Marktbeschrijving GWW

Toon pagina in menu

De inkoop- en aanbestedingspraktijk binnen de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) vertoont specifieke kenmerken. Ruim 80% van de totale omzet binnen de GWW is afkomstig van overheidsopdrachten. Daarnaast zijn speciale sectorbedrijven, zoals ProRail, Tennet, Schiphol, NAM en havenbedrijven belangrijke opdrachtgevers binnen deze sector. Onder Burger- & Utiliteitsbouw (B&U) vallen de deelsectoren algemene bouw & projectontwikkeling en gespecialiseerde bouw, zoals scholen of wijkvoorzieningen. 

Typering aanbieders

In de GWW en B&U sector zijn veel eenmanszaken actief (zie tabel). In vergelijking met 2007 is het aantal eenmanszaken flink toegenomen. In de GWW is deze het grootst met een toename van 32%. Tevens zijn in de GWW-sector relatief meer grote bedrijven actief dan in de andere deelsectoren. 

Aantal bedrijven
(juli 2015)

  TotaalEenmanszakentot 10 werknemers*meer dan 250 werknemers
Algemene bouw en projectontwikkeling60.04552.260 (87%)58.680 (97%)20 (0,03%)
Grond-, wateren- en wegenbouw 7.170 5.455 (76%) 6.730 (93%)35 (0,5%)
Gespecialiseerde bouw80.19563.690 (79%)77.275 (96%)45 (0,05%)

* = inclusief eenmanszaken
Bron: CBS

De winstgevendheid van de 50 grootste bouwondernemingen in Nederland nam in 2015, voor het eerst sinds jaren, weer toe. 38 van de 50 bouwers zag hun winst toenemen. Slechts 4 bedrijven leden verlies. De gemiddelde winstmarge steeg van 1,86% (2014) naar 2,74% (2015). De baggeraars Boskalis en Van Oord hadden ook in 2015 weer de beste resultaten.

De 15 grootste bouwondernemingen zijn: Koninklijke BAM Groep, Volker Wessels , Koninklijke Boskalis Westminster, Heijmans, van Oord, Heijmans, Strukton, TBI Holdings, , Dura Vermeer, Ballast Nedam, Van Wijnen Groep, Brihold, Aan de Stegge Verenigde Bedrijven, Joh. Mourik & Co. Holding, Van Gelder Groep, en Janssen de Jong Groep.

Overzicht 50 grootste bouwbedrijven (pdf)  op cobouw.nl

Vraag

De economische crisis van 2008 heeft de bouw zwaar getroffen. Vanaf 2009 daalden de omzetten, met als enige positieve uitzondering 2011. Deze daling werd onder meer veroorzaakt doordat de markt, particulieren en overheden minder opdrachten verstrekten. Door de lagere omzet stonden de winstmarges van de bedrijven onder druk. Sinds 2013 is het herstel van de omzet ingezet. In 2016 steeg de bouwproductie gestaag door. De nieuwbouw van woningen was de motor waardoor de B&U sector opleefde; de GWW sector herstelt nog niet. De ingenieursbureaus en installatiebureaus zijn inmiddels weer terug op de omzetwaarde van voor de crisis. Bij de overige bedrijven (architecten, bouwbedrijven) is de omzet in 2016 nog lager dan het niveau van voor de crisis.

Monitor Bouwketen najaar 2016  op ieb.nl

Prijsontwikkeling

Uit de inputprijsindex voor de GWW blijkt dat de inputprijzen zich herstellen. Uit de prijsindexcijfers van de productie van gebouwen blijkt dat de prijzen voor alle gebouwen sinds 2010 langzaam dalen.

GWW

De ontwikkeling van de inputprijzen in de GWW wordt op 8 deelgebieden bijgehouden. Deze 8 verklaren samen de totale ontwikkeling van de inputprijzen. Inputprijzen zijn de kosten die een ondernemer kwijt is aan personeel en materieel. Na de crisis in 2008 daalde de inputprijzen waarna deze zich weer herstelden. Door de hogere inputprijzen neemt de prijsdruk toe. De 8 deelgebieden van inputprijzen in de GWW zijn:

  • Wegen met openverharding
  • Wegen met gesloten verharding
  • Boven – ondergrondse spoorwegen
  • Bruggen en tunnels
  • Werken voor vloeistoffen
  • Waterbouwkundige werken
  • Bouwrijp maken van terreinen
  • Elektrische installaties 

Uitwerking verloop inputcijfers GWW  op statlinecbs.nl

B&U

Nieuwbouw en overige bouw kunnen elk worden onderverdeeld in woningen en overige gebouwen. Overige gebouwen kunnen vervolgens worden opgedeeld in marktsector en budgetsector. Na een piek in 2010 zijn de prijzen voor alle gebouwen langzaam aan het dalen. Het prijspeil in 2013 is gelijk aan het jaar 2007.

Prijsindexcijfers van de productie van gebouwen  op statline.cbs.nl

Trends

  • Beste prijs-kwaliteitverhouding (voorheen:EMVI) en geïntegreerde contracten worden steeds gebruikelijker.
  • Het rijk, provincies, gemeenten en waterschappen zetten gezamenlijk meer in op duurzaamheid.
  • Private investeerders hebben belangstelling in infrastructurele projecten, in het bijzonder de wegenbouw.
  • Door de toename van de publiek- private samenwerkingen verandert ook de keten. Bedrijven werken meer samen aan ontwerp of de planontwikkeling (voorwaartse integratie), of onderhoud en beheer (achterwaartse integratie).
  • Er vindt standaardisering plaats.
  • Grootschalige nieuwbouw in buitengebied maakt plaats voor kleinschalige (her-)bouw in binnenstedelijk gebied.
  • Individualisering leidt tot een meer diversiteit in vraag.

Kansen en bedreigingen

  • Professionele samenwerking tussen verschillende ondernemingen is steeds wenselijker. Een ruime meerderheid van de ondernemingen is ervan overtuigd dat een betere samenwerking leidt dat kwalitatief hoogwaardigere gebouwen. Een betere uitwisseling van ervaringen en kennis zou leiden tot een hogere kwaliteit en het verkleinen van de faalkosten.
  • Voor een onderneming kan het een uitdaging zijn zich te positioneren. Bijvoorbeeld de huisvestingsvraag, deze verandert mede door de vergrijzing. Hierdoor ontstaat er behoefte aan woonconcepten voor jonge koopkrachtige senioren en hoogkwalitatieve woonzorgvoorzieningen voor oudere senioren. Hiernaast vereist binnenstedelijk bouwen een nauwere samenwerking tussen de bouwpartijen, gemeenten en woningcorporaties.
  • Geïntegreerde contracten vereisen zowel van de marktpartijen als de opdrachtgever naats technische kennis meer juridische kennis.
  • Het gebruik en de toepassing van social media wordt steeds belangrijker en biedt kansen voor de positionering van marktpartijen.
  • Vergrijzing en ontgroening (= afname deelname jongeren) leiden zowel kwantitatief als kwalitatief tot schaarste op de arbeidsmarkt.
  • Hoge offertekosten in combinatie met een kleine kans op gunning zijn de belangrijkste reden waarom marktpartijen afzien van inschrijven op een aanbesteding. De offertekosten zijn hoger bij een beste prijs-kwaliteit aanbesteding. 

Branchevertegenwoordiging

De grootste brancheorganisaties binnen de GWW en B&U zijn Bouwend Nederland, MKB Bouw, MKB Infra, NL Ingenieurs, Vereniging van Waterbouwers en UNETO-Vni. Naast deze 6 zijn er ruim 40 andere brancheorganisaties actief. Het ondernemersplein.nl biedt hiervan een overzicht. Sommige brancheverenigingen zijn georganiseerd in federaties, zoals de Aannemersfederatie Bouw & Infra Nederland.

Bouwend Nederland  bouwendnederland.nl
Aannemersfederatie Bouw & Infra Nederland  aannemersfederatie.nl
MKB INFRA  mkb-infra.nl
MKBbouw  mkbbouw.nl
NL Ingenieurs  nlingenieurs.nl 
Het Ondernemersplein  ondernemersplein.nl
UNETO-Vni  uneto-vni.nl
Vereniging van Waterbouwers  waterbouwers.nl 

Netwerken in de GWW en B&U

In de GWW en B&U zijn verschillende netwerken en verenigingen actief. Sommige richten zich op het gebruik van een specifiek materiaal, zoals beton of staal. Andere richten zich op de vernieuwing van het algehele bouwproces.

De Bouwcampus  debouwcampus.nl (algemeen)
Captain Co-creation  captaincocreation.nu (jongeren)
Bouwen met staal  bouwenmetstaal.nl (staal)
Betonvereniging  betonvereniging.nl 
Neerlands Diep  neerlandsdiep.nl                                                           
Opdrachtgeversforum  opdrachtgeversforum.nl                                                     
Railforum  railforum.nl                                                                           
SBRCURnet  sbrcurnet.nl                                                                      
CROW  crow.nl                                                                                
Best Value Nederland  bestvaluenederland.nl                                                    
Incose  incose.nl