Magema had rekening moeten houden met mogelijkheid van maar één andere inschrijver (week 31 en 32)
beoordelingsmethodiek | Grossmann | motivering
Op 8 mei 2025 heeft de Staat een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de opdracht ‘EA GU VAR Gereedschappen – Aanschaf en dienstverlening’, Op 5 maart 2026 heeft de Staat aan Magema kenbaar gemaakt dat uit de uitgevoerde herbeoordeling is gebleken dat Magema niet de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan en dat zij opnieuw op de tweede plaats is geëindigd. Magema vordert de Staat te gebieden de tweede gunningsbeslissing in te trekken. Magema had er volgens de rechter als normaal oplettende inschrijver, voordat zij haar inschrijving deed, al rekening mee kunnen en moeten houden dat er slechts één andere geldige inschrijver zou zijn en zij had daarom ook voor die situatie moeten nagaan of zij zich kon vinden in de door de Staat gehanteerde beoordelingsmethodiek. (ECLI:NL:RBDHA:2026:21377, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 28 juli 2026, Datum publicatie 31 juli 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 8 mei 2025 heeft de Staat een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de opdracht met de titel ‘EA GU VAR Gereedschappen – Aanschaf en dienstverlening’,
Magema heeft tijdig een inschrijving ingediend. Op 28 oktober 2025 heeft de Staat aan Magema meegedeeld dat zij niet de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan, dat de inschrijving van Magema op de tweede plaats is geëindigd en dat de Staat voornemens is de opdracht te gunnen aan Lasaulec (hierna ‘de eerste gunningsbeslissing’). Magema heeft bij brief van 5 november 2025 aan de Staat meegedeeld dat zij zich niet in de eerste gunningsbeslissing kon vinden en zij heeft, nadat de Staat de bezwaren van Magema had afgewezen, een kort geding tegen de Staat aanhangig gemaakt. De Staat heeft op 19 december 2025 aan Magema laten weten dat de eerste gunningsbeslissing zal worden ingetrokken, omdat bij de beoordeling van de kwalitatieve subgunningscriteria aspecten zijn betrokken die geen deel uitmaken van het beoordelingskader en omdat er in de motivering veelvuldig onjuiste verwijzingen zijn opgenomen. Magema heeft hierop het aanhangig gemaakte kort geding ingetrokken. Op 5 maart 2026 heeft de Staat schriftelijk aan Magema kenbaar gemaakt dat uit de uitgevoerde herbeoordeling is gebleken dat Magema niet de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan en dat zij opnieuw op de tweede plaats is geëindigd. Magema vordert de Staat te gebieden de tweede gunningsbeslissing in te trekken en ingetrokken te houden en de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden. Het oordeel van de rechter:
Slechts twee geldige inschrijvingen
“De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de stelling van Magema dat de beoordelingsmethodiek in het bijzonder ongunstig uitpakt in de situatie dat er slechts twee geldige inschrijvingen zijn gedaan en dat Magema daarmee pas na de tweede gunningsbeslissing bekend is geworden, zodat zij daarover niet eerder had kunnen klagen. Magema heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat zij uit de aanbestedingsstukken heeft mogen afleiden dat het prijscriterium zou worden beoordeeld op basis van in ieder geval meer dan twee geldige inschrijvingen. Magema had er daarom als normaal oplettende inschrijver voordat zij haar inschrijving deed al rekening mee kunnen en moeten houden dat er slechts één andere geldige inschrijver zou zijn en zij had daarom ook voor die situatie moeten nagaan of zij zich kon vinden in de door de Staat gehanteerde beoordelingsmethodiek. Dat sprake is van strijdigheid met fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht heeft Magema hiertegenover niet voldoende toegelicht.”
Te laat
“In zijn brief van 19 december 2025 heeft de Staat aan Magema meegedeeld dat alle inschrijvingen door een nieuw beoordelingsteam zullen worden beoordeeld op de kwalitatieve subgunningscriteria 1 tot en met 4 en dat ook de Inschrijfstaten opnieuw zullen worden beoordeeld op het onderdeel prijs. Daarmee heeft de Staat subgunningscriterium 5 uitgesloten van de herbeoordeling en dat betekent dat voor Magema duidelijk had moeten zijn dat de behaalde scores met betrekking tot subgunningscriterium 5 en de daarvoor gegeven motivering in stand zouden blijven. Magema heeft niet binnen de vervaltermijn na de eerste gunningsbeslissing, maar pas in het kader van de onderhavige kortgedingprocedure bezwaar gemaakt tegen het oordeel van het beoordelingsteam met betrekking tot subgunningscriterium 5 en daarmee is zij te laat met haar bezwaar. Daar komt nog bij dat de Staat voldoende heeft onderbouwd dat de test van de gereedschapskist op de in de aanbestedingsstukken beschreven wijze heeft plaatsgevonden. Hiertegenover heeft Magema niet aannemelijk gemaakt dat er bij het uitvoeren van de test evidente fouten zijn gemaakt. Uit de op de zitting gegeven demonstratie bleek namelijk dat (slechts) niets uit de gereedschapskist van Magema valt als er over het stuk gereedschap dat er bij de beoordelingscommissie uitviel, een zwart kunststof plaatje in de uitsparing boven dit gereedschap wordt herplaatst. Voor een herbeoordeling van de inschrijvingen op subgunningscriterium 5 bestaat daarom geen aanleiding.”
De motivering van de gunningsbeslissing
“De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het betoog van Magema dat de tweede gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd omdat Magema aan de hand daarvan niet kan controleren of de aan Lasaulec toegekende scores juist zijn. Op grond van vaste jurisprudentie moet de motivering van de gunningsbeslissing alle relevante redenen voor die beslissing bevatten. Hieronder vallen in ieder geval de kenmerken en voordelen van de winnende inschrijver. De achtergrond van die verplichting is dat een afgewezen inschrijver in staat moet worden gesteld om na te gaan om welke redenen zij niet en de winnende inschrijver wel is uitgekozen. Die motivering is echter niet bedoeld om het voor de afgewezen inschrijver mogelijk te maken om te controleren of de beoordeling op de juiste wijze heeft plaatsgevonden, zoals Magema met haar vordering op dit punt beoogt.”
VdLC publishers/consultants BV, 13 augustus 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl