Epsilon heeft zich niet aan Knipscheer gecommitteerd voor realisatiefase (week 31 en 32)
Onderaannemer | Bouwteam
Epsilon heeft ingeschreven op een aanbesteding voor de opwaardering van enkele tramhaltes van de provincie Utrecht. Knipscheer heeft input geleverd op het concept-aanbestedingsdocument van Epsilon en is mee geweest naar het interview met de provincie. Partijen twisten over de vraag of Epsilon en Knipscheer hebben afgesproken dat Epsilon Knipscheer ook in de realisatiefase van het project zou betrekken. Uit e-mails tussen partijen van 3 en 4 maart 2022 volgt volgens het hof weliswaar dat het uitgangspunt van partijen was dat zij zowel in de bouwteamfase als in de realisatiefase zouden gaan samenwerken als Epsilon de aanbesteding zou winnen, maar dit uitgangspunt betekent naar het oordeel van het hof niet dat Epsilon zich heeft gecommitteerd om Knipscheer hoe dan ook in de realisatiefase te betrekken. (ECLI:NL:GHARL:2026:4588, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Datum uitspraak 14 juli 2026, Datum publicatie 6 augustus 2026)
Feiten en omstandigheden
Epsilon heeft ingeschreven op een aanbesteding voor de opwaardering van enkele tramhaltes van de provincie Utrecht. Knipscheer heeft input geleverd op het concept-aanbestedingsdocument van Epsilon en is mee geweest naar het interview met de provincie. Het project is aan Epsilon gegund. Het project bestaat uit een bouwteamfase en een realisatiefase. Knipscheer heeft in de bouwteamfase onderdeel uitgemaakt van het team van Epsilon. Partijen twisten over de vraag of Epsilon en Knipscheer hebben afgesproken dat Epsilon Knipscheer ook in de realisatiefase van het project zou betrekken en, als dat niet zo is, of Knipscheer er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat die afspraak er zou komen. De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen. Het hof zegt o.a.:
Geen overeenkomst realisatiefase
“Het hof is van oordeel dat tussen Knipscheer en Epsilon geen (voorwaardelijke) overeenkomst voor de realisatiefase tot stand is gekomen. De afspraak tussen Knipscheer en Epsilon is neergelegd in de opdrachtbrief van 7 september 2022 en luidt – voor zover relevant – als volgt: “De opdrachtverstrekking beperkt zich tot de Bouwteamfase en het uitbrengen van een aanbieding voor de Realisatiefase als gevolg van het feit dat Epsilon Cities op dit moment ook enkel opdracht heeft voor de Bouwteamfase.” Over dit deel van de afspraak zijn partijen het in principe eens: (i) Epsilon schakelt Knipscheer in voor de bouwteamfase en (ii) Knipscheer mag een aanbieding uitbrengen voor de realisatiefase.”
Te weinig aanknopingspunten
“De vraag is hoe de volgende zin moet worden geduid: “Nadat er tussen Epsilon Cities en de provincie Utrecht een overeenkomst tot stand is gekomen voor de Realisatiefase, zal er een verbintenis tot stand komen tussen Knipscheer Rail- Infra en Epsilon Cities voor de Realisatiefase.” Knipscheer leidt uit deze passage af dat zij daarmee (voorwaardelijk) opdracht heeft gekregen voor de realisatiefase. Deze lezing correspondeert inderdaad met de letterlijke tekst van die passage. Deze passage staat echter niet op zichzelf en moet onder meer in de context van de gehele opdrachtbrief en tegen de achtergrond van de verdere verhouding tussen partijen worden bezien. Naar het oordeel van het hof dient de afspraak tussen partijen daarom zo te worden begrepen dat – indien partijen het eens zouden worden over de aanbieding voor de realisatiefase – zij ook voor die fase een overeenkomst zullen sluiten (als Epsilon de opdracht van de provincie zou krijgen). Uit e-mails tussen partijen van 3 en 4 maart 2022 volgt weliswaar dat het uitgangspunt van partijen was dat zij zowel in de bouwteamfase als in de realisatiefase zouden gaan samenwerken als Epsilon de aanbesteding zou winnen, maar dit uitgangspunt betekent naar het oordeel van het hof niet dat Epsilon zich heeft gecommitteerd om Knipscheer hoe dan ook in de realisatiefase te betrekken. Een dergelijke lezing zou er immers in feite op neerkomen dat Epsilon ongeacht de passendheid van de aanbieding van Knipscheer, met Knipscheer in zee zou moeten gaan voor de realisatiefase. Voor die uitleg ziet het hof te weinig aanknopingspunten.”
Epsilon mocht onderhandelingen afbreken
Ten slotte kan de stelling van Knipscheer dat Epsilon de onderhandelingen op oneigenlijke gronden heeft gestaakt en de aanbieding van Knipscheer zonder onderbouwing heeft afgewezen niet tot een toewijzing van haar vorderingen leiden. Uit de communicatie tussen partijen naar aanleiding van de eerste aanbieding in november 2022 en de tweede aanbieding in februari 2023 blijkt dat en waarom Epsilon van mening was dat de door Knipscheer gedane aanbiedingen niet passend waren. Anders dan Knipscheer stelt, is Epsilon niet gehouden te bewijzen dat daadwerkelijk een goedkopere offerte van een andere aannemer voorhanden was. Het is aan Knipscheer om aan te tonen dat het afbreken van de onderhandelingen door Epsilon onrechtmatig was en daarin is zij – zoals hiervoor uiteengezet - naar het oordeel van het hof niet geslaagd.
VdLC publishers/consultants BV, 13 augustus 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl