Aanbestedingsstukken waren niet voor meerderlei uitleg vatbaar (week 36)
Beoordeling van de kwaliteit
Op 19 februari 2026 heeft de Staat de aanbesteding ‘Juridische dienstverlening leveranciers van cloud en IT-diensten ten behoeve van het ministerie van Justitie en Veiligheid’ gepubliceerd. De voorzieningenrechter is met de Staat van oordeel dat de aanbestedingsstukken ondubbelzinnig en niet onduidelijk zijn. Dat KPMG de aanbestedingsstukken anders heeft geïnterpreteerd, althans op basis van de aanbestedingsstukken heeft gemeend dat het opzetten van een aanbestedingstraject nodig was, betekent niet dat de aanbestedingsstukken naar objectieve maatstaven voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. De slotsom is dat de vorderingen van KPMG worden afgewezen. (ECLI:NL:RBDHA:2026:25412, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 4 september 2026, Datum publicatie 4 september 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 19 februari 2026 heeft de Staat de aanbesteding ‘Juridische dienstverlening leveranciers van cloud en IT-diensten ten behoeve van het ministerie van Justitie en Veiligheid’ gepubliceerd. De aanbesteding wordt uitgevoerd ten behoeve van de directie Informatievoorziening en Inkoop (DI&I), een onderdeel van het bestuursdepartement van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. De kwaliteitsbeoordeling bestaat uit de beoordeling van een door de inschrijver op te stellen plan van aanpak waarin de inschrijver uiteenzet op welke wijze zij de centrale onderhandelingen met CloudNova SE (een fictief bedrijf) zou voeren. Voor het plan van aanpak kunnen maximaal 700 punten worden behaald. Daarnaast moet een mondelinge presentatie over het plan van aanpak worden gegeven, waarvoor maximaal 300 punten kunnen worden behaald.
Voor zowel het plan van aanpak als de mondelinge presentatie moet een minimale totaalscore van 60% worden behaald. Inschrijvingen die hieraan niet hebben voldaan, worden niet in de verdere beoordeling betrokken en kunnen niet in aanmerking komen voor gunning.
Op 18 juni 2026 heeft de Staat de voorlopige gunningsbeslissing bekendgemaakt. In deze gunningsbeslissing is opgenomen dat de Staat de opdracht aan Greenberg Traurig wil gunnen en dat KPMG voor zowel het plan van aanpak als de mondelinge presentatie een ‘matig’ heeft behaald, een ‘knock-out’ die leidt tot uitsluiting van de inschrijving van KPMG. Hierdoor is de inschrijving van KPMG niet meer beoordeeld op het subgunningscriterium prijs. Greenberg Traurig heeft in totaal 800 punten (voor beide onderdelen een score van 80%) behaald. Aan de gunningsbeslissing is een bijlage gehecht met de motivering van de door KPMG behaalde scores.
KPMG vordert dat de voorzieningenrechter de Staat gebiedt de voorlopige gunningsbeslissing van 18 juni 2026 in te trekken.
Het oordeel van de rechter:
Aanbestedingsstukken waren duidelijk
“De voorzieningenrechter is met de Staat en Greenberg Traurig van oordeel dat de aanbestedingsstukken ondubbelzinnig en niet onduidelijk zijn. Hoewel in het Beschrijvend document meermaals en in verschillende bewoordingen is vermeld dat ‘een overeenkomst’ moet worden gesloten met hyperscalers (en in de voorbeeldcasus met CloudNova), volgt hieruit niet dat sprake is van een aanbestedingsplichtige opdracht. Dat KPMG de aanbestedingsstukken anders heeft geïnterpreteerd, althans op basis van de aanbestedingsstukken heeft gemeend dat het opzetten van een aanbestedingstraject nodig was, betekent niet dat de aanbestedingsstukken naar objectieve maatstaven voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Het doel van de opdracht is namelijk om te onderhandelen over het centraal juridisch kader en een rijksbrede (raam)overeenkomst te sluiten, die door verschillende overheidsorganisaties kan worden gebruikt om vervolgens – op basis van die raamovereenkomst de betreffende diensten zelf in te kopen. Het gaat dus feitelijk om het (uit-) onderhandelen van de voorwaarden waaronder de diensten vervolgens door de verschillende overheidsorganisaties zelf bij resellers, via aanbesteding, worden ingekocht, en niet om het inkopen van diensten en het afsluiten van een contract daarvoor. De Staat heeft dit, voor zover de inhoud van de opdracht voor KPMG onvoldoende duidelijk was, nog expliciet toegelicht door in de nota van inlichtingen te antwoorden dat het doel is ‘om te komen tot een rijksbrede overeenkomst en niet om onderhandelingen met een reseller onder een reeds aanbestede (raam)overeenkomst.’ Daarnaast vermeldt het Beschrijvend document op pagina 9 expliciet dat met hyperscalers wordt onderhandeld over commerciële voorwaarden, waarna de overheidsorganisaties vervolgens zelf de producten en diensten van de hyperscalers inkopen. Gelet hierop, en op hetgeen onder de scope en omvang van de opdracht is vermeld, heeft een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver naar het oordeel van de voorzieningenrechter redelijkerwijs niet kunnen opmaken dat de opdracht dan wel de casus betrekking had op een aanbestedingsplichtige opdracht.”
Mandaat
“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Staat de inschrijvingen niet beoordeeld aan de hand van vooraf niet-kenbare informatie en is van een informatievoorsprong voor de zittende leverancier geen sprake. Uit de informatie die onder nummers 1.4 tot en met 1.7 van het Beschrijvend document is opgenomen, volgt genoegzaam dat het uitvoeren van centrale onderhandelingen en sluiten van een rijksbrede overeenkomst met hyperscalers tot de kerntaak van SLM behoort. Een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver had niet aan het mandaat van SLM hoeven te twijfelen. Ook is het in dit licht niet onbegrijpelijk dat de Staat KPMG niet kan volgen in het standpunt dat een risico bestaat dat derden het mandaat van SLM mogelijk ter discussie zullen stellen.”
Plan van aanpak onvoldoende volledig, concreet en realistisch
“Uit de beoordeling van het plan van aanpak van KPMG volgt dat de Staat het plan van aanpak op meerdere punten onvoldoende volledig, concreet en realistisch heeft geacht. De Staat meldt dat het optuigen van een aanbestedingstraject niet passend is bij de opdracht zoals die door SLM is geschetst, op gespannen voet staat met het doel van de opdracht en tot onnodige procescomplexiteit, langere doorlooptijden en hogere kosten leidt. Daarnaast heeft de Staat te kennen gegeven dat bij dergelijke complexe trajecten vertraging in de onderhandelingen een inherent en reëel risico is, maar dat een expliciete en gedegen aanpak om dit risico te beheersen ontbreekt. Ook is de onderhandelingsstrategie onvoldoende concreet en uitgediept volgens de Staat. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk of de onderhandelingen fysiek, digitaal of hybride plaatsvinden, en welke implicaties dat heeft voor de dynamiek en effectiviteit van het proces. Tot slot ontbreekt blijkens de beoordeling inzicht in de beoogde opzet van het onderhandelingstraject, de opbouw van de gesprekken en de wijze waarop voortgang en besluitvorming worden gestructureerd.”
De slotsom is dat de primaire en subsidiaire vorderingen van KPMG worden afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 9 september 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl