Beslissing hoeft niet hetzelfde te zijn voor beide gemeenten (week 31 en 32)
in beroep gaan | samenvoeging | percelen
De ambtelijk gefuseerde gemeenten Amstelveen en Aalsmeer hebben een aanbesteding ingetrokken voor jeugdhulpverlening in hun gemeenten. [appellant] wil dat deze intrekking ongedaan wordt gemaakt en dat alsnog wordt overgegaan tot definitieve gunning. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Het hof is, anders dan de voorzieningenrechter, van oordeel dat het niet rechtens noodzakelijk is dat de beslissing op de vorderingen van [appellant] hetzelfde is ten aanzien van beide gemeenten. [appellant] behoefde dan ook niet de gemeente Aalsmeer in rechte te betrekken. (ECLI:NL:GHAMS:2026:2126, Gerechtshof Amsterdam, Datum uitspraak 14 juli 2026, Datum publicatie 31 juli 2026)
Feiten en omstandigheden
De ambtelijk gefuseerde gemeenten Amstelveen en Aalsmeer hebben een aanbesteding uitgeschreven voor jeugdhulpverlening in hun gemeenten. [appellant] heeft een voorlopige gunningsbeslissing verkregen onder voorbehoud van onder meer de voorwaarde van medewerking aan een Bibob onderzoek dat met een volledig positief resultaat moet worden doorlopen. Nadat [appellant] hierover vragen heeft gesteld, is de voorlopige gunning ingetrokken. De vorderingen van [appellant] strekken ertoe te bewerkstelligen dat deze intrekking ongedaan wordt gemaakt en dat alsnog wordt overgegaan tot definitieve gunning. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Zij heeft de door de gemeente Amstelveen opgeworpen exceptio plurium litis consortium (een juridisch verweer waarin de gedaagde stelt dat de eiser niet-ontvankelijk is omdat niet alle noodzakelijke partijen in de procedure zijn betrokken) gehonoreerd omdat de vorderingen naar haar oordeel zien op een processueel ondeelbare rechtsverhouding waarvan ook de, niet door [appellant] in rechte betrokken, gemeente Aalsmeer deel uitmaakt. Het hof komt tot een ander oordeel. Hij oordeelt dat er geen sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding en wijst de vorderingen van [appellant] gedeeltelijk toe. Het hof zegt o.a.:
Geen geografische percelen
“Het voorwerp van de aanbesteding is de Raamovereenkomst met betrekking tot jeugdhulp in de gemeenten Amstelveen en Aalsmeer. De aanbesteding kent geen geografische percelen, maar een perceelindeling gebaseerd op de verschillende soorten hulp die de gemeenten willen inkopen. Er is geen maximum gesteld aan het aantal jeugdhulpaanbieders dat kan worden geselecteerd. De gemeente Amstelveen fungeert als penvoerder van de aanbesteding en is in de Offerteaanvraag aangeduid als ‘Aanbestedende dienst/Aanbesteder’. ‘Opdrachtgever’ is ‘de gemeente Amstelveen én de gemeente Aalsmeer’. De Offerteaanvraag vermeldt dat beide gemeenten met de aanbesteding partijen beogen te contracteren die voor beide gemeenten jeugdhulp, zoals bedoeld in de Jeugdwet, willen uitvoeren. Niet in geschil is dat de colleges van burgemeester en wethouders van de twee gemeenten het bevoegd gezag zijn voor de verstrekking van de aanbestede jeugdhulp in de eigen gemeente. Niet blijkt dat de gemeente Aalsmeer deze bevoegdheden heeft gedelegeerd aan de gemeente Amstelveen. In de Offerteaanvraag is toegelicht dat de twee gemeente samenwerken bij de aanbesteding omdat zij ambtelijk zijn gefuseerd, wat inhoudt dat de ambtelijke apparaten vergaand samenwerken maar de gemeentebesturen apart zijn blijven voortbestaan. Beide gemeenten zijn partij bij de Raamovereenkomst. Daarin is geregeld dat beide gemeenten gerechtigd, maar niet verplicht zijn ‘nadere opdrachten’ af te geven aan de geselecteerde jeugdhulpverlener en dat de geselecteerde jeugdhulpverlener geen aanspraak kan maken op nadere opdrachten, maar verplicht is om de nadere opdrachten die hij krijgt uit te voeren in de gemeente Amstelveen of Aalsmeer.”
Ambtelijke fusie
“Voorshands leidt het aldus vanwege de ambtelijke fusie samen optrekken van de twee gemeenten bij de aanbesteding (die geen geografische perceelindeling kent) en het door H. Huitink in hoedanigheid van directeur, in de Raamovereenkomst aangeduid als Opdrachtgever sluiten van de Raamovereenkomst ertoe dat daarmee in één keer weliswaar gelijkluidende, maar geen gezamenlijke rechten en plichten van de twee gemeenten jegens de geselecteerde jeugdhulpverlener in het leven worden geroepen. De concrete verplichtingen van de geselecteerde jeugdhulpverleners worden vormgegeven door de nadere opdrachten die steeds afzonderlijk worden verstrekt door één van beide gemeenten, die elk zelfstandig verantwoordelijk zijn voor de jeugdhulp in hun gemeente en een afzonderlijk jeugdhulpbudget hebben. Iedere gemeente heeft het recht, maar niet de plicht nadere opdrachten te geven aan de geselecteerde jeugdhulpaanbieder om in de eigen gemeente jeugdhulp te verlenen. De executie van een toewijzende uitspraak op de vorderingen alleen tegen de gemeente Amstelveen zal voorshands niet tot executieproblemen leiden. De gemeente Amstelveen concretiseert die problemen niet. Ter zitting in hoger beroep is toegelicht dat het woonadres van de client die hulpverlening nodig heeft beslissend is, zodat eenvoudig kan worden vastgesteld of het gaat om jeugdhulpverlening waarvoor de gemeente Amstelveen verantwoordelijk is.”
Uitvoering raamovereenkomst
“Wat de gemeente Amstelveen aanvoert over de manier waarop de uitvoering van de Raamovereenkomst en (het verstrekken van) de nadere opdrachten aan jeugdhulpverleners is vormgegeven, leidt niet tot een ander oordeel. De stelling van de gemeente Amstelveen in dit verband dat, wanneer een jeugdhulpverlener die onder de Raamovereenkomst de opdracht/ mogelijkheid krijgt jeugdhulp in Aalsmeer te leveren, de gemeente Aalsmeer dat niet kan weigeren, strookt niet met de in dit opzicht duidelijke tekst van de Raamovereenkomst en kan – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – niet tot een ander oordeel leiden.”
Het hof is dan ook, anders dan de voorzieningenrechter, voorshands van oordeel dat het niet rechtens noodzakelijk is dat de beslissing op de vorderingen van [appellant] hetzelfde is ten aanzien van beide gemeenten. [appellant] behoefde dan ook niet de gemeente Aalsmeer in rechte te betrekken.
VdLC publishers/consultants BV, 13 augustus 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl