Rechter veroordeelt Siemens tot betaling contractuele boetes (week 40)
Boete | Haviltex-maatstaf
HTM en Siemens zijn op 29 september 2011 een overeenkomst inzake tramvoertuigen overeengekomen. De Overeenkomst is het resultaat van een Europees aanbestedingstraject en heeft betrekking op de levering van (aanvankelijk) 40 trams door Siemens aan HTM. Op basis van de Overeenkomst zijn er in 2014 20 trams extra aan HTM geleverd en in 2017 nog eens 10 trams extra. In artikel 9 van de Overeenkomst is een boeteclausule opgenomen. Partijen geven ieder een andere uitleg aan de storingsdefinities uit de Overeenkomst. De rechter is van oordeel dat bij de uitleg van de in de Overeenkomst opgenomen storingsdefinities aansluiting moet worden gezocht bij de VDV-storingsdefinities (Verband Deutscher Verkehrsunternehmen). De rechter veroordeelt Siemens tot betaling van een aantal contractuele boetes. (ECLI:NL:RBDHA:2026:28199, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 22 juli 2026, Datum publicatie 2 oktober 2026)
Feiten en omstandigheden
HTM en Siemens zijn op 29 september 2011 een overeenkomst inzake tramvoertuigen overeengekomen. De Overeenkomst is het resultaat van een Europees aanbestedingstraject en heeft betrekking op de levering van (aanvankelijk) 40 trams door Siemens aan HTM. Op basis van de Overeenkomst zijn er in 2014 20 trams extra aan HTM geleverd en in 2017 nog eens 10 trams extra. In artikel 9 van de Overeenkomst is een boeteclausule opgenomen. HTM vordert dat de rechtbank Siemens veroordeelt tot betaling van 182.050,00 euro met betrekking tot de storingen over het jaar 2021, 174.212,50 euro, met betrekking tot de storingen over het jaar 2022, 111.512,50 euro, over het jaar 2023, en 231.550,00 euro over het jaar 2024 en dat de rechtbank voor recht verklaart dat Siemens jegens HTM toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de Aanvullende Overeenkomst en dat Siemens aansprakelijk is voor de door HTM als gevolg daarvan geleden en nog te lijden schade. Het oordeel van de rechter:
Ander uitleg storingsdefinities
“Partijen geven ieder een andere uitleg aan de storingsdefinities uit de Overeenkomst. HTM relateert de storingen met name aan de inzetbaarheid van een tramvoertuig voor het veilig kunnen vervoeren van passagiers, terwijl volgens Siemens sprake moet zijn van een technische storing tijdens een rit of dienst van een tramvoertuig die gevolgen heeft voor het vervolg van die rit of dienst. Partijen twisten daarbij ook over het moment waarop een storing zich kan voordoen. HTM stelt zich op het standpunt dat een storing op ieder moment kan optreden, zowel tijdens een rit of dienst als daarbuiten, bijvoorbeeld voorafgaand aan of na afloop van de dienst of in de werkplaats. Volgens Siemens gaat het echter alleen om storingen die tijdens de rit of dienst optreden en die direct gevolgen hebben voor die betreffende rit of dienst.”
Opgesteld in het kader van een Europees aanbestedingstraject
“De rechtbank zal de storingsdefinities zoals opgenomen in de bijlagen behorende bij de Overeenkomst uitleggen aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Overeenkomstig deze maatstaf komt het bij de uitleg van een overeenkomst aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de contractsbepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn alle concrete omstandigheden van het geval van belang, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. In praktisch opzicht is de taalkundige betekenis van bewoordingen, alhoewel niet beslissend, bij de uitleg van een overeenkomst echter vaak wel van groot belang. In dit geval is bovendien van belang dat de onderhavige overeenkomst tot stand is gekomen tussen twee professionele partijen in het kader van een Europees aanbestedingstraject, waarbij de Overeenkomst en de daarbij behorende bijlagen zijn opgesteld door HTM en er slechts beperkt overleg heeft kunnen plaatsvinden over deze contractstukken. Eventuele onduidelijke bepalingen in de Overeenkomst kunnen op grond van de contra proferentem-regel in het voordeel van Siemens worden uitgelegd.”
VDV-storingsdefinities
“De rechtbank is, toetsend aan de hiervoor geformuleerde maatstaf, van oordeel dat bij de uitleg van de in de Overeenkomst opgenomen storingsdefinities aansluiting moet worden gezocht bij de hiervoor genoemde VDV-storingsdefinities (Red: Verband Deutscher Verkehrsunternehmen). De in bijlage E en het Bestek opgenomen storingsdefinities zijn zeer summier geformuleerd. Wanneer naar de tekst van deze definities wordt gekeken, lijkt de term ‘rijdbaar’ te duiden op een storing van technische aard terwijl de termen ‘einde rit, einde dienst of na de dienst’ juist zien op de inzetbaarheid van de tramvoertuigen voor het vervoeren van personen tijdens de rit of dienst. Wanneer de drie definities van de A-, B- en C-storingen in onderlinge samenhang worden bezien, moeten de gebezigde begrippen naar het oordeel van de rechtbank zo worden uitgelegd dat het gaat om storingen die zich tijdens een rit of dienst voordoen en dat vervolgens moet worden gekeken naar de gevolgen van die storingen voor de inzetbaarheid van het tramvoertuig gedurende het vervolg van die rit of dienst. Bij de verdere beoordeling zal de rechtbank dit uitgangspunt hanteren.”
De rechtbank veroordeelt Siemens tot betaling van een contractuele boete van 143.962,50 euro met betrekking tot de storingen over het jaar 2021, een contractuele boete van 152.487,50 euro met betrekking tot de storingen over het jaar 2022, een contractuele boete van 111.512,50 euro met betrekking tot de storingen over het jaar 2023, en een contractuele boete van 99.275,00 euro met betrekking tot de storingen over het jaar 2024.
VdLC publishers/consultants BV, 7 oktober 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl