Beoordeling was niet ondeugdelijk (week 36)
Beoordeling van de kwaliteit
De Staat heeft begin 2026 een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de “Landelijke uitbesteding Vergunningverlening”. Indigo vordert dat de rechter gelast dat een nieuw gunningsbesluit moet worden genomen inhoudende dat Indigo alsnog in aanmerking komt voor het sluiten van de overeenkomst. De conclusie van de rechter is dat Indigo niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beoordeling van de inschrijving van Indigo op perceel 2 ondeugdelijk is of dat er andere gronden bestaan voor de door Indigo gevorderde herbeoordeling. De vorderingen van Indigo worden afgewezen. (ECLI:NL:RBDHA:2026:25478, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 10 augustus 2026, Datum publicatie 4 september 2026)
Feiten en omstandigheden
De Staat heeft begin 2026 een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de “Landelijke uitbesteding Vergunningverlening”. De Staat heeft zelf vergunningverleners in dienst, maar besteedt deze werkzaamheden ook uit, bijvoorbeeld in het geval van pieken. De opdracht bestaat uit twee percelen. Perceel 1 betreft “Waterkwaliteit”, waarbij het met name gaat om de vergunningverlening voor lozingen. Perceel 2 betreft “Besluiten, meldingen, adviezen + instemming” en gaat over alle besluiten die onder de Omgevingswet, Scheepvaartverkeerswet en Wegenverkeerswet door Rijkswaterstaat worden genomen. Indigo heeft op beide percelen ingeschreven. Op 21 april 2026 heeft de Staat aan Indigo meegedeeld dat haar inschrijving op beide percelen niet is gekwalificeerd als (één van) de inschrijving(en) met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Op 1 mei 2026 heeft Indigo een klacht ingediend over de beoordeling van haar inschrijving op perceel 2. Op 7 mei 2026 heeft de advocaat van Indigo in een e-mail aan de Staat bericht dat Indigo nog geen reactie op haar klacht heeft ontvangen en dat zij voornemens is om een kort geding te starten als de Staat de besluitvorming niet terugdraait. In een e-mailbericht van 12 mei 2026 heeft de Staat aan de advocaat van Indigo laten weten dat Indigo na verzending van de beslissing op de klacht (per e-mail) nog vijf dagen de tijd heeft om eventueel een kort geding aanhangig te maken. In een op 30 juni 2026 ondertekende brief (gedateerd op 22 juni 2026) heeft de Staat aan Indigo bericht dat haar klacht is voorgelegd aan een onafhankelijke klachtbehandelaar. In deze brief heeft de Staat de bevindingen van de klachtbehandelaar per klachtonderdeel vermeld en geconcludeerd dat de klacht van Indigo ongegrond is. Op 6 juli 2026 heeft Indigo de Staat in kort geding gedagvaard. Indigo vordert dat de voorzieningenrechter gelast dat een nieuw gunningsbesluit moet worden genomen inhoudende dat Indigo alsnog in aanmerking komt voor het sluiten van de overeenkomst. Het oordeel van de rechter:
Verschillende diensten
“Tussen partijen is niet in geschil dat in deze aanbestedingsprocedure verschillende diensten worden uitgevraagd: perceel 1 betreft de vergunningverlening van lozingen en perceel 2 ziet op besluiten onder de Omgevingswet, Scheepvaartverkeerswet en Wegenverkeerswet. De Staat heeft in zijn conclusie van antwoord uitgelegd dat er inhoudelijke verschillen bestaan tussen deze diensten. Hij heeft erop gewezen dat bij de uitvraag onderscheid is gemaakt tussen het meer specialistische werk (in perceel 1) en het ‘bulkwerk’ (in perceel 2). Perceel 1 bevat relatief weinig, maar langlopende trajecten, terwijl perceel 2 veel afhandelingen vereist in korte tijd. Ook heeft de Staat er, onder verwijzing naar de als bijlage J bij de leidraad opgenomen ‘vraagspecificatie’, op gewezen dat ook de effectieve werkzaamheden van aard verschillen en daarom een andere aanpak en inzet vergen. De Staat heeft vervolgens toegelicht dat de door Indigo in dit verband aangeboden collegiale toets (het ‘vier ogen-principe’) en de aanvullende toets door een jurist en handhaver voor beide percelen gedeeltelijk kan bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen, maar dat de beoordelaars erover twijfelen of die aangeboden maatregelen wel realistisch en haalbaar zijn voor perceel 2, waarbij bulkwerk wordt verwacht en de werkzaamheden meer onder druk staan.”
Lagere score voldoende inzichtelijk
“Met deze uitgebreide toelichting, die Indigo onvoldoende heeft weersproken, heeft de Staat voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de inschrijving van Indigo op perceel 2 een lagere score heeft gekregen bij het onderdeel ‘Continuïteit kwaliteit’ dan bij perceel 1. De voorzieningenrechter vindt dat oordeel – mede gelet op de ruime beoordelingsvrijheid die de beoordelaars hebben – niet onbegrijpelijk. Voor de gevorderde herbeoordeling is dus geen grond.”
Termijn met 5 dagen verlengd
“Ook het betoog over het gebrek aan overleg en de (te) korte termijn om op te komen tegen de gunningsbeslissing leidt niet tot toewijzing van de vordering. Tussen partijen is niet in geschil dat de geboden (zogenoemde Alcatel-)termijn gebruikelijk en passend is en ook nog met 5 dagen is verlengd. Het was Indigo bekend dat de termijn kort na de klachtafhandeling zou verlopen. Dat Indigo de beslissing op haar klacht en de uitkomst van geagendeerd overleg heeft afgewacht, en vervolgens bleek dat maar een paar werkdagen resteerden, kan zij de Staat niet tegenwerpen. Overigens valt ook niet in te zien in welk concreet belang Indigo is geschaad, aangezien zij tijdig een vordering heeft ingesteld.”
6 leden
“Tijdens de zitting heeft Indigo nog als bezwaar tegen de gunningsbeslissing naar voren gebracht dat uit de conclusie van antwoord van de Staat blijkt dat de beoordelingsteams voor beide percelen uit 6 leden bestonden, terwijl dat er volgens Indigo 7 hadden moeten zijn. De voorzieningenrechter volgt Indigo daarin niet. Zoals de Staat terecht heeft opgemerkt, staat in het antwoord op vraag 29 van de Nota van Inlichtingen dat de leden van de 2 beoordelingsteams een vertegenwoordiging vormen van de zeven regionale afdelingen. Daarmee is niet gezegd dat de teams (dus) uit 7 beoordelaars per team moeten bestaan.”
De conclusie is dat Indigo niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beoordeling van de inschrijving van Indigo op perceel 2 ondeugdelijk is of dat er andere gronden bestaan voor de door Indigo gevorderde herbeoordeling. De vorderingen van Indigo zullen daarom worden afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 9 september 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl