Dienstverleningsovereenkomst ten onrechte niet Europees aanbesteed (week 35)
Aanbestedingsplicht | quasi-inbesteding
Sportfondsen Groep voert aan dat NV SRO onrechtmatig tegenover haar handelt, omdat zij gemeenten ten onrechte voorhoudt dat zij de opdracht tot beheer en exploitatie van sportaccommodaties niet Europees hoeft aan te besteden als zij een samenwerking aangaan met NV SRO. De rechter verklaart voor recht dat de Beheer- en exploitatieovereenkomst en de Dienstverleningsovereenkomst door SRO Stichtse Vecht aan SRO Servicecentrum ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed en onrechtmatig één op één zijn gegund en verbiedt NV SRO om publiekelijk kenbaar te maken dat bij toepassing van haar samenwerkingsconstructie geen Europese aanbestedingsprocedure nodig zou zijn. (ECLI:NL:RBMNE:2026:3732, Rechtbank Midden-Nederland, Datum uitspraak 17 juni 2026, Datum publicatie 28 augustus 2026)
Feiten en omstandigheden
Sportfondsen Groep en Optisport Exploitaties zijn (via hun dochtermaatschappijen) beheerders en exploitanten van gemeentelijke sportaccommodaties van de gemeente Stichtse Vecht. Zij verkrijgen hun opdracht via een door een gemeente gevoerde aanbestedingsprocedure. NV SRO is in 1997 door Gemeente Amersfoort opgericht. Gemeente Amersfoort heeft toen haar eigen dienst “Sport, Recreatie en Onderwijsvoorzieningen” (SRO) ondergebracht in NV SRO. Gemeente Haarlem is in 2008 als aandeelhouder tot NV SRO toegetreden, omdat deze gemeente haar eigen dienst “Sport en Recreatie” wilde verzelfstandigen en professionaliseren. De Gemeente Amersfoort en de Gemeente Haarlem houden vanaf dat moment ieder 50% van de aandelen in het kapitaal van NV SRO. NV SRO communiceert naar gemeenten dat het niet nodig is om een aanbestedingsprocedure voor het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties te organiseren, omdat deze samenwerkingsconstructie volgens haar kwalificeert als een quasi inbesteding. Sportfondsen Groep e.a. voert aan dat NV SRO onrechtmatig tegenover haar handelt, omdat zij gemeenten ten onrechte voorhoudt dat zij de opdracht tot beheer en exploitatie van sportaccommodaties niet Europees hoeft aan te besteden als zij een samenwerking aangaan met NV SRO. Het oordeel van de rechter:
Geen verplichting tot uitbesteding
“Er rust op de aanbestedende dienst geen verplichting om een overheidsopdracht of een concessieopdracht uit te besteden (door het organiseren van een aanbestedingsprocedure). Een aanbestedende dienst mag een overheidsopdracht of een concessieopdracht ook zelf uitvoeren (zuiver inbesteden) of door een andere rechtspersoon laten uitvoeren als ware het een eigen dienstonderdeel (quasi inbesteden). Quasi inbesteden is alleen toegestaan als aan de vereisten zoals genoemd in artikel 2.24 a (verticale samenwerking), 2.24 b (gezamenlijke gecontroleerde rechtspersoon), of 2.24 c (samenwerkingsverband aanbestedende diensten) Aw 2012 is voldaan. Deze artikelen zijn gelet op artikel 2.25a Aw13 van overeenkomstige toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten.”
Een ferme grip
Gemeente Stichtse Vecht hebben onvoldoende onderbouwd dat wordt voldaan aan het vereiste zoals genoemd in 4.16 onder 2. Sterker, uit hun eigen standpunt over de verhouding tussen Gemeente Stichtse Vecht en NV SRO volgt dat dit niet het geval is. Gemeente Stichtse Vecht e.a. hebben in 3.3. van hun pleitnota het volgende aangevoerd:
‘De Gemeente heeft als eigenaar een ferme grip op SRO Stichtse Vecht. De Gemeente bepaalt op welke wijze zij wil dat invulling wordt gegeven aan haar beleid. De Gemeente bepaalt wat van belang is en de directie voert dat uit en moet daar rekening en verantwoording aan de Gemeente voor afleggen.’
‘Stemt de Gemeente niet in, dan komt er geen besluit tot stand. Het jaarplan, het beleidsplan, de winstbestemming, de jaarrekening, voor alles heeft de Directie van SRO Stichtse Vecht de Gemeente nodig.’
Geen beslissende invloed
“NV SRO (de Directie van SRO Stichtse Vecht) houdt weliswaar via haar bestuurderstaak en aandeelhouderschap toezicht op SRO Stichtse Vecht. NV SRO heeft echter, zoals uit deze geciteerde passage valt op te maken, geen beslissende invloed op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van SRO Stichtse Vecht (de gecontroleerde rechtspersoon). Het komt erop neer dat NV SRO moet doen wat Gemeente Stichtse Vecht wil. NV SRO moet het beleid van de Gemeente Stichtse Vecht uitvoeren en voor elk belangrijk besluit heeft zij de Gemeente Stichtse Vecht nodig. Stemt de Gemeente Stichtse Vecht niet in dan komt er geen besluit tot stand. In feite oefent Gemeente Stichtse Vecht dus alleen het toezicht uit op SRO Stichtse Vecht. Van het vereiste “gezamenlijke” toezicht is daarom geen sprake. Het is overigens ook begrijpelijk dat wat Gemeente Stichtse Vecht wil leidend is. Het gaat immers om het beheer en de exploitatie van haar binnensportaccommodaties en NV SRO heeft daarin slechts een adviserende rol. Dat is ook waarom NV SRO naar eigen zeggen de samenwerkingsconstructie heeft opgezet.”
Geen sprake van quasi-inbesteding
“Het voorgaande brengt mee dat ook geen sprake is van een quasi inbesteding zoals bedoeld in artikel 2.24b Aw 2012 bij de gunning van de Dienstverleningsovereenkomst door SRO Stichtse Vecht aan SRO Servicecentrum. De Dienstverleningsovereenkomst is immers door haar inhoud onlosmakelijk verbonden met de Beheer- en exploitatieovereenkomst. De Dienstverleningsovereenkomst is immers ten behoeve van het beheer en de exploitatie van accommodaties en/of de bedrijfsvoering van SRO Stichtse Vecht gesloten. Het voorgaande betekent dat de Beheer- en exploitatieovereenkomst en de Dienstverleningsovereenkomst Europees hadden moeten worden aanbesteed. De uitzonderingssituatie dat sprake is van quasi inbesteding zoals bedoeld in artikel 2.24b Aw 2012 doet zich immers niet voor.”
De rechtbank verklaart voor recht dat de Beheer- en exploitatieovereenkomst en de Dienstverleningsovereenkomst ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed en onrechtmatig één op één zijn gegund en verbiedt NV SRO om publiekelijk kenbaar te maken dat bij toepassing van haar samenwerkingsconstructie geen Europese aanbestedingsprocedure nodig zou zijn.
VdLC publishers/consultants BV, 2 september 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl