Beoordeling van inschrijving was zorgvuldig (week 36)
Fundamenteel gebrek | Grossmann| beoordeling van de kwaliteit | interview | motivering
NS heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd met als doel het sluiten van een raamovereenkomst voor het inzetten van gepland en ongepland treinvervangend vervoer. [eiseres] kan zich niet verenigen met de gunningsbeslissing omdat zij meent dat de motivering van de score op subsubgunningscriterium K1.1 innerlijk tegenstrijdig is en dat de beoordeling van het subgunningscriterium K2 niet tot stand is gekomen volgens de in de gunningsleidraad omschreven systematiek. De rechter oordeelt dat de beoordeling van de inschrijving van [eiseres] zorgvuldig en in overeenstemming met de vooraf bekendgemaakte aanbestedingsstukken tot stand is gekomen. (ECLI:NL:RBMNE:2026:6032, Rechtbank Midden-Nederland, Datum uitspraak 19 augustus 2026, Datum publicatie 31 augustus 2026)
Feiten en omstandigheden
NS heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd met als doel het sluiten van een raamovereenkomst voor het inzetten van gepland en ongepland treinvervangend vervoer. [eiseres] kan zich niet verenigen met de gunningsbeslissing. [eiseres] stelt dat de beoordelingssystematiek voor subgunningscriterium K2 en de daarbij afgenomen interviews conform de STARR-methode op voorhand onvoldoende duidelijk waren en zij zich daarom onvoldoende heeft kunnen voorbereiden op de interviews. Dit, in combinatie met het gewicht van subgunningscriterium K2 en de daarbij geldende knockout-drempel, maakt volgens [eiseres] dat er gebreken kleven aan de aanbestedingsprocedure die volgens haar zodanig fundamenteel van aard zijn dat dit dient te leiden tot heraanbesteding. De rechter zegt o.a.:
STARR-methode
De voorzieningenrechter stelt voorop dat van een fundamenteel gebrek in een aanbestedingsprocedure sprake is wanneer er een ernstige en onherstelbare fout in de procedure dan wel in de aanbestedingsstukken voorkomt, zoals bijvoorbeeld een onduidelijke gunningssystematiek of het hanteren van verkeerde formules. Dit druist in tegen de basisbeginselen van het aanbestedingsrecht (te weten het transparantie- en gelijkheidsbeginsel) en kan niet (meer) worden hersteld, waardoor de aanbesteding moet worden ingetrokken. Van een dergelijk fundamenteel gebrek dat heraanbesteding tot gevolg zou moeten hebben is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden waaruit volgt dat de uitwerking van de beoordelingssystematiek niet overeen komt met het in de Gunningsleidraad beschreven uitgangspunt dat subgunningscriterium K2.”
Het derde interview
“[eiseres] heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat in het (derde) interview over het onderdeel Management de gedragspsycholoog een te dominante rol zou hebben ingenomen omdat de gedragspsycholoog de enige was die de vragen stelde terwijl dit interview volgens de Gunningsleidraad zou worden afgenomen door twee vertegenwoordigers van de NS die een rol in het tactische/strategische overleg tijdens de uitvoering van de overeenkomst hebben. NS heeft gemotiveerd weersproken dat de gedragspsycholoog van [deskundige 2] een dergelijke dominante rol heeft aangenomen en daarmee het interview zou hebben “overgenomen”. De in dat verband door de gedragspsycholoog gestelde vragen hadden enkel betrekking op de competenties. De verdiepende (vervolg)vragen die NS heeft gesteld hadden betrekking op de inhoud van de Opdracht. Dit is in lijn met de STARR-methodiek en ook met hetgeen door NS is beschreven in de Gunningsleidraad, zoals hiervoor is opgenomen onder 4.14 en 4.15. Immers de rol van de gedragspsycholoog zag op toezien van een juiste toepassing van de STARR-methode, waarbij de medewerkers van NS de inhoudelijke vragen voor hun rekening namen. Van een afwijking van het voorgeschreven beoordelingskader op dit punt is dus niet gebleken.”
Motivering
“Door middel van haar Gunningsvoornemen heeft NS aan [eiseres] gemotiveerd hoe de gunningsbeslissing tot stand is gekomen. Voor het subgunningscriterium K2 wordt daarin bovendien voor een nadere motivering verwezen naar het rapport van [deskundige 2] met bijbehorende bijlagen. Daarmee heeft NS [eiseres] voldoende inzicht en informatie verschaft over hoe zij tot haar beoordeling is gekomen. De voorzieningenrechter overweegt dat het op grond van artikel 2.130 lid 1 Aw bij het benoemen van de in de gunningsbeslissing relevante redenen, niet nodig is dat NS om te voldoen aan haar motiveringsplicht nadere (interne) stukken overlegd zodat een inschrijver zelf kan beoordelen of de aanbestedende dienst de beoordeling op juiste wijze heeft uitgevoerd. De motiveringsplicht van een aanbestedende dienst gaat immers niet zo ver dat de aanbestedende dienst inzicht moet verschaffen in (interne) aantekeningen om, een niet uitgekozen inschrijver de gelegenheid te geven om te controleren of de aanbestedende dienst conform de voorgeschreven beoordelingssystematiek te werk is gegaan. Dit kan immers worden afgeleid uit de gegeven motivering in de gunningsbeslissing, waarbij niet is gesteld of gebleken dat het Gunningsvoornemen op dit onderdeel niet deugt.”
De vorderingen worden afgewezen:
VdLC publishers/consultants BV, 9 september 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl