Aanbesteding grondafhandelingsdiensten Schiphol niet onrechtmatig (week 39)
Beoordeling van de kwaliteit | belangenconflict | uitsluitingsgronden
Er zijn 3 rechtszaken gevoerd over de door Schiphol georganiseerde aanbesteding van grondafhandelingsdiensten. De rechter concludeert dat geen van de bezwaren terecht naar voren is gebracht. Voor de veronderstelling die kennelijk leeft bij de eisende partijen, dat er bij Schiphol een voorkeur heeft bestaan voor de 3 gekozen ondernemingen en dat dit de uitkomst van de procedure onrechtmatig heeft beïnvloed, ziet de rechter dan ook geen objectief aanknopingspunt. Dat betekent dat er in dit kort geding geen reden is om een van de door eiseressen gevorderde voorzieningen te treffen. (ECLI:NL:RBDHA:2026:27258, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 23 september 2026, Datum publicatie 23 september 2026.)
Feiten en omstandigheden
3 kort gedingen over de door Schiphol georganiseerde aanbesteding van grondafhandelingsdiensten. Schiphol is onderdeel van Royal Schiphol Group N.V., die eigenaar en exploitant is van de luchthaven Amsterdam Airport Schiphol (AAS). Een van de onderdelen van het luchthavensysteem van AAS is de grondafhandeling. Daartoe behoren onder meer de afhandeling van de bagage en alle activiteiten op het platform die nodig zijn om vliegtuigen te laten aankomen en vertrekken. Op dit moment zijn er op AAS 6 aanbieders actief op dit gebied, te weten Viggo, KLM, Dnata, Swissport, Aviapartner en Menzies. Naar aanleiding van een Ministerieel Besluit moet dat terug naar 3. (“Om bij te dragen aan een verbetering van de situatie van de grondafhandeling op Schiphol besluit de Minister van Infrastructuur en Waterstaat tot een beperking van het aantal verleners van grondafhandelingsdiensten op Schiphol in de categorieën bagageafhandeling en platformafhandeling.”)
De 3 bedrijven die de opdracht niet gegund krijgen, zijn een kort geding gestart, waarin zij diverse bezwaren hebben geuit tegen de (uitkomst van de) aanbestedingsprocedure.
De volgende bezwaren worden in de rechtszaak behandeld:
- Bezwaar 1: de gebruikers zijn niet voldoende geconsulteerd
- Bezwaar 2: Schiphol had de aanbestedingsprocedure niet mogen organiseren; de Minister had dit moeten doen
- Bezwaar 3: KLM moet worden uitgesloten omdat er is sprake van een belangenconflict/belangenverstrengeling
- Bezwaar 4: door de selectie van KLM, Viggo en Dnata hebben gebruikers geen effectieve keuze
- Bezwaar 5: de selectie van KLM is in strijd met het mededingingsrecht
- Bezwaar 6: KLM moet worden uitgesloten omdat zij niet deelneemt aan de mobiliteitspool
- Bezwaar 7: Dnata moet worden uitgesloten vanwege haar gedragingen
- Bezwaar 8: Viggo moet worden uitgesloten, omdat ze niet kan voldoen aan de gestelde (materiaal)eisen
- Bezwaar 9: de inschrijving van Aviapartner is verkeerd beoordeeld
- Bezwaar 10: er is sprake geweest van onregelmatigheid bij de consensusbeoordeling
De rechter zegt o.a.:
Consensusvergadering
De voorzieningenrechter stelt vast dat Schiphol de scoretabel heeft overgelegd, die tijdens de consensusvergadering is vastgesteld, waarin de vastgestelde scores per gunningscriterium en de totaalscores van de inschrijvers zijn genotuleerd. Schiphol heeft voorts een ondertekende getuigenverklaring in het geding gebracht van een legal counsel bij Schiphol, die als procesbegeleider aanwezig was bij de plenaire consensusvergadering van de beoordelingscommissie, die verklaart dat deze scoretabel de scores bevat zoals die in consensus zijn vastgesteld tijdens de plenaire zitting, die ongewijzigd zijn overgenomen in de gunningsbeslissing. Gelet daarop ziet de voorzieningenrechter geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat de gunningsbeslissing anders luidt dan op basis van de toegekende scores had gemoeten, aangezien Menzies daaraan niets anders ten grondslag legt dan dat zij dit van verschillende niet bij naam genoemde betrouwbare bronnen heeft vernomen. Deze op geen enkele wijze nader onderbouwde stelling van Menzies, die door Schiphol gemotiveerd is betwist, kan dan ook geen basis vormen voor het treffen van een voorziening, noch in de hoofdzaak, noch in het onder 5.1 vermelde incident. Verder valt zonder enige onderbouwing, die ontbreekt, niet in te zien welk belang Menzies heeft bij de door haar verzochte stukken, waaruit de scores en motivering van alle individuele beoordelaars blijken. Dit is immers niet relevant voor de scores, die immers tijdens de consensusvergadering worden vastgesteld. Deze incidentele vordering zal dus ook worden afgewezen.
Geen objectief aanknopingspunt voor voorkeur
“Gezien al hetgeen hiervoor is overwogen en geoordeeld over de door eiseressen aangevoerde bezwaren betreffende het verloop van de aanbestedingsprocedure en/of de uitkomst hiervan, moet worden geconcludeerd dat geen van deze bezwaren terecht naar voren is gebracht. Voor de veronderstelling die kennelijk leeft bij de eisende partijen, dat er bij Schiphol een voorkeur heeft bestaan voor de 3 gekozen ondernemingen en dat dit de uitkomst van de procedure onrechtmatig heeft beïnvloed, ziet de voorzieningenrechter dan ook geen objectief aanknopingspunt. Dat betekent dat er in dit kort geding geen reden is om een van de door eiseressen gevorderde voorzieningen te treffen.”
VdLC publishers/consultants BV, 30 september 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl