Intrekking minicompetitie Cisco-apparatuur niet onrechtmatig (week 31 en 32)
minicompetitie | wijziging gunningscriteria
De Staat heeft na een in 2024 gehouden aanbesteding een raamovereenkomst (ROAD2023 Netwerken, Raamovereenkomst Arbit-2022) gesloten met vier partijen, waaronder Computacenter en Protinus. Op 11 mei 2026 heeft de Staat aan de inschrijvers meegedeeld dat de minicompetitie voor de levering van Cisco-apparatuur wordt ingetrokken. De rechter zegt dat de Staat in de intrekkingsbeslissing duidelijke redenen heeft meegedeeld voor zijn beslissing. De als eerst genoemde reden, dat in de uitvraag een andere berekeningsmethode voor het opslagpercentage is gehanteerd dan in de raamovereenkomst (ROK) is vastgelegd, rechtvaardigt naar het oordeel van de rechter al de intrekking door de Staat van de minicompetitie. (ECLI:NL:RBDHA:2026:21394, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 3 juli 2026, Datum publicatie 31 juli 2026)
Feiten en omstandigheden
De Staat heeft na een in 2024 gehouden aanbesteding een raamovereenkomst (ROAD2023 Netwerken, Raamovereenkomst Arbit-2022) gesloten met vier partijen, waaronder Computacenter en Protinus. De raamovereenkomst heeft betrekking op het leveren van producten, diensten en software binnen netwerk(beveiligings)infrastructuur aan een deelnemers van diverse ministeries.
Omdat de markt waarop de aanbesteding ziet zich kenmerkt door veel verschillende fabrikanten en distributeurs en veel verschillende productlijnen en prijzen die voortdurend veranderen, hanteerde de Staat in het kader van de aanbesteding een systematiek, waarbij de officiële prijslijsten van fabrikanten en distributeurs het uitgangspunt zijn (‘listprijzen’). Inschrijvers concurreren met elkaar door minimale kortingspercentages te geven op de listprijs op basis van de productgroepen en een maximaal opslagpercentage in te dienen voor hun commerciële dienstverlening. Dat opslagpercentage wordt gerekend over de prijs van de fabrikant of de distributeur.
Op 11 mei 2026 heeft de Staat aan de inschrijvers meegedeeld dat de minicompetitie voor de levering van Cisco-apparatuur wordt ingetrokken. De Staat heeft dit als volgt gemotiveerd:
‘In de uitvraag is een andere berekeningsmethode voor het opslagpercentage gehanteerd dan in de raamovereenkomst (ROK) is vastgelegd, althans dat is voor meerdere uitleg vatbaar gebleken.’
De Staat beschouwt dit als een ernstig gebrek in de uitvraag waardoor de ontvangen inschrijvingen niet (voldoende) onderling vergelijkbaar zijn. Om die reden ziet de Staat geen andere mogelijkheid dan intrekking van deze minicompetitie en over te gaan tot heraanbesteding waarbij de inschrijvers opnieuw zal worden verzocht in te schrijven.
In zaak 1 wil Computacenter dat de rechter de Staat verbiedt om op basis van de huidige motivering de minicompetitie in te trekken en tot heraanbesteding van de opdracht over te gaan zolang de huidige minicompetitie niet volledig is doorlopen.
In zaak 2 vordert Protinus de Staat te verbieden gevolg te geven aan de intrekkingsbeslissing, de Staat te gebieden de aanbesteding voort te zetten in de staat waarin deze zich daarvoor bevond en de Staat te verbieden tot heraanbesteding van de opdracht over te gaan.
Het oordeel van de rechter:
Croce-Amica
“Bij die beoordeling gelden de maatstaven zoals die volgen uit het ‘Croce Amica’- arrest. In dat arrest is de vrijheid van de Staat om een aanbesteding in te trekken bevestigd, als hij daarbij tenminste de beginselen van gelijke behandeling en transparantie in acht neemt. Het Hof heeft verder de regel bevestigd dat de aanbestedende dienst niet slechts in uitzonderlijke gevallen van het plaatsen van een overheidsopdracht kan afzien en dat het besluit daartoe niet noodzakelijkerwijs op gewichtige redenen behoeft te berusten. De rechter moet integraal (vol) toetsen of de intrekking van de aanbestedingsprocedure rechtmatig is.”
Wezenlijk andere berekeningsmethodiek
“De voorzieningenrechter overweegt dat de Staat in de intrekkingsbeslissing duidelijke redenen heeft meegedeeld voor zijn beslissing. De als eerst genoemde reden, dat in de uitvraag een andere berekeningsmethode voor het opslagpercentage is gehanteerd dan in de raamovereenkomst (ROK) is vastgelegd, rechtvaardigt naar het oordeel van de voorzieningenrechter al de intrekking door de Staat van de minicompetitie. In de minicompetitie wordt het opslagpercentage (mark-up) niet toegepast op de inkoopprijs, zoals in de raamovereenkomst tot uitgangspunt wordt genomen, maar afgetrokken van het kortingspercentage. Het resulterende nettokortingspercentage wordt vervolgens toegepast op de listprijs (GPL-prijs). Dit is een wezenlijk andere berekeningssystematiek dan die welke in het kader van de raamovereenkomst is gehanteerd. Dit leidt ook daadwerkelijk tot verschillende uitkomsten bij gebruik van dezelfde listprijs en hetzelfde kortingspercentage en opslagpercentage. Of er overigens ook sprake was van al de onduidelijkheden, die in dit geding naar voren zijn gebracht, kan gelet daarop in het midden blijven.”
Beloond voor handelswijze
“Alhoewel de Staat zich er in wezen over beklaagt dat geen van de inschrijvers hem op dit gebrek heeft gewezen en, zo begrijpt de voorzieningenrechter diens standpunt, wellicht de intrekking voorkomen had kunnen worden, is toch het ontstaan van het gebrek louter aan de Staat zelf te wijten. Ook onder deze omstandigheden staat het de aanbestedende dienst vrij tot intrekking over te gaan. Protinus heeft zich verder nog uitgelaten over de gevolgen van de intrekking van de aanbesteding. Zij wijst er op dat de vorige overeenkomst voor de levering van Cisco netwerk(security)apparatuur al is beëindigd, zodat de Staat nu zonder aanbestede overeenkomst deze apparaten inkoopt. Ook stelt zij dat de Staat mogelijk beloond wordt voor zijn handelwijze omdat inschrijvers de volgende keer wellicht nog scherper zullen offreren. Wat daar ook van zij, dit kan niet leiden tot de conclusie dat het intrekkingsbesluit niet in stand kan blijven.”
Wat zijn de gevolgen hiervan voor de vorderingen van Protinus en Computacenter?
De primaire vordering van Protinus in zaak 2 is niet toewijsbaar. Nu de voorwaarde waaronder Computacenter haar vorderingen in zaak 1 heeft ingesteld niet is vervuld, komt de voorzieningenrechter aan de beoordeling van die vorderingen niet toe.
VdLC publishers/consultants BV, 13 augustus 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl