Geen sprake van belangenverstrengeling bij aanbesteding Human Training Centrifuge (week 35)
Integriteit | beoordeling van de kwaliteit
Het ministerie van Defensie heeft ten behoeve van het Centrum voor Mens en Luchtvaart (CML) een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor een nieuwe Human Training Centrifuge. Volgens ETC roept de betrokkenheid van MultiSim bij de inschrijving van JFJ, omdat Defensie nauw samenwerkt met MultiSim aan diverse trainings- en simulatiesystemen, vragen op over ‘de integriteit en de gelijkwaardigheid van de aanbestedingsprocedure’. De rechter is van oordeel dat ETC onvoldoende objectieve gegevens heeft aangedragen op basis waarvan de schijn van het bestaan van een belangenconflict kan worden aangenomen. Niet gebleken is immers van het bestaan van concrete aanwijzingen dat Defensie MultiSim op enigerlei wijze heeft betrokken bij de voorbereiding van deze aanbesteding, bijvoorbeeld bij het bepalen en formuleren van de technische specificaties en de beoordelingscriteria. (ECLI:NL:RBDHA:2026:23833, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 19 augustus 2026, Datum publicatie 24 augustus 2026)
Feiten en omstandigheden
Het ministerie van Defensie heeft ten behoeve van het Centrum voor Mens en Luchtvaart (CML) een Europese aanbestedingsprocedure (mededingingsprocedure met onderhandeling) georganiseerd voor zowel de levering en het onderhoud van een nieuwe Human Training Centrifuge (‘HTC’) als de bouw van een nieuw gebouw voor deze HTC. ETC, JFJ en AMST-Aviation B.V. hebben zich in de selectiefase aangemeld. Defensie heeft deze drie partijen vervolgens geselecteerd om deel te nemen aan de onderhandelings- en gunningsfase. Van die selectiebeslissing heeft Defensie de geselecteerde partijen op 29 juli 2025 op de hoogte gesteld. Op 30 september 2025 heeft een ‘site survey’ plaatsgevonden, waarbij ETC, JFT en AMST aanwezig waren. Deze drie geselecteerde partijen hebben een voorlopige inschrijving (‘initial bid’) ingediend. Defensie heeft vervolgens één-op-één met deze partijen onderhandeld. ETC, JFJ en AMST hebben tijdig hun BAFO (red: Best And Final Offer) ingediend. Defensie heeft op 12 maart 2026 verificatievragen aan ETC gesteld. ETC heeft deze verificatievragen op 19 maart 2026 beantwoord. Op 8 april 2026 heeft Defensie aan ETC bericht dat a) JFJ de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan, b) de inschrijving van ETC op een tweede plaats is geëindigd en c) dat zij voornemens is om de Opdracht aan JFJ te gunnen. ETC heeft bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing van 8 april 2026. Naar aanleiding van dit bezwaar heeft Defensie de gunningsbeslissing van 8 april 2026 op 1 mei 2026 ingetrokken en een nieuwe gunningsbeslissing genomen. In die nieuwe gunningsbeslissing valt te lezen dat ETC niet de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan en dat Defensie voornemens is om de Opdracht aan JFJ te gunnen. Bij e-mail van 4 juni 2026 heeft mr. Heemskerk namens ETC de advocaten van Defensie verzocht om binnen één week duidelijkheid te verschaffen over de betrokkenheid van MultiSim B.V. bij de inschrijving van JFJ. Meer in het bijzonder heeft ETC verzocht duidelijk te maken of, en zo ja in welke hoedanigheid, MultiSim een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de inschrijving van JFJ en hoe Defensie in dat geval de onafhankelijkheid van de beoordeling heeft gewaarborgd. ETC heeft daarbij te kennen gegeven dat bij haar de indruk is ontstaan dat voorafgaand aan of tijdens de tender een voorkeur bij Defensie bestond voor een bepaalde oplossing. In dat licht roept volgens ETC de betrokkenheid van MultiSim bij de inschrijving van JFJ – mede vanwege het feit dat Defensie nauw samenwerkt met MultiSim aan diverse trainings- en simulatiesystemen – vragen op over ‘de integriteit en de gelijkwaardigheid van de aanbestedingsprocedure’. ETC vordert Defensie te verbieden om op basis van de tweede gunningsbeslissing met de beoogde opdrachtnemer te contracteren. Het oordeel van de rechter:
Onpartijdigheid
“Het meest verstrekkende betoog van ETC is dat Defensie tot een heraanbesteding moet overgaan omdat de onpartijdigheid onvoldoende is gewaarborgd. De voorzieningenrechter zal dit betoog dan ook als eerste beoordelen. ETC stelt in dat verband dat zij voldoende objectieve gegevens heeft aangedragen die het gestelde vermoeden van een belangenconflict onderbouwen. Defensie heeft volgens ETC onvoldoende transparantie betracht en daarmee het gestelde vermoeden van een belangenconflict niet ontkracht. De voorzieningenrechter volgt ETC in dit betoog niet.”
Geen voorkeur voor software van MultiSim
“De voorzieningenrechter is van oordeel dat ETC onvoldoende objectieve gegevens heeft aangedragen op basis waarvan in deze aanbesteding de schijn van het bestaan van een belangenconflict kan worden aangenomen. Dit betekent dat op Defensie niet een verplichting rust om (verdergaande) maatregelen te nemen om een belangenconflict te voorkomen, te onderkennen en op te lossen. Daartoe is het volgende van belang. ETC stelt – samengevat – dat Defensie in deze aanbesteding van meet af aan een voorkeur heeft gehad voor een inschrijver die (gezamenlijk) met (een product van) MultiSim zou inschrijven. JFJ heeft – naar inmiddels duidelijk is geworden – ingeschreven met MultiSim als softwareleverancier en het heeft er volgens ETC alle schijn van dat Defensie de Opdracht om die reden voorlopig aan JFJ heeft gegund. Ter onderbouwing van die stelling heeft ETC in de eerste plaats verwezen naar een eerdere versie van het PvE en de Compliancy Matrix, waarin Defensie producten van MultiSim dwingend voorschreef als vereiste software voor het visuele systeem van de HTC. Defensie heeft ter zitting toegelicht dat MultiSim eerder simulatoren heeft geleverd van F-16 en F-35 vliegtuigen, die piloten voor trainingsdoeleinden bij CML gebruiken. Volgens Defensie is in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure verkend of die door MultiSim geleverde simulatoren kunnen worden gekoppeld aan de nieuw te bouwen HTC, zodat piloten in die simulatoren en piloten in de HTC gelijktijdig dezelfde virtuele vlucht kunnen uitvoeren. Met het oog hierop is volgens Defensie aanvankelijk het softwareprogramma van MultiSim dwingend in de aanbestedingsstukken voorgeschreven. Volgens Defensie is vervolgens al vrij snel besloten dat voor de Nederlandse luchtmacht een basisvorm van de HTC volstond en is van de aanvankelijk verlangde koppeling afgezien. Sindsdien is er volgens Defensie geen sprake meer van een voorkeur voor de software van MultiSim.”
Onvoldoende grond voor betrokkenheid MultiSim
“De omstandigheid dat JFJ heeft ingeschreven met MultiSim als softwareleverancier en de omstandigheid dat tussen JFJ en MultiSim sprake is van een structurele samenwerking, bieden evenmin een objectief aanknopingspunt voor het aannemen van die schijn. Niet gebleken is immers van het bestaan van concrete aanwijzingen dat Defensie MultiSim op enigerlei wijze heeft betrokken bij de voorbereiding van deze aanbesteding, bijvoorbeeld bij het bepalen en formuleren van de technische specificaties en de beoordelingscriteria. Namens de Staat is tijdens de mondelinge behandeling ook expliciet te kennen gegeven dat deze betrokkenheid er niet is geweest. Om die reden kan niet worden aangenomen dat JFJ, die met MultiSim als softwareleverancier heeft ingeschreven, via MultiSim een ongeoorloofde informatievoorsprong heeft gehad ten opzichte van de overige inschrijvers. Ook het feit dat Defensie en MultiSim in het kader van andere projecten met elkaar samenwerken dan wel hebben gewerkt en het feit dat zij zijn gevestigd op dezelfde campus, leveren, bij gebreke van enige aanwijzing van betrokkenheid van MultiSim bij het in de markt zetten van de onderhavige aanbesteding, onvoldoende grond op om ETC in haar betoog te kunnen volgen.”
VdLC publishers/consultants BV, 2 september 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl