Beslissing over levering containers en garantieverplichtingen aangehouden (week 44)
Eisen| uitvoering opdracht | nakoming | ontbinding
Gemeenschappelijke regeling Cure vordert dat de rechtbank een overeenkomst voor het leveren van gebrekkige containers en/of het niet voldoen aan haar garantieverplichtingen tussen VConsyst en Cure gedeeltelijk ontbindt en dat de rechter voor recht verklaart dat VConsyst is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. De rechter zegt dat aan beide partijen de gelegenheid wordt gegeven om zich uit te laten over de aanvulling van rechtsgronden, waarbij Cure zich ook mag uitlaten over de aanvullende verklaring van de partijdeskundige van VConsyst. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol van 13 januari 2027. (ECLI:NL:RBOBR:2026:7520, Rechtbank Oost-Brabant, Datum uitspraak 28 oktober 2026, Datum publicatie 28 oktober 2026.)
Feiten en omstandigheden
Gemeenschappelijke regeling Cure vordert dat de rechtbank een overeenkomst tussen VConsyst en Cure gedeeltelijk ontbindt – voor wat betreft het deel van de overeenkomst dat ziet op de glascontainers en de eventueel nog af te nemen containers. Bovendien wil Cure dat de rechter voor recht verklaart dat VConsyst is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Cure uit hoofde van de overeenkomst door het leveren van gebrekkige containers en/of het niet voldoen aan haar garantieverplichtingen. De rechter zegt:
Gedeelde verantwoordelijkheid
“De rechtbank is van oordeel dat Cure en VConsyst in de context van de aanbesteding allebei een verbintenis hadden om de onduidelijkheid/tegenstrijdigheid te ontdekken, daarover met elkaar in overleg te treden en een passende oplossing af te spreken. De rechtbank neemt bij dit oordeel de maatstaf van 4.8 van het tussenvonnis en de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid in aanmerking. Hierbij is van belang dat Cure en VConsyst ervaren professionals zijn, ieder op het eigen terrein, en dat zij de materie (aanbestedingen, afvalverwerking en de voor het ophalen gehanteerde systemen) goed kennen. Cure en VConsyst zijn naar het oordeel van de rechtbank voorshands in de nakoming van die verbintenis allebei tekort geschoten. De verantwoordelijkheid voor een oplossing ligt niet meer of minder op het bord van Cure of VConsyst. Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid.”
Rechtbank beslist over twee standpunten
De rechtbank heeft de uitvoerige verklaringen van de partijdeskundigen over de oorzaken van de kettingbreuken en overige schade bestudeerd. De rechtbank zal daar zo nodig verder op ingaan in een later stadium. De rechtbank beslist al in dit stadium over twee standpunten.
(i) VConsyst vindt dat zij niet in verzuim is, omdat Cure geen ingebrekestelling heeft gestuurd met een laatste termijn voor nakoming en uitleg over de gevolgen als nakoming uitblijft. De rechtbank verwerpt dit standpunt omdat partijen gedurende vele maanden, zelfs een paar jaar, zeer uitvoerig overleg hebben gevoerd over de problematiek, waarbij VConsyst bij herhaling duidelijk is gemaakt dat Cure aandrong op nakoming op zo kort mogelijke termijn. Aan de eis van een ingebrekestelling, voor zover al van toepassing, is ruimschoots voldaan. De rechtbank verwijst ook naar het tussenvonnis onder 4.21.
( ii) VConsyst meent dat Cure geen belang heeft bij de gevorderde ontbinding omdat Cure heeft gekozen voor herstel. Hiermee heeft VConsyst het oog op de afspraken die tijdens de mondelinge behandeling zijn gemaakt. De rechtbank verwerpt dit standpunt omdat Cure bij het maken van die afspraken, zo heeft de rechtbank ook waargenomen, geen afstand heeft gedaan van haar rechten en haar standpunten in de procedure niet heeft prijsgegeven.
De analyse hiervoor betreft de glascontainers. De rechtbank geeft nog geen oordeel over de overige containers (restafval).”
Aanvullende verklaring
“De conclusie in dit stadium is dat aan beide partijen de gelegenheid wordt gegeven om zich uit te laten over de aanvulling van rechtsgronden, waarbij Cure zich ook mag uitlaten over de aanvullende verklaring van de partijdeskundige van VConsyst. Deze gelegenheid is niet bedoeld voor een herhaling van standpunten of voor nadere producties, anders dan, ter keuze van Cure, een aanvullende verklaring van de partijdeskundigen van Cure, uitsluitend als reactie op de aanvullende verklaring van de partijdeskundige van VConsyst. Als Cure zo’n productie overlegt, zal VConsyst daarop bij akte mogen reageren. Als Cure zo’n productie niet overlegt, dan wordt de zaak naar de rol verwezen voor vonnis. Als een partij bezwaar heeft tegen de akte van de wederpartij, wordt aan die partij verzocht onverwijld bij de rechtbank via een rolbericht het bezwaar kenbaar te maken onder verwijzing naar deze instructies.”
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol van 13 januari 2027.
VdLC publishers/consultants BV, 4 november 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl