Eis niet in strijd met wettelijke regeling technische specificaties (week 31 en 32)
technische specificaties
Op 6 februari 2026 heeft de gemeente Rotterdam op Mercell de Europese openbare aanbestedingsprocedure ‘Betonnen tegels’ aangekondigd. Heros heeft aan de gemeente vragen (gesteld over het niet-toestaan van het gebruik van secundaire materialen afkomstig uit de verbranding van huishoudelijk afval (oftewel AEC-granulaat). De rechter concludeert dat de gemeente met eis 56 PvE niet in strijd met de wettelijke regeling voor technische specificaties heeft gehandeld (artikelen 2.75 en 76 Aw). Binnen de opdracht blijft de gelijke toegang voor de inschrijvers met deze eis gewaarborgd. (ECLI:NL:RBROT:2026:8937, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 21 juli 2026, Datum publicatie 31 juli 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 6 februari 2026 heeft de gemeente Rotterdam op Mercell de Europese openbare aanbestedingsprocedure ‘Betonnen tegels’ aangekondigd. Heros heeft in de NvI 1 aan de gemeente vragen (10 tot en met 44) gesteld over het niet-toestaan van het gebruik van secundaire materialen afkomstig uit de verbranding van huishoudelijk afval (oftewel AEC-granulaat). De antwoorden op die vragen achtte Heros niet toereikend om welke reden zij in de NvI 2 vervolgvragen 2 tot en met 34 heeft gesteld. Ook de antwoorden op die vragen achtte zij ontoereikend, waarna zij op 3 april 2026 een klacht heeft ingediend bij het Meldpunt Klachtenafhandeling Aanbesteden van de gemeente over de uitsluiting van het gebruik van AEC-granulaat. Eerder, in een vergelijkbare aanbestedingskwestie waarin door de gemeente het gebruik van AEC-granulaat in te leveren betonstraatstenen niet was toegestaan, heeft Heros ook een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt. Die procedure heeft geleid tot het kortgedingvonnis van 29 oktober 2025. In dat vonnis zijn de vorderingen van Heros afgewezen, kort gezegd, omdat de gemeente met het verbod op het gebruik van AEC-granulaat in betonstraatstenen niet in strijd met de wettelijke regeling voor technische specificaties heeft gehandeld noch in strijd met een aantal in het vonnis gespecificeerde beginselen van het aanbestedingsrecht. Heros is van het vonnis van 29 oktober 2025 in hoger beroep gegaan. De zaak in hoger beroep staat voor arrest. Een bodemprocedure is niet aanhangig gemaakt.
Op 30 december 2025 is het Circulair Materialenplan (CMP) ter uitvoering van de circulaire ambities van de Rijksoverheid in werking getreden. Het CMP is gewijzigd op 1 april 2026. In de brieven van 2 december 2025 en 13 maart 2026 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de brief van 23 april 2026 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is de visie van de Rijksoverheid over het CMP, het gebruik van o.a. bodem-as en de bevoegdheden van decentrale overheden in dat verband, nader toegelicht. Heros vordert de gemeente te verbieden een gunningbeslissing te nemen in de aanbesteding en over te gaan tot gunning van een overeenkomst in de aanbesteding. Het oordeel van de rechter:
AEC-granulaat
“Partijen twisten in het kader van de toepasselijkheid van het CMP over de vraag of de betonnen tegels van Heros gecertificeerde, gewassen betonnen tegels met AEC-granulaat zijn. De voorzieningenrechter gaat er voorshands vanuit dat dit het geval is. Dat de Rijksoverheid AEC-granulaat toelaatbaar en als toevoeging in dergelijke betontegels toepasbaar acht (en dus kennelijk niet riskant voor de volksgezondheid etc.) doet echter niet af aan de toegestane eigen afweging van de gemeente als aanbestedende dienst die een specifiek doel nastreeft. Het CMP, en het beleid waarop Heros zich beroept, geven regels waaraan de gemeente zich heeft te houden in haar hoedanigheid van bevoegd gezag in bestuursrechtelijke zin, in het bijzonder in het kader van verlening van vergunningen of ontheffingen bijvoorbeeld op grond van de Omgevingswetgeving en de Afvalstoffenwetgeving. Dat is een wezenlijk andere hoedanigheid dan die van aanbestedende dienst, die een overeenkomst betreffende levering van betonnen tegels in de markt zet. Uit de omstandigheid dat het CMP meebrengt dat het gebruik van gecertificeerde, gewassen betonnen tegels met AEC-granulaat kan worden toegestaan, vloeit niet voort dat de gemeente als aanbestedende dienst ook verplicht is om bij haar inkoopopdracht een aanbieder van dergelijke tegels te laten meedingen. Er is verder (ook) geen sprake van een algemeen verbod of een beperking met algemene gelding.”
Niet in strijd met wettelijke regeling
“Gelet op dit alles kan niet worden geconcludeerd dat de gemeente met eis 56 PvE in strijd met de wettelijke regeling voor technische specificaties heeft gehandeld (artikelen 2.75 en 76 Aw). Binnen de opdracht blijft de gelijke toegang voor de inschrijvers met deze eis gewaarborgd. Het hanteren van eis 56 PvE leidt ook niet tot ongerechtvaardigde belemmeringen in de openstelling van de opdracht voor mededinging (artikel 2.75 lid 6 Aw). Het staat iedere fabrikant van betonnen tegels immers vrij om betonnen tegels (te ontwikkelen en) te leveren zonder AEC-granulaat en daarmee aan eis 56 PvE te voldoen. Hoewel het niet-toestaan van AEC-granulaat in de in te kopen betonnen tegels gevolgen heeft voor Heros als leverancier van AEC-granulaat, creëert de gemeente met het uitsluiten van AEC-granulaat geen kunstmatige beperking van de concurrentie en evenmin een ongelijke behandeling. Het gaat immers om de inschrijvers en aan hen worden gelijke kansen geboden. Ook is het vrij verkeer van goederen niet in het geding. Er wordt geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit gemaakt. Tegels met AEC-granulaat mogen, of zij nu in Nederland of elders in de Unie in het verkeer zijn gebracht, in Rotterdam gewoon verhandeld en toegepast worden. De gemeente stelt slechts in deze aanbesteding ten behoeve van een individuele inkoopbehoefte die onderdeel is van een overeenkomst tussen de gemeente als opdrachtgever en een leverancier van betonnen tegels als opdrachtnemer als technische specificatie dat AEC-granulaat als secundair materiaal niet mag worden toegepast in de te leveren betonnen tegels. Daarmee wordt in dit geval de waarde en de doelstelling van openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging niet ondermijnd.”
VdLC publishers/consultants BV, 13 augustus 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl