemens is een wachtkamerovereenkomst te sluiten, wil verifiëren of geen uitsluitingsgronden op die partij van toepassing zijn. Maar ook als zou moeten worden aangenomen dat het voor de Combinatie onduidelijk was òf en welke documenten zij moest aanleveren (in welk geval het op de weg van de Combinatie had gelegen daarover tijdig vragen te stellen aan de Stichtingen, hetgeen zij heeft nagelaten) dan hebben de Stichtingen in ieder geval in hun e-mailberichten van 8 juni 2017, 14 juni 2017 en 22 juni 2017 aan de Combinatie kenbaar gemaakt wanneer (op straffe van uitsluiting) welke documenten dienden te worden ingediend.

Nu voor de Combinatie op grond van het aanbestedingsdocument en de gevoerde correspondentie met de Stichtingen volstrekt helder had moeten zijn dat de betreffende documenten uiterlijk 26 juni 2017 om 17.00 uur hadden moeten worden ingediend, hebben de Stichtingen de Combinatie, nu zij hieraan niet heeft voldaan, terecht van de aanbesteding uitgesloten. Dat de termijn van 10 dagen voor het indienen van de betreffende documenten in dit geval niet aan de Combinatie kan worden tegengeworpen volgt de voorzieningenrechter niet.

Dit betekent dat de Combinatie geen rechtens te respecteren belang (meer) heeft bij haar vorderingen tot inzage in de door Munckhof Taxi en Munckhof Reizen ingevulde Eigen Verklaring, althans het UEA-formulier, haar vorderingen die gericht zijn op het uitsluiten van Munckhof van de onderhavige aanbesteding en het gunnen van de opdracht aan de Combinatie. Evenmin heeft zij belang bij haar vordering de Stichtingen te gebieden de inschrijvingen op transparante wijze te beoordelen. Hieruit volgt dat het vele andere door partijen gestelde geen bespreking meer behoeft.

(IBR, 11 oktober 2017)

Lees voor nuancering de volledige uitspraakAfbeelding externe link op rechtspraak.nl