Overbruggingsovereenkomst toegestaan als tijdelijke oplossing (week 33)
De beoordeling van de kwaliteit | overbruggingsovereenkomst
Bij een Europese aanbesteding voor het uitvoeren van WMO- en leerlingenvervoer van de Gemeente Cappelle aan de IJssel vindt Munckhof dat de Gemeente zich niet aan haar eigen beoordelingssystematiek heeft gehouden. Ook wil Munckhof dat de rechter de gemeente verbiedt uitvoering te geven aan een met DVG gesloten overbruggingsovereenkomst. De opdracht moet volgens de rechter opnieuw aanbesteed worden maar het kan de Gemeente niet worden verweten dat zij geen risico heeft willen lopen en dat zij als tijdelijke oplossing een overbruggingsovereenkomst heeft gesloten. Het belang van de Gemeente om zekerheid te hebben dat het WMO- en leerlingenvervoer niet in het gedrang komt, weegt zwaarder dan het belang van Munckhof om alsnog voor een dergelijke overbruggingsovereenkomst in aanmerking te kunnen komen.(ECLI:NL:RBROT:2026:9314, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 29 juli 2026, Datum publicatie 10 augustus 2026)
Feiten en omstandigheden
De Gemeente Cappelle aan de IJssel heeft een Europese aanbesteding voor het uitvoeren van WMO- en leerlingenvervoer gepubliceerd via TenderNed. De Gemeente heeft het voornemen om de Opdracht te gunnen aan De Vier Gewesten B.V. (DVG). Munckhof kan zich niet vinden in dat voornemen. Zij stelt zich op het standpunt dat de Gemeente zich niet aan haar eigen beoordelingssystematiek heeft gehouden en haar inschrijving op één onderdeel onjuist heeft beoordeeld. Daarom vordert Munckhof dat de Gemeente wordt veroordeeld om een heraanbesteding voor de Opdracht te organiseren en dat het de Gemeente wordt verboden om uitvoering te geven aan een met DVG gesloten overbruggingsovereenkomst, De rechter wijst de vorderingen van Munckhof tot heraanbesteding toe en de vordering om de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan een met DVG gesloten overbruggingsovereenkomst af. Het oordeel van de rechter:
Vaste chauffeur
“Munckhof zet in op een vaste chauffeur per route en zij garandeert een vaste chauffeur voor alle ritten van leerlingen in cluster 4. Daarnaast garandeert Munckhof twee vaste chauffeurs voor 95% van de ritten van leerlingen in clusters 1, 2 en 3. De voorzieningenrechter begrijpt dit laatste aldus, dat Munckhof in het geval van afwezigheid van (één van) de vaste chauffeur(s) voor 95% van de ritten van leerlingen in clusters 1, 2 en 3 een vaste vervangende chauffeur inzet. Daarmee biedt Munckhof dus juist meer dan eis 39 voorschrijft, want die eis schrijft geen vaste vervangende chauffeur voor. Gelet op de ratio van die eis, dat het voor de leerlingen belangrijk is om zoveel mogelijk gereden te worden door bekende chauffeurs, moet deze aanpak positief gewaardeerd worden. Voor wat betreft de overige 5% van de ritten van leerlingen in clusters 1, 2 en 3 wordt, in het geval dat (één van) de vaste chauffeur(s) afwezig is/zijn, kennelijk een wisselende vervangende chauffeur ingezet. Dat is niet in strijd met eis 39 of enige andere eis uit het Programma van Eisen.”
De R staat voor realistisch
“De verwijzing van de Gemeente naar de garantie die de inschrijver moet geven dat alle ritten daadwerkelijk worden gereden (eis 64), staat hier los van. Kennelijk heeft de commissie de inschrijving van Munckhof zo gelezen dat zij zich het recht voorbehoudt om tot 5% van de ritten in het geheel niet te rijden (het structureel inbouwen van een 5% uitvalpercentage, zoals de Gemeente dat verwoordt). Voor die interpretatie biedt de inschrijving echter geen redelijk aanknopingspunt. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de vraag hoogstens hoe Munckhof kan garanderen dat alle ritten van alle leerlingen van cluster 4 door één vaste chauffeur worden gereden en hoe die toezegging zich verhoudt tot de door de Gemeente geëiste SMART-uitwerking van de inschrijving, waarvan de “R” voor Realistisch staat. Dat is echter niet het bezwaar van de Gemeente . Het getuigt verder van realisme dat Munckhof voor “slechts” 95% van de ritten van leerlingen in clusters 1, 2 en 3 garandeert twee vaste chauffeurs in te zetten. Een dergelijke inschatting c.q. kwantificering is niet in strijd met eis 39 en sorteert ook niet voor op een afwijking van die eis. Daarnaast is het kwantificeren van de inschrijving ook juist in lijn met de door de Gemeente geëiste SMART-uitwerking (de “M” staat immers voor Meetbaar). De voorzieningenrechter ziet niet in hoe Munckhof haar inschrijving op een andere wijze meetbaar had kunnen maken.”
Opnieuw aanbesteden
“De beoordeling van de inschrijving van Munckhof kent dus twee gebreken: de Gemeente heeft haar eigen spelregels over het buiten behandeling stellen van inschrijvingen niet gevolgd en de Gemeente legt eis 39 onjuist en onbegrijpelijk uit (zodat het niet stellen van vragen daarover niet relevant is) en interpreteert, mede in dat licht, de inschrijving van Munckhof niet goed. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gebreken die samenhangen met eis 39 niet, althans onvoldoende kunnen worden hersteld door de inschrijving van Munckhof (en eventueel alle andere inschrijvingen) opnieuw te beoordelen. Daarvoor zijn de gebreken te principieel en omvangrijk. Dit geldt te meer doordat ze betrekking hebben op de beoordeling op het zwaarst wegende subgunningscriterium G3. Bovendien valt voor de voorzieningenrechter (en Munckhof) niet te controleren of de Gemeente andere inschrijvingen die naar haar mening niet aan het Programma van Eisen voldoen op grond van een proportionaliteitstoets toch – ten onrechte – inhoudelijk heeft beoordeeld. Er rest dan ook meer één uitkomst: de Gemeente zal de Opdracht opnieuw moeten aanbesteden in het geval dat zij de Opdracht nog steeds wil vergunnen.”
Overbruggingsovereenkomst
“Hoewel de Gemeente door het sluiten van de overbruggingsovereenkomst met DVG wellicht feitelijk voor een substantieel bedrag een onderhandse gunning heeft uitgevoerd, zonder dat Munckhof (en andere partijen) de mogelijkheid heeft/hebben gehad om daarvoor in aanmerking te komen, ziet de voorzieningenrechter in de gegeven situatie geen aanleiding om in te grijpen in de overbruggingsovereenkomst. De Gemeente is wettelijk verplicht om WMO- en leerlingenvervoer aan te bieden en de implementatieperiode is drie maanden. Gelet op de al enige tijd bekende datum van dit kort geding moest de Gemeente ervan uitgaan dat er een reële kans bestond dat niet voor 1 augustus 2026 met de winnende inschrijver gestart zou kunnen worden. Een situatie waarin het WMO- en leerlingenvervoer tijdelijk niet meer wordt uitgevoerd, is niet alleen in strijd met de wet maar ook bepaald onwenselijk en zelfs maatschappelijk onacceptabel. Het kan de Gemeente niet worden verweten dat zij dit risico niet heeft willen lopen en dat zij als tijdelijke oplossing een overbruggingsovereenkomst heeft gesloten. Het belang van de Gemeente om zekerheid te hebben dat het WMO- en leerlingenvervoer niet in het gedrang komt, weegt zwaarder dan het belang van Munckhof om alsnog voor een dergelijke overbruggingsovereenkomst in aanmerking te kunnen komen. Daarbij is meegewogen dat Munckhof niet de zittende dienstverlener is en dat het organiseren van een procedure – zelfs een eenvoudige meervoudige onderhandse, waarin zij zou hebben kunnen meedingen naar een overbruggingsovereenkomst van zeer beperkte tijd – te tijdrovend en kostbaar zou zijn geweest. Als het sluiten van de overbruggingsovereenkomst al in strijd is met de daarvoor geldende regels en als die regels geacht moeten worden ook de belangen van Munckhof in dit opzicht te beschermen, dan lost zich dat op in een schadevergoedingsactie.”
VdLC publishers/consultants BV, 20 augustus 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl