Fundamentele gebreken bij aanbesteding (week 44)
Raamovereenkomst| laagste prijs | wezenlijke wijziging | abnormaal lage inschrijving
De gemeente Rotterdam heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de gunning van werkplek hardware en mobiele hardware. Dit is de zaak van Computacenter, Bechtle, Aces direct en Pro Warehouse. Aan de Aanbesteding kleven volgens de rechter fundamentele gebreken. Op zichzelf is het een redelijke wens van de gemeente om, gezien de huidige marktomstandigheden en het regelmatig snelle end of life raken van producten, flexibel te zijn. Daartoe heeft zij ook best ruimte, maar die ruimte gaat niet zo ver dat de mededinging en de belangen van de inschrijvers om te weten waar ze aan toe zijn, daar geheel voor moeten wijken. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe. (ECLI:NL:RBROT:2026:14726, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 23 oktober 2026, Datum publicatie 29 oktober 2026.)
Feiten en omstandigheden
De gemeente Rotterdam heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de gunning van een opdracht tot levering van werkplek hardware en een opdracht tot levering van mobiele hardware. De gemeente heeft het voornemen geuit om de opdrachten aan twee a partijen te gunnen. Dit is de zaak van Computacenter c.s., Bechtle, Aces direct en Pro Warehouse. Volgens hen is de aanbesteding om verschillende redenen fundamenteel gebrekkig. Computacenter c.s. vorderen daarom - kort gezegd - dat de aanbesteding wordt gestaakt, eventueel met heraanbesteding. Twee van de drie door Computacenter c.s. aangevoerde gronden slagen. Aan de aanbestedingsprocedure kleven fundamentele gebreken. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Computacenter c.s. toe. Het oordeel van de rechter:
Laagste prijs was toegestaan
“In dit geval heeft de gemeente gekozen voor de laagste prijs. Binnen de discretionaire vrijheid die de gemeente in dit kader heeft, was het haar toegestaan om te gunnen op basis van de laagste prijs en geen kwaliteitsaspecten in de gunningscriteria op te nemen. De gemeente heeft in het PVE, in samenhang met het prijzenformulier en de minimumspecificaties, uitgebreide eisen opgenomen waaraan de inschrijvers moeten voldoen. De gemeente heeft in de aanbestedingsstukken aangegeven geen meerwaarde te zien in partijen die het “beter/sneller/hoger” kunnen dan de eisen in het PVE. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente de keuze voor de laagste prijs als gunningscriterium voldoende gemotiveerd in de NVI’s (zie het antwoord op vraag 4 en vraag 334). Voldoende gebleken is dat de eisen die de gemeente in de PVE stelt al een duidelijk kwaliteitsniveau op uiteenlopende aspecten garanderen, zodat inschrijvingen die daaraan voldoen in zoverre kwalitatief gelijkwaardig zijn. Betere kwaliteit heeft voor de gemeente geen meerwaarde en behoeft dus niet mee te wegen. Van belang daarbij is dat het hier, zoals de gemeente heeft aangevoerd en ook niet wordt betwist, met name om het inkopen en weer doorverkopen van gestandaardiseerde hardware-producten gaat. De omstandigheid dat er redenen zijn aan te wijzen om te kiezen voor de beste prijs-kwaliteitsverhouding is, gelet op het voorgaande, onvoldoende om de keus voor het gunningscriterium laagste prijs als zodanig onacceptabel te achten.”
Uurtarief van € 0,01
“Niet betwist is dat Computacenter, Bechtle en Aces in de veronderstelling verkeerden dat bij het uurtarief waarmee werd ingeschreven voor de dienst plaatsing in installatie rekening moest worden gehouden met het minimumuurloon en dat ook hebben gedaan. Zij hoefden niet te begrijpen dat men ook met een inschrijving met een uurtarief van € 0,01 kon “wegkomen”. Een inschrijver kon er immers van uitgaan dat het aan de gemeente in rekening te brengen uurtarief in elk geval enig verband zou houden met het door de inschrijver aan zijn personeel te betalen uurloon. De gemeente heeft niet duidelijk in de aanbestedingsstukken tot uitdrukking gebracht dat het uurtarief daarvan geheel los kon staan (mits dat kon worden toegelicht, waarover hierna). Dat sommige inschrijvers de tekst wel hebben opgevat zoals de gemeente die heeft bedoeld doet aan deze onduidelijkheid niet af.
Ook de manier waarop de gemeente heeft beoordeeld of het uurtarief waarmee de winnende inschrijver heeft ingeschreven - een tarief van € 0,01 - niet abnormaal laag is, was voor de inschrijvers niet kenbaar. Vooropgesteld wordt dat het evident is dat een inschrijving met een dergelijke lage prijs een toelichting behoefde. Het is, naar tussen partijen ook vast staat, objectief onmogelijk om voor dit bedrag de bedoelde diensten kostendekkend te leveren. De gemeente heeft ter zitting verklaard dat zij de winnende inschrijvers om een toelichting heeft gevraagd om te kunnen beoordelen of het tarief niet abnormaal laag is. De toelichting die werd gegeven kwam er volgens de gemeente op neer dat ofwel sprake is van diensten die zijn inbegrepen in de normale service en dienstverlening bij levering van hardware ofwel dat deze verdisconteerd zijn in het opslagpercentage. Het was voor Computacenter c.s. niet voorzienbaar dat een dergelijke uitleg zou volstaan. Het bestaan van deze post veronderstelt immers dat het om extra werkzaamheden gaat, die normaliter tegen betaling worden aangeboden.
Conclusie
Aan de Aanbesteding kleven fundamentele gebreken. Op zichzelf is het een redelijke wens van de gemeente om, gezien de huidige marktomstandigheden en het regelmatig snelle end of life raken van producten, flexibel te zijn. Daartoe heeft zij ook best ruimte, maar die ruimte gaat niet zo ver dat de mededinging en de belangen van de inschrijvers om te weten waar ze aan toe zijn daar geheel voor moeten wijken.
VdLC publishers/consultants BV, 4 november 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl