Innovaties inkopen: Hoe pakten anderen het aan?
In de vorige 3 delen zagen we waar de kansen liggen na een pilot of ontwikkeling van een prototype, welke procedure je daarna kunt gebruiken en wat je vooraf al kunt regelen. Maar hoe ziet dat eruit in de praktijk? In dit deel kijken we naar organisaties die de stap van prototype naar inkoop hebben gezet, of daar nog middenin zitten. We beginnen in Noorwegen. (PIANOo, november 2026)
Zelfrijdende sneeuwruimers op Oslo Airport
Elke winter huurde Avinor, de Noorse luchthavenbeheerder, extra mensen en machines in om de start- en taxibanen van Oslo Airport sneeuwvrij te houden. Dat was duur, zorgde voor vervuiling en gaf slijtage aan de machines en de banen. Ook was het gevoelig voor menselijke fouten. Avinor wilde weten of het anders kon: met bijvoorbeeld sneeuwruimers die zelf rijden.
Eerst ontwikkelen
In 2015 organiseerde Avinor samen met het Noorse programma voor leveranciersontwikkeling (LUP) een dialoogbijeenkomst. Daar onderzochten ze of leveranciers een zelfrijdend voertuig konden ontwikkelen. Een jaar later volgde een pre-commerciële inkoop (PCP). Dat is de Europese naam voor wat in Nederland de Innovation Impact Challenge is. Yeti Snow Technology, een samenwerking van sneeuwruimfabrikant Øveraasen en Semcon Devotek, ontwikkelde een prototype en testte dat op de luchthaven.
Dan pas inkopen
Pas in 2021, 5 jaar na de start van de PCP, kreeg Øveraasen een raamovereenkomst van 8 jaar voor de levering van de sneeuwruimers. Yeti Move, zoals Yeti Snow Technology inmiddels heet, is onderaannemer. In de winter van 2021 op 2022 gingen de eerste zelfrijdende machines aan het werk. Elke wagen had toen nog een veiligheidsbestuurder. Daarna werden de machines stap voor stap zelfstandiger.
Het resultaat: waar eerst 8 machines met 8 chauffeurs reden, doen nu 6 machines met één chauffeur hetzelfde werk. Dat betekent minder onderhoud, minder strooizout en minder uitstoot. Avinor verwacht besparingen in de miljoenen.
Wat je hiervan kunt leren
Het Noorse traject volgt precies de route waar deze reeks artikelen over gaat. Ze begonnen met een gesprek met de markt, vergelijkbaar met de leeromgeving uit deel 3. Daarna volgde een innovatiecompetitie in de vorm van een PCP die een getest prototype opleverde, zoals in deel 1. En de inkoop was een aparte stap, die jaren later bewust is gezet, zoals in deel 2.
Dit traject liep volgens het Noorse inkoopstelsel en niet volgens de Nederlandse Aanbestedingswet. Gebruik het daarom als inspiratie, niet als juridisch voorbeeld. Het hele verhaal lees je (in het Noors) op de website van het Noorse programma voor innovatiegericht inkopen.
Voorbeelden uit Nederland
Innovatiepartnerschap: ontwikkelen en inkopen in één traject
Bij een PCP zoals de Innovation Impact Challenge zijn ontwikkelen en inkopen 2 aparte stappen. Bij een innovatiepartnerschap zitten ze in één procedure. Je laat een innovatie ontwikkelen en neemt die af zonder nieuwe aanbesteding.
Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) koos voor een innovatiepartnerschap om de noordelijke Lekdijk te versterken. Na een Deltabeslissing uit 2017 voldeed de dijk niet meer aan de norm. De dijk op de gebruikelijke manier versterken was op veel plekken niet mogelijk. Drie aannemers voeren sinds 2021 gefaseerd 6 deelprojecten uit, tot en met 2029. Ze passen innovaties toe, zoals kunststof filterschermen in plaats van stalen damwanden. Ongeveer 40 procent van het werk gebeurt met emissieloos materieel.
"Innovatie was geen doel op zich, maar een strategisch noodzakelijk middel om onze doelen te bereiken." – Waldo Molendijk, contractmanager HDSR
Ook de gemeente Amsterdam koos voor een innovatiepartnerschap, voor 9 tot 30 circulaire schoolgebouwen. Na selectie en onderhandeling kregen 3 consortia een raamovereenkomst. In een ontwikkelfase van 6 maanden werkten zij hun bouwconcepten uit tot toepasbare producten. Per school strijden de 3 consortia daarna in een minicompetitie om de opdracht. De gemeente stelde geen minimale eisen aan circulariteit, maar beschreef 3 ambities: kwalitatief hoogwaardig, flexibel en duurzaam.
ProRail: testen in een proeftuin
ProRail zocht alternatieven voor zand en stalen damwanden om het baanlichaam onder het spoor te verstevigen. Na een marktconsultatie zette ProRail een proeftuin op, met een bewust lage drempel: er waren geen eisen aan ervaring of omzet. Drie oplossingen worden nu in de praktijk getest en daarna een jaar gevolgd. Pas dan blijkt of ze een vaste plek krijgen tussen de toepasbare oplossingen. Zo’n proeftuin kwam ook in deel 3 aan bod: afnemers die een plek bieden om innovaties in de praktijk te testen.
Meer voorbeelden
Meer voorbeelden vind je in het overzicht van praktijkvoorbeelden innovatiegericht inkopen. In het SBIR-projectenboek 2011–2020 staan per oproep een of twee succesvolle projecten. En de gemeente Zwolle laat met een innovatiepartnerschap zien hoe kunstgras als warmtebron kan dienen.
Wat zie je terug?
In de voorbeelden komen dezelfde lessen steeds terug:
- De inkoop na een pilot of prototype is een aparte stap, en die kost tijd. In Noorwegen zaten er 5 jaar tussen.
- Wie die stap succesvol zet, heeft de markt en de afnemers vroeg betrokken, bijvoorbeeld met een dialoog of marktconsultatie.
- Niet elk traject eindigt meteen in een inkoop. Ook dan heeft de competitie de markt in beweging gezet.
- Wil je ontwikkelen en inkopen in één traject combineren? Dan is een innovatiepartnerschap een alternatief.
Heb je vragen over jouw situatie? Het vragenloket van PIANOo helpt je verder.
INNOvember 2026
Dit was het vierde en laatste deel van de reeks Innovaties inkopen na een innovatiecompetitie, op weg naar INNOvember 2026. Alle artikelen vind je terug op de overzichtspagina van de reeks.