Gebreken zijn te principieel en omvangrijk (week 33)
De beoordeling van de kwaliteit | heraanbesteding
Bij een Europese aanbesteding voor het uitvoeren van WMO- en leerlingenvervoer van de Gemeente Cappelle aan de IJssel vindt Transvision dat de Gemeente afwijkt van haar eigen beoordelingssystematiek, dat de Gemeente haar inschrijving op drie onderdelen onjuist heeft beoordeeld en dat de Gemeente heeft nagelaten de kenmerken en relatieve voordelen van de winnende inschrijving kenbaar te maken. De rechter is van oordeel dat de gebreken die samenhangen met eis 39 niet kunnen worden hersteld door de inschrijving van Transvision (en eventueel alle andere inschrijvingen) opnieuw te beoordelen. Daarvoor zijn de gebreken te principieel en omvangrijk. Er rest dan ook meer één uitkomst: de Gemeente zal de Opdracht opnieuw moeten aanbesteden in het geval dat zij de Opdracht nog steeds wil vergunnen.” (ECLI:NL:RBROT:2026:9313, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 29 juli 2026, Datum publicatie 10 augustus 2026)
Feiten en omstandigheden
De Gemeente Cappelle aan den IJssel heeft een Europese openbare aanbesteding voor het uitvoeren van WMO- en leerlingenvervoer gepubliceerd via TenderNed (de Opdracht). De Gemeente heeft het voornemen om de Opdracht te gunnen aan De Vier Gewesten B.V. (DVG). Transvision kan zich niet vinden in dat voornemen. Zij stelt zich op het standpunt dat de Gemeente afwijkt van haar eigen beoordelingssystematiek, dat de Gemeente haar inschrijving op drie onderdelen onjuist heeft beoordeeld en dat de Gemeente heeft nagelaten de kenmerken en relatieve voordelen van de winnende inschrijving kenbaar te maken. De Gemeente voert verweer. De voorzieningenrechter wijst de subsidiaire vordering van Transvision toe. Het oordeel van de rechter:
Klachten
“Eis 147 schrijft onder meer voor dat klachten inhoudelijk worden beantwoord en afgehandeld binnen maximaal tien werkdagen na ontvangst. Als dat niet mogelijk blijkt, moet de vervoersgerechtigde binnen deze termijn schriftelijk worden geïnformeerd onder vermelding van een gemotiveerde toelichting en een nieuwe redelijke termijn van maximaal twintig werkdagen waarbinnen de klacht alsnog inhoudelijk wordt afgehandeld. Transvision heeft in haar inschrijving toegezegd dat 95% van de klachten binnen twee werkdagen wordt afgehandeld en dat 100% van de klachten binnen vijf werkdagen wordt afgehandeld. Dit is dus ruimschoots binnen de door de Gemeente geëiste termijn van maximaal tien werkdagen. Dat Transvision in haar inschrijving ook verwijst naar een maximale (PvE)-termijn voor klachtafhandeling van 21 werkdagen, wekt niet de indruk van een verkeerde uitleg of interpretatie van eis 147 maar lijkt op een rekenfout/verschrijving. De maximale termijn voor klachtafhandeling is immers dertig werkdagen (een initiële termijn van maximaal tien werkdagen plus een extra termijn van maximaal twintig werkdagen). Met de door Transvision genoemde (foutieve) maximale termijn van 21 werkdagen blijft Transvision dus onder het daadwerkelijke door de Gemeente gestelde maximum. Bovendien volgt uit de rest van de inschrijving van Transvision dat deze termijn slechts onder uitzonderlijke omstandigheden geldt en dat het uitgangspunt blijft dat 100% van de klachten binnen vijf werkdagen is afgehandeld (en 95% nog sneller).”
Niet aannemelijk
“Het standpunt van de Gemeente dat de beoordeling op subgunningscriterium G4 niet negatief is beïnvloed door de opmerking dat Transvision eis 147 verkeerd zou hebben beschreven of geïnterpreteerd, komt niet aannemelijk voor. Transvision heeft op dat subgunningscriterium niet de maximale score behaald, terwijl Transvision onweersproken heeft gesteld dat los van de opmerking over eis 147 in de beoordeling van subgunningscriterium G4 geen minpunten staan benoemd. Het valt dan ook niet in te zien waarom Transvision, als de opmerking over eis 147 wordt weggedacht, geen hogere score zou hebben behaald op subgunningscriterium G4.”
Opnieuw aanbesteden
“De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gebreken die samenhangen met eis 39 niet, althans onvoldoende kunnen worden hersteld door de inschrijving van Transvision (en eventueel alle andere inschrijvingen) opnieuw te beoordelen. Daarvoor zijn de gebreken te principieel en omvangrijk. Dit geldt te meer doordat ze betrekking hebben op de beoordeling op het zwaarst wegende subgunningscriterium G3. Bovendien valt voor de voorzieningenrechter (en Transvision) niet te controleren of de Gemeente andere inschrijvingen die naar haar mening niet aan het Programma van Eisen voldoen op grond van een proportionaliteitstoets toch – ten onrechte – inhoudelijk heeft beoordeeld. Er rest dan ook meer één uitkomst: de Gemeente zal de Opdracht opnieuw moeten aanbesteden in het geval dat zij de Opdracht nog steeds wil vergunnen.”
VdLC publishers/consultants BV, 20 augustus 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl