Gemeente moet tot heraanbesteding overgaan (week 44)
Loting | opties | raamovereenkomst | marktconformiteit
Volgens [eiseres] is de aanbesteding voor ICT Harware van de gemeente Rotterdam om verschillende redenen fundamenteel gebrekkig. Geen van de door [eiseres] aangevoerde gronden kan volgens de rechter haar vorderingen dragen. Dat betekent dat haar vorderingen worden afgewezen. In twee parallelle kortgedingprocedures over de Aanbesteding, ingesteld door andere inschrijvers, wordt echter ook vonnis gewezen. In die procedures is, op grond van andere gronden dan door [eiseres] aangevoerd, geoordeeld dat sprake is van fundamentele gebreken in de aanbestedingsprocedure en wordt beslist dat de aanbestedingsprocedure gestaakt moet worden en dat de gemeente, desgewenst, tot heraanbesteding dient over te gaan. (ECLI:NL:RBROT:2026:14720, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 23 oktober 2026, Datum publicatie 28 oktober 2026.)
Feiten en omstandigheden
De gemeente heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de gunning van een opdracht tot levering van werkplek hardware (perceel 1) en een opdracht tot levering van mobiele hardware (perceel 2). De gemeente beoogt met deze Overeenkomst partijen te contracteren die merkonafhankelijk ICT-hardware artikelen kunnen leveren, gevraagd en ongevraagd advies geven en service verlenen over nieuw aan te schaffen ICT-hardware. De Aanbestedende Dienst wordt via de uiteindelijke Opdrachtnemer(s) op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen op het gebied van ICT-hardware. [eiseres] heeft op beide percelen inschrijvingen ingediend. De gemeente heeft, na loting, het voornemen geuit om de opdrachten voor wat betreft perceel 2 (de mobiele hardware) niet aan [eiseres] te gunnen. [eiseres] kan zich hier niet in vinden. Volgens [eiseres] is de aanbesteding van perceel 2 om verschillende redenen fundamenteel gebrekkig. [eiseres] vordert daarom - kort gezegd - de aanbesteding voor wat betreft perceel 2 te staken. De gronden die [eiseres] aan haar vorderingen ten grondslag legt kunnen haar vorderingen niet dragen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af. Het oordeel van de rechter:
Loting was toegestaan
“Loting is op zichzelf niet verboden. Loting is toegestaan zolang zij is voorafgegaan door een vergelijkende beoordeling, zodat daadwerkelijk gelegenheid heeft bestaan voor mededinging. Dat is hier het geval. De inschrijvingen zijn eerst beoordeeld op basis van het door de gemeente gekozen gunningscriterium laagste prijs. Dat leverde geen winnende inschrijving op. Loting was in dat geval naar vaste jurisprudentie toegestaan, omdat het een eerlijke manier is om te kiezen tussen inschrijvers en een betere methode niet voorhanden was (zonder de opdracht wezenlijk te wijzigen).”
Optionele diensten
“[eiseres] betoogt in dit kader, onder verwijzing naar artikel 2.163c AW, nog dat de wijze waarop de optionele diensten in de Aanbesteding zijn opgenomen niet voldoet aan de wettelijke eisen die aan een herzieningsclausule worden gesteld. Dat betekent volgens [eiseres] dat de gemeente met het inroepen van de optie de opdracht wezenlijk wijzigt wat in strijd is met het aanbestedingsrecht. Dat gaat niet op. Deze optionele diensten staan niet met een herzieningsclausule gelijk. Het gaat om een onderdeel van de opdracht, te weten de, bij raamovereenkomst heel gebruikelijke, figuur dat tevoren te voorzien is dat bepaalde diensten gevraagd kunnen worden, zonder dat te voorspellen is hoeveel/hoe vaak. In zo’n geval is een duidelijke omschrijving en tevoren vastgestelde prijs genoeg.”
Marktconformiteit
“[eiseres] voert aan dat niet voldoende duidelijk is gemaakt door de gemeente wat met het begrip marktconformiteit wordt bedoeld. Ook na vragen hierover in de NVI’s en aanwijzingen van het Meldpunt na een klacht hierover van [eiseres] , heeft gemeente dit begrip volgens [eiseres] onvoldoende helder omschreven. Gezien de gevolgen verbonden aan niet-marktconforme prijzen en het feit dat het begrip marktconformiteit leidend is voor de prijs die de opdrachtnemer moet bepalen, was noodzakelijk dat inzichtelijk werd gemaakt hoe marktconformiteit wordt vastgesteld en wat ermee wordt bedoeld. Nu dat niet is gebeurd, is volgens [eiseres] sprake van strijd met het transparantiebeginsel. De gemeente betwist dat sprake is van strijd met het transparantiebeginsel. Zij wijst erop dat in de NVI’s voldoende uitleg over dit begrip en de manier waarop de gemeente het controleert is gegeven. De voorzieningenrechter oordeelt dat het begrip marktconformiteit en de wijze waarop marktconformiteit wordt gecontroleerd, uiteindelijk voldoende duidelijk en ondubbelzinnig is beschreven in de aanbestedingsstukken. De gemeente heeft in de aanbestedingsstukken opgenomen dat onder marktconform wordt verstaan “prijzen en/of tarieven die na toetsing door de Aanbestedende Dienst in lijn blijken te zijn met de gangbare prijzen en/of tarieven in de betreffende markt voor vergelijkbare diensten en/of producten.” (vraag 8 NVI 1 en vraag 353 NVI 3) In het kader van vraag 353 legt de gemeente, mede naar aanleiding van het oordeel over de klacht, uitgebreid uit hoe wordt vastgesteld of sprake is van marktconforme prijzen. Voor een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver moet hiermee duidelijk zijn wat de draagwijdte van dit begrip is en hoe het wordt getoetst. Niet in te zien valt wat de gemeente daar verder nog aan had kunnen of moeten toevoegen.”
Conclusie
“Geen van de door [eiseres] aangevoerde gronden kan haar vorderingen dragen. Dat betekent dat haar vorderingen zullen worden afgewezen. In twee parallelle kortgedingprocedures over de Aanbesteding, ingesteld door andere inschrijvers, wordt eveneens vandaag vonnis gewezen. In die procedures is - op grond van andere gronden dan door [eiseres] aangevoerd - geoordeeld dat sprake is van fundamentele gebreken in de aanbestedingsprocedure en wordt beslist dat de aanbestedingsprocedure gestaakt moet worden en dat de gemeente, desgewenst, tot heraanbesteding dient over te gaan. Dat betekent dat ondanks de beslissingen in dit vonnis, aan de aanbestedingsprocedure geen verdere uitvoering kan worden gegeven.”
VdLC publishers/consultants BV, 4 november 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl