Webinar: Aan de slag met de inkoop van schone en emissievrije wegvoertuigen
Hoe voldoe je aan de Regeling bevordering schone wegvoertuigen (Rbsw)? In dit opgenomen webinar krijg je in één uur een helder overzicht vanuit theorie én praktijk. De Rbsw verplicht overheden tot de inkoop van schonere wegvoertuigen. En deze regeling wordt vanaf januari 2026 aangescherpt. (mei 2025)
Het event werd georganiseerd door PIANOo, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
Experts aan het woord
Experts van het ministerie van IenW (Nanja Piek) en RVO (Anna Haarhuis) informeren je over de regeling en beantwoorden kijkersvragen. Ook komt de vernieuwde handreiking aan bod (maart 2025). De gemeente Bergen op Zoom (Koert Dons) en de Politie Nederland (Irene Meulenkamp) delen hun praktijkervaringen en geven tips.
Video
Werk jij aan mobiliteitsopgaven binnen de publieke sector? Kijk dan dit webinar (van 20 mei 2025) terug. En leer hoe je nu al aan de slag kunt met de Rbsw.
webinar-rbsw-200525-idumwyio2.xml
Download video
- Download in MP4 formaat MP4 | 4.3 GB
- Download in MP4 HD formaat MP4 HD | 2.2 GB
Audiodescriptie downloaden
Uitgeschreven tekst
♪ INTROTUNE ♪
[Animatie. PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden.]
DIEDERIK HEIJ, host: Goedemiddag en welkom bij dit webinar over de Regeling bevordering schone wegvoertuigen. De Rbsw afgekort. Dat is de Nederlandse vertaling van het Europese Clean Vehicles Directive, CVD. Die termen zullen nog wel door elkaar heen gebruikt worden in dit webinar, maar ze zijn wel wezenlijk verschillend. De een is Europese regelgeving, Rbsw, Regeling bevordering schone wegvoertuigen is de Nederlandse vertaling daarvan. Mijn naam is Diederik Heij en ik leid u door dit webinar heen vandaag. Het programma heeft grofweg twee delen. We gaan het eerst hebben over de context en de theorie. We gaan het ook hebben over de handreiking die er is gemaakt voor de Rbsw. En belangrijk: u kunt vragen stellen. Dat kunt u in beide delen doen. Ik zal eerst nog even vertellen wat dat tweede deel dan is. Dan gaan we het namelijk meer hebben over de praktijk. We hebben de collega's van de gemeente Bergen op Zoom en de Politie Nederland uitgenodigd over hoe zij nu invulling geven aan de Rbsw en het voldoen aan de Rbsw. Ik zei al: Vragen kunt u stellen. Dat kunt u ook al in het eerste gedeelte aan mijn collega's van het ministerie van IenW. Ik weet, Nanja, dat jij zo meteen IenW uit gaat spreken. Wel belangrijk. En m'n collega Anna Haarhuis van RVO. Maar straks ook voor de praktijkcasussen van Bergen op Zoom en de politie. Die vragen kunt u stellen door onder in uw scherm op 'vraag en antwoord' te klikken. Daar kunt u de vraag indienen. Die komt dan bij een moderator aan. Het kan zijn dat de moderator rechtstreeks de vraag beantwoordt als het een technische vraag is of een eenvoudige vraag die in de handreiking terug te vinden is. Maar het kan ook zijn dat de vraag hier naar de tafel wordt toe geleid en dan leg ik hem voor aan onze gasten. Er wordt een opname gemaakt van dit webinar en die wordt later ook gepubliceerd op de website van PIANOo, in het dossier van de Rbsw. En aan het einde van dit webinar is er ook een korte evaluatie met vijf vragen. Dus als het webinar is afgelopen, krijgt u die vijf vragen op u afgevuurd. Maar we beginnen, voordat ik naar mijn gasten ga, met een poll. We hebben in totaal drie polls en deze eerste poll gaat over uw kennisniveau. Gewoon om een indicatie te hebben voor ons wie er vandaag in de digitale zaal zit. De vraag is: wat is uw kennisniveau over de Regeling bevordering schone wegvoertuigen? Drie antwoorden zijn er mogelijk. 'Ik moet me er nog meer in verdiepen.' Dan bent u van harte welkom in dit webinar. Dan bent u absoluut de doelgroep. 'Ik weet ervan, maar op hoofdlijnen.' 'Ik weet er alles van.' Een hele snelle blik leert dat ongeveer twee derde, een kleine twee derde, op hoofdlijnen al geïnformeerd is. Dat is fijn om te weten. Maar dat ook een derde zich er nog in moet verdiepen. En er is niemand die er alles al van weet. Dus dat is ook fijn, want aan tafel zit wel iemand die er alles van weet. Nanja, jij lacht terecht. Daar bedoel ik natuurlijk jou mee, Anna Haarhuis. Welkom. We komen zo meteen bij jou, maar we beginnen met je buurvrouw, Nanja Piek, van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Nu zeg ik het goed en volledig. Welkom. Jij bent plaatsvervangend directeur Duurzame Mobiliteit en eigenlijk de eigenaar van deze regeling. Wat is de opdracht die jij voor deze regeling hebt?
NANJA PIEK, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: Dankjewel, fijn dat we hier mogen zijn. Ik moest even lachen, want degene die hier echt alles over weet, is Anna inderdaad. Ik werk bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de directie Duurzame Mobiliteit. En als je kijkt naar de context, waarom doen we dit nu eigenlijk, moet je bijna tien jaar terug naar het klimaatakkoord van Parijs. Toen hebben we met bijna alle landen in de wereld afgesproken: Laten we proberen de opwarming van de aarde tegen te gaan. 2 graden, 1,5 graad hoogstens. En om dat te doen, moet er minder CO2 worden uitgestoten. En dat klimaatakkoord van Parijs is doorvertaald naar een Nederlands klimaatakkoord. Er zijn eigenlijk vijf pilaren in het Nederlandse klimaatakkoord. We proberen de CO2 terug te dringen bij gebouwde omgeving, dus huizen, maar ook bij landbouw, bij industrie, en bij mobiliteit. Dat is zo belangrijk, omdat 20 procent van de CO2-uitstoot in Nederland komt van het wegvervoer. Dus zowel personentransport als goederen over de weg. En dat willen we naar beneden brengen.
DIEDERIK: Dus om dat klimaatakkoord te halen, zul je op al die sectoren moeten inzetten, en de sector waar jij over gaat is de mobiliteitssector, en heet dat dus ook duurzame mobiliteit.
NANJA: Ja, zeker.
DIEDERIK: Wat... Hoe... Misschien een gevaarlijke vraag, maar dan ben ik aan het anticiperen. We hebben nu de Rbsw. Wat is een logische volgende stap, denk jij, als het gaat over duurzame mobiliteit? Moeilijke vraag.
NANJA: Hele moeilijke vraag. Kijk, het zal nooit één oplossingsrichting zijn. Daar proberen we ook altijd op in zetten vanuit Duurzame Mobiliteit. Het uiteindelijke doel is: klimaatneutraal in 2050. Dat is ook in Europa in een wet vastgelegd. Dat probeer je altijd met heel veel verschillende instrumenten te bereiken. Dat kan door echt harde regelgeving, waar de CVD en de Rbsw een goed voorbeeld van is. Een ander goed voorbeeld is de EU-wet dat vanaf 2035 alle personenauto's die nieuw verkocht worden bijvoorbeeld ook emissievrij moeten zijn. Aan de ene kant heb je de harde wetgeving. Maar we proberen het niet alleen met de stok, ook de wortel. Dus er zijn 19 subsidieregelingen, allemaal uitgevoerd door RVO, voor particulieren, bedrijven, om bij te dragen in de soms hogere kosten van een elektrische (vracht)auto. Dus dat doen we. Dus we proberen via participatie, subsidie, communicatie, samenwerking met elkaar, met iedereen, die doelstelling te halen.
DIEDERIK: Dus een breed scala aan instrumenten. En ik hoor je duidelijk zeggen: 'Je moet nooit maar één ding doen. Je moet breed inzetten, meerdere instrumenten, over meerdere sectoren.'
NANJA: Ja, want het is zo'n enorme opgave die we moeten halen. De kans dat we het nu halen, zegt het PBL, wordt geschat op 5 procent. Dus we moeten echt aan de bak met elkaar. Ik ben er dus ook heel trots op dat we dat met elkaar doen. Niet alleen als Rijksoverheid, maar ook met alle aanbestedende diensten, de politie, gemeentes Iedereen pakt z’n deel, zodat we uiteindelijk daar komen in 2050.
DIEDERIK: Dankjewel voor deze bredere blik en voor het introduceren van de aanleiding, van: waarom zitten we hier nu? Dan gaan we het nu weer wat kleiner maken. Terug naar de Regeling bevordering schone wegvoertuigen. En, Anna Haarhuis, ik had je al geïntroduceerd als zijnde: jij weet wel alles van de regeling. Jij gaat een korte presentatie geven over de kern, de belangrijkste zaken van de Regeling bevordering schone wegvoertuigen.
ANNA HAARHUIS, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Ja. Bedankt, Nanja, voor deze aftrap. Aan mij de eer om inhoudelijk wat dieper in te gaan op de Rbsw en ik hoop ook na mijn presentatie dat de belangrijkste kernpunten van Rbsw toegelicht zijn. Met name dus voor wie deze regeling geldt, waaraan moet worden voldaan, maar ook zeker weer even toespitsen op de monitoringsgegevens. Dus: hoe doen we het nu? Maar ook: wat verwachten we in de tweede periode van de Rbsw dat er gaat gebeuren? Maar ook wat de verplichtingen daarvoor zijn. Heel even een stapje terug naar die herkomst en doelstellingen van de Rbsw. Deze komt vanuit de Europese Clean Vehicles Directive. Een directive waar alle lidstaten van de Europese Unie een verplichting hebben gekregen. Die is vervolgens in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en de bijbehorende Rbsw. Hij is gestart op 2 augustus 2021, alweer bijna vier jaar geleden. Inmiddels zijn we zover dat we de tweede periode zullen ingaan op 1 januari 2026, dus aan het einde van dit jaar. Waarom nou die Rbsw? Daar is een hele concrete doelstelling voor geweest, namelijk het stimuleren van het schone en emissieloze wagenpark, door in dit geval te focussen op wat 5er het wagenpark instroomt. Voor wie geldt dan deze regeling? Ook deze is heel concreet gemaakt in de Rbsw. Het geldt namelijk voor alle aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven die overheidsopdrachten aanbesteden boven de Europese drempelwaarden. Die drempelwaarden hebben we hier ook neergezet. Die worden naar verwachting herijkt aan het einde van dit jaar. Dat gebeurt elke paar jaar. En heel specifiek gaat het dan over de koop, huur en lease van voertuigen, maar ook diensten waarbij voertuigen een essentieel onderdeel uitmaken. Onder andere...
DIEDERIK: Mag ik hier heel kort op reageren? Bij die drempelbedragen heb ik het idee: daar zit je met dit product, de aanschaf van auto's, maar ook met vervoersdiensten, snel boven. Klopt dat?
ANNA: Daar zit je redelijk snel boven. Een beetje afhankelijk van het soort voertuig. Heb je het over een personenauto, dan is het bedrag heel anders dan wanneer je het hebt over diensten voor ophalen van vuilnis. In sommige gevallen werken ook weer bepaalde gemeenten met elkaar samen. Maar het komt ook zeker voor dat je er gewoon onder zit en dat je in die zin niet onder deze regeling valt. Dan mag je natuurlijk nog steeds duurzaam aanbesteden.
DIEDERIK: Graag zelfs. We zullen het zo bij Bergen op Zoom even toetsen. Dankjewel, ga verder.
ANNA: De voertuigen die je hieronder ziet staan, worden overal herhaald. Ook op de website van PIANOo. Maar om iets dieper in te gaan op die reikwijdte, omdat we regelmatig vragen krijgen: wat valt er onder de Rbsw en wat niet? Toen heeft de Europese Commissie hiervoor een gemeenschappelijke woordenlijst samengesteld als hulpmiddel. We kennen dit in Nederland met name als CPV-codes. En ook deze staan op de laatste pagina's van de handreiking vermeld en kan worden opgezocht. Maar ook al gebruik je dus deze CPV-codes in je aanbesteding, dan nog kan het zijn dat je onder een uitzondering valt. Dit is dan bijvoorbeeld voor hele specifieke werkzaamheden die niet geschikt zijn voor vervoer van passagiers of goederen. Heel concreet is bijvoorbeeld het onderhoud van wegen. Ook dit staat allemaal nader uitgelegd in de handreiking. Naast dat er uitzonderingen zijn, zijn er ook vrijstellingen voor deze regeling. Dat is wanneer er geen beschikbaarheid is van een duurzaam alternatief. Deze vrijstelling was opgenomen in de eerste periode, maar er is ook besloten om deze vrijstellingen te verlengen. Dus ook voor de tweede periode die ingaat vanaf januari gelden deze vrijstellingen.
DIEDERIK: Hierbij wel de kanttekening: als dat duurzame alternatief de komende jaren er wel is, dan geldt die vrijstelling niet meer.
ANNA: Dat is correct. Maar waar spreken we dan over? Want we hebben het over rijverplichtingen voor aanbestedende diensten. En er zijn door de Europese Commissie, en daarmee dus ook in de Regeling bevordering schone wegvoertuigen, drie categorieën gemaakt, waarbij elke categorie z'n eigen minimumpercentage heeft. Dat is ook logisch, want lichte voertuigen, M1-, M2- en N1-categorie, zien we dat er veel meer mogelijkheden zijn op dit moment voor volledige elektrificering, terwijl bij zware voertuigen daarin soms wat grotere uitdagingen zijn. Daar zijn die percentages ook een stukje lager. Daarnaast de derde categorie, bussen, M3, heeft ook z'n eigen percentages. Daarbij nog een belangrijke notie om te maken is dat de verplichte minimumpercentages bij aanbesteden niet gelden per aanbesteding, maar per aanbestedende dienst. Oftewel: het moment dat je als aanbestedende dienst in je ene aanbesteding net niet aan je percentages voldoet, kun je dat in je volgende aanbesteding, in diezelfde periode, kun je dat gemiddeld genomen weer gelijktrekken. Dus ook daar zitten zeker weer mogelijkheden in de regeling. Waar moet dan aan worden voldaan? Ik heb ze wel even geplot, maar ik wilde aan de hand van verschillende grafieken laten zien hoe dat per categorie dan zich uittekent. In de eerste periode, 2 augustus 2021 tot einde dit jaar, gelden percentages. Die worden een stukje hoger vanaf 1 januari 2026. Daarbij is ook belangrijk dat de voertuigen die zijn gegund tot en met dit jaar niet meetellen voor de voertuigen die zijn aanbesteed in het komende jaar.
DIEDERIK: Dus de resultaten uit het verleden worden niet meegewogen. Je moet vanaf 1 januari gewoon weer aan deze percentages voldoen.
ANNA: Exact. Je had bijna hier kunnen zitten.
DIEDERIK (LACHEND): Misschien moet ik solliciteren. Je zei net wel van: dat geldt per aanbestedende dienst in de hele periode. Dus dan heb je wel 1 januari 2026 tot eind 2030.
ANNA: Exact. Dat klopt helemaal. En daarbij dan ook nog aanvullend: stel je voor dat je dit jaar je aanbesteding publiceert, en pas gegund in 2026, dan geldt dus de tweede periode en niet de eerste periode. Dit staat overigens ook in de handreiking, maar goed om extra genoemd te hebben, mocht men daar vragen over hebben. Nu gaan we naar monitoring, m'n persoonlijke favoriete onderdeel, waarbij ik jullie wil meenemen in wat de percentages voor de eerste periode zijn / zijn geweest. We hebben natuurlijk nog een halfjaar te gaan. Maar dit geeft een goede voorspelling hoe we de eerste periode zullen afsluiten, waarbij we zien dat we het ruimschoots halen voor lichte voertuigen. Dit is 61 procent schoon. 59 procent daarvan is zero-emissie. Terwijl de normering op 38,5 procent zit. Voor de komende periode wordt het dus 38,5 procent zero-emissie, maar gekeken naar wat we de afgelopen jaren hebben gedaan, verwachten we dat we dit met z’n allen de komende periode weer kunnen halen. Ruimschoots eigenlijk, als je het mij vraagt. De zware voertuigen, daar hebben we in de eerste periode 44 procent schoon aanbesteed, waarvan 13 procent zero-emissie. 44 procent, terwijl 10 procent de normering was van de eerste periode. Dat wordt in de tweede periode 15 procent. Dus ook deze is iets opgehoogd, maar verwachten we geen gekke dingen van. En voor de bussen is het 65 procent, waarbij we ook nog eens zien dat het merendeel van die bussen zero-emissie wordt aanbesteed. 45 procent moet daarvan schoon worden aanbesteed, waarvan de helft emissievrij in de eerste periode. In de tweede periode wordt deze ook opgehoogd van 75 procent schoon, waarvan de helft zero-emissie. Denken jullie 'dat ging snel'? Gelukkig hebben we daar ook een hele mooie infographic van op de PIANOo-website, en de handreiking, waarbij we dit allemaal nog eens hebben uitgetekend. Dat in vogelvlucht. Ik kan me voorstellen dat er wellicht nog wat vragen zijn, dus stel die ook vooral.
DIEDERIK: Dankjewel voor de uitnodiging. Ik nodig u ook uit om die vragen te stellen. Dat kan nogmaals door onder in het scherm op 'vraag en antwoord' te klikken en dan komen die vragen bij ons binnen. Tot nu toe zijn die vragen nog niet binnengekomen, dus dit was een heldere uitleg. Heel belangrijk: je eindigt met die infographic. Die is te vinden op de website van PIANOo, staat ook in de handreiking. Ik heb toch vanochtend maar eventjes op de PIANOo-site gekeken van: hoe kom je nou op de juiste plek? Als je Rbsw intikt, krijg je drie hits en de eerste hit gaat direct over de handreiking. Nee, de eerste gaat over nieuwsbericht. Sorry. Over die actualisatie. De tweede gaat over de handreiking, en de derde verwijst naar dit webinar. Dus Rbsw intikken op de website van PIANOo, bij de zoekfunctie. Dan kom je op de juiste plek. Dan kom je automatisch terecht in het sectordossier mobiliteit. Dat is wel mobiliteit, maar het gaat allemaal over duurzame mobiliteit, wat logisch is in deze tijd. Goed, dan nog een toevoeging van mijn kant. Voordat jij gaat, Nanja, toch één nieuwsgierigheidsvraag, en ik heb je niet hierop voorbereid. Het zijn ondergrenzen, die percentages. Die 38,5 procent, daar zou ik van denken: Dat is eigenlijk best laag.
NANJA: Dat is ook niet zo'n hele rare gedachte. Dat is misschien ook wel laag vanwege twee redenen. Eén: je ziet dat we het al makkelijk halen. En twee: voor bepaalde sectoren hebben we in het klimaatakkoord van Nederland ook al hogere percentages met elkaar afgesproken. Dus we hebben vorig jaar nog wel gedacht: Misschien moeten we boven op de percentages uit Europa als Nederland hogere percentages doen, die dan in lijn zijn met de afspraken uit het klimaatakkoord. Er is ook een consultatie voor geweest, waar heel veel stakeholders op gereageerd hebben. We hebben belrondes gedaan. En wat bleek is dat de CO2-reductiewinst, dus de verlaging van CO2, niet opwoog tegen de administratieve lasten die het zou brengen. Dus uiteindelijk hebben we besloten om het dus niet zo in de Rbsw vast te leggen. Neemt niet weg dat er best wel wat sectorafspraken zijn, bijvoorbeeld voor touringcars of voor bussen, die al op vrijwillige basis proberen naar 100 procent te gaan. Maar het verschil is: dit is echt een wet. Dus de afspraken in het klimaatakkoord, zijn niet wettelijke, juridische afspraken. Dit wel. Dus dit is echt het minimale juridische wat we vragen.
DIEDERIK: Hier kan je op aangesproken worden.
NANJA: Hier kan je zeker op aangesproken worden. Alles wat daarboven is, kunnen we met elkaar bepalen, en we hopen natuurlijk dat we met z’n allen zo snel mogelijk naar de 100 procent gaan.
DIEDERIK: En als je kijkt naar de resultaten die Anna presenteerde, slagen we daarin.
NANJA: Ja, zeker.
DIEDERIK: Dankjewel, Anna, voor een hele heldere uitleg. Dankjewel, Nanja, voor jouw toelichting, context en bredere toelichting. We gaan over naar het tweede deel van dit webinar en we beginnen eerst met een pollvraag. En dat is de volgende pollvraag. We zijn namelijk benieuwd naar uw rol. Wat is uw rol bij de inkooporganisatie? Daar vragen we naar, omdat we zo meteen twee collega's uit het land krijgen, namelijk van de gemeente Bergen op Zoom en van de politie. En die hebben ook een bepaalde rol binnen hun organisatie. Bent u inkoper, of bent u de interne opdrachtgever? De eerste resultaten laten zien dat die toch weer afwezig is. O nee, niet. Er komen toch een paar binnen in de melding. Bent u inkoper, interne opdrachtgever? Ik moet even de antwoorden afmaken. Bent u contractbeheerder-/manager? Ik kan me voorstellen dat dat soms een beetje door elkaar loopt. Dat die contractbeheerder en inkoper ongeveer dezelfde is. Of bent u aanbestedingsjurist? Of valt u in de categorie overig? We delen de resultaten ook even op het scherm. En ik neem ze ook met u door. De helft van u ongeveer is inkoper. We hebben ook een aantal interne opdrachtgevers aan tafel. Fijn dat u er bent. 'Wie betaalt, bepaalt', zeggen ze weleens. Dat gaan we zo meteen vragen aan Bergen op Zoom en de politie of dat inderdaad zo is. Ook ruim 13 procent contractbeheerders, contractmanagers. En een op de tien van de aanwezigen vandaag is aanbestedingsjurist. Dan is de laatste uitspraak van Nanja Piek ook weer interessant. Dit is wet, de Rbsw. Hier kun je op aangesproken worden. Daar ligt wel een hele duidelijke grens, rechtmatigheidsgrens. Oké, door naar het tweede deel. Aangeschoven aan tafel. Welkom, Koert Dons, van de gemeente Bergen op Zoom. Goede reis hiernaartoe gehad?
KOERT DONS, gemeente Bergen op Zoom: Prima, ja. Altijd druk op de Nederlandse wegen, maar prima.
DIEDERIK: Emissievrij?
KOERT: Nee, dat niet.
DIEDERIK: Eigen auto?
KOERT: Eigen auto.
DIEDERIK: Ik heb ook nog steeds een benzineauto. Maar ik probeer m'n vrouw te overtuigen dat we geen volgende auto moeten aanschaffen, als ultieme zero-emmissieactie. Naast je Irene Meulenkamp van de politie. Welkom.
IRENE MEULENKAMP, politie: Dankjewel.
DIEDERIK: De politie is volgens mij een van de organisaties met het grootste wagenpark in Nederland, als het gaat om aanbestedende diensten.
IRENE: Ik durf het niet helemaal te zeggen, maar we zullen een van de grootste zijn met zo'n 14.000 auto's.
DIEDERIK: 14.000 voertuigen. Niet allemaal als politieauto herkenbaar. Daar gaan we het zo over hebben. Maar groot. Rijkswaterstaat zal groot zijn. En Defensie is groot. Ik denk met de huidige begroting dat die groter zal worden. Misschien zijn ze aanwezig en kunnen ze aandachtig luisteren hoe de politie dit aanpakt. Maar we beginnen, Koert, bij jou. Goed om te weten trouwens dat Anna de hele tijd aanwezig is, dat als we onduidelijkheid hebben over die regeling, dan komen we bij jou terug. Voel je ook vrij om aan te vullen. De aanleiding om met die Rbsw aan de gang te gaan... Misschien zeg ik het niet goed dat dat de aanleiding was, maar de aanleiding was dat het allemaal moeizaam was: het voldoen aan de Rbsw en überhaupt het aanschaffen van emissievrije auto's of duurzame auto's.
KOERT: Dat klopt, ja.
DIEDERIK: Neem me eens mee. Wat was er moeilijk bij jullie?
KOERT: De regel dat we hiertoe gekomen zijn, is eigenlijk: we hadden nieuwe bedrijfswagens nodig. Bergen op Zoom heeft een vijftigtal bedrijfsauto's.
DIEDERIK: Waar worden die ingezet?
KOERT: Die worden ingezet bij handhaving, bij de buitendienst. Dat zijn hoofdzakelijk de grootste.
DIEDERIK: En buitendienst is ook groenbeheer?
KOERT: Ja, groenbeheer, bestrating, dat soort zaken. Alles wat er in onze stad moet gebeuren en in de openbare ruimte. De reden was: we hadden nieuwe bedrijfsauto's nodig. Het was moeizaam. Europese aanbesteding. Je hebt net de drempelbedragen gezien. Ook bedrijfswagens met opbouw en dergelijke. Dan kom je al snel aan de drempelbedragen. Dan wil je graag een bepaalde wagen hebben met een bepaalde specificatie. De gebruikers zijn bij ons ook belangrijk, want het is hun werkplek. Die zitten daar hele dagen op. Dat is al een paar keer mislukt, dus we kwamen steeds verder in het nauw: wat moeten nu met die auto's?
DIEDERIK: Wat mislukte er dan? De aanbesteding, de specificatie?
KOERT: De aanbesteding, geen inschrijvingen, maar ook de specificaties. Technisch specificeren wat je wilt hebben is ook moeizaam voor mensen.
DIEDERIK: En zat daar al wel die zero-emissie-eis in?
KOERT: Nee, zelfs dat nog niet.
DIEDERIK: Dan dacht jij: 'Daar moet ik ook nog aan voldoen.'
KOERT: Dan heb je ook te maken met budgetten natuurlijk. Het was een investeringsbudget bij ons, dus zes jaar afschrijven, dan wordt er een nieuwe wagen besteld. Dat is ook lastig, want op de budgetten werd gekort. Maar ook de bpm-regeling, die ook voor ons van toepassing is, kwam erbij, dus de budgetten waren niet meer afdoende.
DIEDERIK: Ik ben ervan overtuigd dat heel veel gemeenten die nu kijken, zeggen: 'Dit herken ik precies. Ik krijg het budgettair niet rond en ik heb veeleisende gebruikers', waarvan jij terecht zegt: Het is wel hun werkplek, dus dat moet goed zijn. Hoe heb je deze impasse doorbroken?
KOERT: Uiteindelijk doe ik dat niet zelf. Ik werk heel veel samen met de afdeling Beheer & Onderhoud en Buitendienst, want dat zijn eigenlijk mijn interne opdrachtgevers. Je noemde net 'wie betaalt, bepaalt', dus die zijn heel belangrijk in dezen. Ik begeleid daar in het proces. Maar om te kijken: 'hoe kunnen we nu wel iets krijgen wat we willen hebben en hoe kunnen we daarnaast ondertussen, de regeling ook van toepassing, hoe kunnen we daar ook aan voldoen? Daar moeten we aan voldoen.
DIEDERIK: Maar zijn jouw interne opdrachtgevers zich bewust dat deze regelgeving er is?
KOERT: Nee, niet zo. We hebben bedacht: We moeten ze daarin wel meenemen. En we moeten ze ook de voordelen ervan schetsen. De voordelen zullen we dadelijk tegenkomen. Uiteindelijk hebben we een voorstel gedaan aan onze directie.
DIEDERIK: En het voorstel was?
KOERT: We gaan op dezelfde voet verder, te weinig budget en kunnen we niet aan de regeling voldoen, et cetera, of we gaan leasen. We besteden geen auto's meer aan, maar we besteden een financiële dienst aan, een leaseovereenkomst.
DIEDERIK: En wat leverde dat dan op? Dan moet je me toch even uitleggen: wat is dan het verschil in hoe de financiële stromen gaan als je zelf gaat aanschaffen of leaset?
KOERT: Dat is iets waar we achteraf beter over hadden na moeten denken, want gemeenten zijn anders georganiseerd. Dat is een investering, en dan komt het op productgroepen. Maar daarnaast is het voordeel ervan: met een leasecontract kan je bestellen wat je wil hebben. Daar kan je wel die wagen met die ster op de voorkap bestellen, als je die wil hebben. In een aanbesteding is dat lastig, want dan mag je niet voorschrijven.
DIEDERIK: Maar is die auto met die ster op de kap ook elektrisch aangedreven, of anderszins schoon?
KOERT: Uiteindelijk gaan we uit van 'elektrisch, tenzij'. Dat is nu het uitgangspunt. Daar zal de politie dadelijk op terugkomen. Er zijn auto's, die zijn nog steeds niet elektrisch uitvoerbaar voor de middelen waarvoor ze gebruikt worden. Dat heeft te maken met trekkracht, opbouw, dat soort zaken. Dat is echt de techniek. Maar anders zijn ze elektrisch.
DIEDERIK: Heb je er een beeld bij dat dat zich nog wel ontwikkelt?
KOERT: Absoluut. Dat ontwikkelt zich per jaar. Elk jaar komen er meer mogelijkheden bij.
DIEDERIK: Dus de nieuwe periode waar we in komen te zitten, 1 januari 2026 tot eind 2030...
KOERT: Er zullen zeker ontwikkelingen komen die de mogelijkheden nog breder maken.
DIEDERIK: Nog even, die lease. Wat je hebt aangegeven toen we dit voorbespraken, is: Maar let op, het is een langere looptijd, een langer contract.
KOERT: Ja, we hebben een raamovereenkomst voor een leasecontract dus. Een raamovereenkomst is normaal gesproken vier jaar maximaal, of je moet onderbouwen waarom je het langer wil. We hebben de regeling aangesproken om die onderbouwing te krijgen van: waarom willen we langer dan vier jaar? En we hebben een contract voor zeven jaar, dus tot het einde van de regeling.
DIEDERIK: Oké, dus dat heb je gelijkgetrokken tot eind 2030. Dan loopt die af. Was het ook nodig voor de opdrachtnemer om zo'n lange termijn te hebben? Qua investeringsperspectief.
KOERT: Nee, daar hebben we niet aan gedacht. We zijn van onze eigen behoeften uitgegaan.
DIEDERIK: Er is ook nog... Je bent onderdeel van een gemeente. Jullie hebben het manifest MVOI ondertekend. Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen. En je hebt een collegeprogramma. Hoe heeft dat hier een rol in gespeeld?
KOERT: We hebben dus het voorstel aan het DT voorgelegd en aan het college. Het directieteam en aan het college. Daarin hebben we van het college de opdracht meegenomen wat zij in de komende vier jaar willen bewerkstelligen. Dat geeft wel als voordeel mee dat het college daar eerder in meegaat. Deze 50 voertuigen waar je het over hebt zullen over het algemeen de lichtere voertuigen zijn. Dus die vallen onder die 38,5-procentsregel.
KOERT: Klopt.
DIEDERIK: Hoe weet je nu al... Weet je nu al dat je dat gaat halen?
KOERT: We hebben al meer dan 50 procent van ons wagenpark emissieloos.
DIEDERIK: Zo snel gaat dat.
KOERT: Ja. We hadden wel een verouderd wagenpark. Dus alles was echt wel nodig om te gaan vervangen. Daardoor voldoen we nu al aan de regel.
DIEDERIK: Wat is de reactie van de mensen in Bergen op Zoom?
KOERT: We rijden nieuwe auto's, dus dat is altijd fijn. Het was echt verouderd. Het was echt nodig. En ik hoop dat de burgers in Bergen op Zoom ook zien van: we moeten wat, maar de gemeente doet er ook wat aan. Het goede voorbeeld.
DIEDERIK: Ja, precies. In de voorbespreking wilde ik dat bij Nanja checken. Het is ook een beetje 'walk the talk', dus het goede voorbeeld geven.
KOERT: Absoluut.
DIEDERIK: Oké. Wat is de belangrijkste hobbel die je hebt moeten nemen in dit proces?
KOERT: Organisatie, vooral financiën en hoe dat ingeregeld is in gemeenteland. En wat achteraf de grootste hobbel is gebleken: de implementatie van het contract. Dus denk daar goed over na. Zorg dat je een 'dedicated' contractmanager hebt die in ieder geval de leasecontracten goed kan beheersen en beheren, maar die ook de uitvragen goed kan managen. Dat is een van de belangrijkste dingen die we achteraf vooral hebben ondervonden.
DIEDERIK: Dus de interne organisatie is de belangrijkste hobbel die je moet nemen om dit te veranderen. Een vraag die binnenkomt. Dat is toch wel mooi, die vragen komen gelijk binnen. En daarna gaan we door naar jou, Irene. Was opladen en aanpassen... Was het gedrag naar opladen toe voor de buitendienst een issue? Dus hoe je met een elektrische auto omgaat ten opzichte van een fossiel auto.
KOERT: Dat is absoluut een issue. Sowieso de capaciteit die je hebt als organisatie. Daar moet je rekening mee houden. Je kan soms niet alles tegelijkertijd opladen. Dat moet je organiseren. En daarnaast is het belangrijk om te weten: wat is m'n reikwijdte met de auto? Moet ik hem elke dag wel opladen? Moet ik hem opladen op de gemeentewerf, of kan ik hem ook elders opladen? Daar moet je aan de voorkant wel over na denken, absoluut.
DIEDERIK: Dus het gaat verder dan alleen het aanschaffen. Operationeel komen er hele interessante vraagstukken bij kijken die je als organisatie moet oplossen, zodat iedereen z'n werk kan doen en tevreden is.
KOERT: En die we ook niet altijd hadden voorzien, omdat het voor ons ook nieuw was. We hebben partijen gezocht die ons konden helpen. Die hebben we niet gevonden. We hebben het zelf allemaal ondervonden.
DIEDERIK: Zo gaat het soms. Het is vaak ook: Begin maar gewoon.
KOERT: En dat is het leuke ervan. Absoluut.
DIEDERIK: Koert, dankjewel zover. Dames en heren, ik wil u nogmaals wijzen op de mogelijkheid om vragen te stellen. Dit kunt u doen door onder in uw scherm op 'vraag en antwoord' te klikken. Daar kunt u uw vraag intypen. Die wordt dan doorgestuurd naar ons. Een moderator bekijkt die vraag, beantwoordt hem misschien rechtstreeks of anders komt die hier op tafel en wordt die voorgelegd aan onze sprekers. Irene Meulenkamp, van de politie.
IRENE: Dat klopt.
DIEDERIK (LACHEND): Ik zeg het heel streng, alsof je aangehouden bent.
IRENE: Dat mag ik niet, maar ik ben wel van de politie.
DIEDERIK: Wat is jouw rol bij de politie? Ik ben dat vergeten te vragen aan Koert, dus daar kom ik nog op terug. Wat is jouw rol bij de politie?
IRENE: Ik ben senior producten- en dienstenmanager bij de Dienst Verwerving, de inkoopafdeling van de politie. We zijn verdeeld in teams. Ik zit in het team dat al het vervoer inkoopt. Luchtvaart, boten, fietsen en alle auto's.
DIEDERIK: Oké, inkoop. En ook luchtvaart, dat is wel interessant. Maar dat gaat niet verder dan een helikopter, denk ik.
IRENE: En drones.
DIEDERIK: Onder luchtvaart?
IRENE: Ja.
DIEDERIK: Oké. De politie is echt een andere organisatie dan Bergen op Zoom. Bergen op Zoom is representatief voor een grote groep aanbestedende diensten. De politie is weer representatief voor een heel specifiek vraagstuk. Zullen we daar samen doorheen lopen? Jij hebt een tijdlijn opgesteld over hoe de ontwikkeling van elektrificering of verduurzaming van het wagenpark bij de politie is aangepakt. Kun je ons daar doorheen nemen? Het scherm, de slide staat voor.
IRENE: We zijn in 2019 al gestart aan de opdracht van het verduurzamen van ons wagenpark. Toen zijn we begonnen met een pilot met zes auto's en wat motoren. Maar met name de auto's waren interessant. Het waren noodhulpauto's en recherchevoertuigen. Noodhulp is als je 112 belt, dan komt er zo'n auto voorrijden. En het doel van die pilot was om echt te kijken wat die voertuigen doen in de operatie. Kunnen we uit de voeten met elektrische voertuigen? We hebben heel veel resultaten opgehaald. De korte conclusie was dat het eigenlijk best positief was. Heel veel mitsen en maren zijn er, maar als je echt kijkt naar de bottomline, dan kan het.
DIEDERIK: Op voorhand zegt iedereen altijd: een elektrische auto heeft geen bereik. Dan denk ik: hoeveel kilometers maak je op een dag? Is dat in de praktijk weleens een knelpunt, of nooit?
IRENE: In de pilot was het zeker weleens een knelpunt. Toen, zes jaar geleden, hadden we het over een andere actieradius. Maar wat we ook doen bij de uitrol: we kijken heel goed in het team of een elektrisch voertuig past, omdat we weten van het voertuig dat we gaan vervangen hoeveel kilometer het rijdt en hoeveel uur stilstand het heeft per dag of per dienst. Maar net hoe klein we het willen meten. Op basis daarvan kunnen we dan zeggen: hier past een elektrisch voertuig.
DIEDERIK: Waarom hebben jullie al die informatie, dat je precies weet welk voertuig en hoeveel kilometer die rijdt?
IRENE: Dat heeft te maken met het onderhoud van het hele wagenpark. Het beheer van het wagenpark van wanneer een voertuig eruit moet, want het is of een aantal jaar, of een aantal kilometer, of total loss.
DIEDERIK (LACHEND): Wat ook weleens gebeurt bij de politie.
IRENE: Dus het is een soort bijvangst dat we nu heel goed weten hoe een voertuig gebruikt wordt.
DIEDERIK: Een zijsprongetje naar jou, Koert. Is dat bij jullie ook zo of kijk je vooral naar de functie van het voertuig?
KOERT: Hoofdzakelijk de functie. Actieradius is bij ons niet zo van toepassing. We zijn qua omvang niet een hele grote gemeente. Dus dat is bij ons geen issue.
DIEDERIK: Irene, we gaan terug naar de tijdlijn.
IRENE: Dus eigenlijk was het startschot gegeven. Nu hebben we al zo'n 1000 voertuigen elektrisch rijden, van in totaal 14.000. Dat zijn wel wat wij de 'onopvallende voertuigen' noemen. Dus niet herkenbaar als politievoertuig. Denk aan recherchevoertuigen, gewone reisvoertuigen, overlegbussen, die wat makkelijker te elektrificeren zijn. Dat is al een heel mooi aantal, maar de grote bubs moet nog wel gaan komen, want we willen naar 6100 voertuigen in totaal. In 2030. En nu zijn we bezig met twee hele grote aanbestedingen. Dat zijn noodhulpvoertuigen en handhavingsvoertuigen.
DIEDERIK: Even terug naar die 14.000. Dat zijn overwegend lichte voertuigen?
IRENE: Er zitten ook veel bussen tussen, maar dat noemen we ook lichte voertuigen. Maar dat gaat tot een redelijk zware bus. We hebben niet zoveel vrachtwagens.
DIEDERIK: Laten we voor het gemak stellen dat dat allemaal lichte voertuigen zijn. Dan geldt dus die 38,5 procent. En met 6100 haal je dat. Daar ben je nog niet, daar moet je naartoe.
IRENE: Daar moeten we naartoe. Vanaf 1000 hebben we nog wel wat te gaan. Maar die noodhulpvoertuigen en handhaving is een behoorlijk deel van ons wagenpark. We hopen dat daar de eerste eind 2025 dan wel 2026 gaan rijden. En vandaar verder. We doen nog meer pilots, bijvoorbeeld hondenvoertuigen. We hebben heel veel specifieke voertuigen waar we telkens moeten kijken: wat is er mogelijk?
DIEDERIK: Maar er zijn ook andere afwegingen onderweg gekomen. Want 'elektrisch, tenzij' is nog steeds het uitgangspunt. Maar er zitten ook extra mitsen en maren vanwege jullie bedrijfsvoering.
IRENE: Ja. We zeggen wel 'elektrisch, tenzij', maar er wordt ook echt wel gekeken naar business continuity management. We hebben uiteindelijk een taak uit te voeren. Dus wij zullen niet in één keer een heel team elektrificeren. Dat kan niet en durven we nog niet. Daar hebben we geen ervaring mee. Dus er wordt altijd een mix geplaatst in een team. Daarnaast zien we ook wel dat de voertuigen die het moeilijkst te elektrificeren zijn, die stoten het meeste CO2 uit. Denk aan wat wij de snelle-interventie- voertuigen noemen: de Audi's. Die kent iedereen wel. Maar ook een deel van die noodhulpvoertuigen, de busjes, die rijden heel veel kilometers en stoten heel veel CO2 uit. Die zijn moeilijk te elektrificeren. We zeggen ook wel nu: we gaan toch weer heroverwegen of we niet toch ook plug-in hybrides moeten gaan gebruiken. We hebben gezegd: Die stap slaan we over, want die zijn best kostbaar en je hebt niet de voordelen van een e-voertuig. Je hebt nog steeds een laadpaal nodig. Die gaan we heroverwegen, maar we gaan ook kijken of biodiesel een optie is.
DIEDERIK: Heroverwegen, omdat de stap in één keer naar elektrisch lastig is, maar je wil wel je CO2-emissieresulaten boeken. Dat staat dus een beetje los van Rbsw, maar meer gekoppeld aan de duurzaamheidsdoelstelling van de politie.
IRENE: De overall-doelstelling die we willen behalen, is die CO2-reductie. We moeten ook voldoen aan deze wetgeving, maar ook die CO2-reductie. Daarom kijken we ook, nog niet heel concreet, maar net gekomen, dat we zeggen: we moeten daar toch ook andere stappen in nemen.
DIEDERIK: Stap naar jou, Anna. Hier hebben we het dan over uitzonderingen en vrijstellingen? Zou je het zo simpel kunnen zeggen? Deels, natuurlijk weer niet allemaal. Misschien een wat complexe vraag. Politie heeft een typische opgave. Irene noemde het net. Hoe noemde je het? Snelle reactie?
IRENE: De snelle-interventie-voertuigen.
DIEDERIK: Hoe gaan we daar vanuit de regelgeving mee om?
ANNA: Daar is ruimte voor in de regelgeving. Op het moment dat de openbare orde in het geding komt, dan is daar een uitzondering voor. Maar ook als er nog geen alternatief voor is, zijn daar vrijstellingen voor. Daar hebben we ook contact over met de politie. Ik denk ook wel dat het in die zin mooi is om te horen wat er wel en wat er nog niet is, waar dan tegenaan wordt gelopen. Maar zoals Irene heel mooi zegt: er is een minimumpercentage waaraan moet worden voldaan, maar daarbovenop zie je ook dat de politie grotere duurzaamheidsdoelstellingen heeft en dat het dan meer de vraag is: hoe kun je bovenop het behalen van je minimumpercentages nog die stap extra maken? Geeft dat een beetje antwoord?
DIEDERIK: Ik vraag het omdat in een ander deel van de Regeling bevordering schone wegvoertuigen... Blijft een lastig woord. Rbsw. Daar staat ook dat bijvoorbeeld bij de bussen en het zwaar vervoer, dat juist het type brandstof kan bijdragen.
ANNA: Zeker. Er is een verschil tussen schoon en zero-emissie. Voor de lichte voertuigen moet die 38,5 procent ook echt zero-emissie zijn.
DIEDERIK: Dus is dat elektrisch?
ANNA: Dat kan elektrisch zijn. De werkelijkheid laat zien dat dat inderdaad elektrisch is. En voor bijvoorbeeld de zware bedrijfsvoertuigen geldt die 15 procent voor schone voertuigen. Daar mogen ook alternatieve brandstoffen worden gebruikt. Een mooi voorbeeld van enige tijd geleden was de gemeente Amsterdam die ervoor koos om voertuigen aan te schaffen die op HVO 100 rijden. Dus wel een duurzaam alternatief, dus schoon, maar niet zero-emissie.
DIEDERIK: En ook niet heel goedkoop, begrijp ik van jou.
ANNA: Niet per se heel goedkoop.
DIEDERIK: Maar wel met de ambitie om duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Die voorbeelden van brandstoffen staan ook in de handreiking, hè? In die infographics.
ANNA: Absoluut.
DIEDERIK: Dankjewel. Irene, terug naar jou. Waar sta je nu? Wat is het eerstvolgende wat je gaat doen?
IRENE: Het eerstvolgende wat we gaan doen zijn de gestripete voertuigen, waar we nu mee bezig zijn, afmaken, implementeren en pilots uitvoeren met andere voertuigen.
DIEDERIK: Dat betekent dus feitelijk dat wij in het land steeds meer elektrische politiewagens gaan zien. We gaan het er niet te lang over hebben, maar toch belangrijk, zeker bij zo’n grote organisatie, om het even te benoemen: dan moet je ook laadpalen hebben.
IRENE: Ja.
DIEDERIK: Dat geldt voor Bergen op Zoom natuurlijk ook. Maar bij jullie is de omvang net iets groter en krijg je de vraag: wanneer laadt wie? Hoe organiseer je dat dat gelijk optrekt?
IRENE: Dat is een nauwe samenwerking binnen de politie tussen wagenparkbeheer, dus wij kopen in, maar wagenparkbeheer doet echt het beheer, en huisvesting, die verantwoordelijk is voor de laadinfra. Zij trekken samen op om te kijken: binnen welke contracten kunnen we wat voor type auto's gaan bestellen? Waar kunnen we die plaatsen als het gaat om dat weggedrag? Hoeveel kilometer rijden ze en hoeveel stilstand. En dan met huisvesting kijken: kan er laadinfra geplaatst worden? Want daar zitten ook allerlei mitsen en maren aan vast. Bij sommige plekken lukt dat wel, bij andere niet. Dat is een nauwe samenwerking. We hebben wel gezegd: We plaatsen geen elektrische auto als er geen laadinfra is op bepaalde voertuigen.
DIEDERIK: Dus uiteindelijk heeft het niks met de Rbsw te maken, maar het is wel weer randvoorwaardelijk om een elektrisch voertuig aan te schaffen.
IRENE: Maar, net als dat we een parkeerladder hebben voor parkeerplekken, hebben we ook een laadladder, waarin is bepaald dat bepaalde voertuigen een laadpunt moeten delen. Sommige moeten een laadpunt met drie of vier voertuigen delen. We hebben functiegebonden voertuigen die mensen mee naar huis nemen. Daarvan zeggen we: 'Thuis laden. Je krijgt geen plek op een politielocatie.' Een noodhulpvoertuig, daarvan zeggen we: Die moet een individueel laadpunt hebben. Die moet altijd vrij zijn.
DIEDERIK: Dus er zitten heel veel organisatorische vraagstukken achter. Dat komt overeen met wat jij zegt, Koert.
KOERT: Klopt, absoluut.
DIEDERIK: Moeten we daar niet een keer een webinar over organiseren? Wat daar allemaal bij komt kijken. Zodat niet mensen uit het land komen te zitten met elektrische voertuigen die stilstaan, omdat de laadpaalinfrastructuur niet geregeld is.
KOERT: Dat is het belangrijkste natuurlijk.
DIEDERIK: We zouden het er kort over hebben. Ik wil nog een ander ding aanstippen. Jullie hebben een dynamische aanbestedingskalender. Zeg ik dat goed?
IRENE: Een dynamisch aankoopsysteem.
DIEDERIK: Zo heet het. Een DAS. Die wordt in Nederland veel gebruikt, vooral voor de inhuur van personeel. Jullie hebben liever auto's, off-the-shelf-products.
IRENE: Een auto is feitelijk ook off-the-shelf. Dat heeft niks met deze regeling te maken. Die hadden we al. Maar dat is een aankoopsysteem waardoor we vrij snel, vrij standaard voertuigen kunnen inkopen en niet continu een hele Europese aanbesteding moeten doorlopen. Dus dit is een tool voor wederom de poolvoertuigen, recherchevoertuigen, die weinig op- en inbouw kennen. Als we die nodig hebben, zetten we hem uit en dan kopen we de voertuigen die worden aangeboden.
DIEDERIK: Maar ook weer 'elektrisch, tenzij' of is het bijna allemaal elektrisch in die DAS?
IRENE: Nee, zeker niet. Daar hebben we eigenlijk twee... Dan komen we ook op de uitzonderingen waar de politie gebruik van maakt. Als het over burgerbescherming gaat of voertuigen voor openbare handhaving, dan mogen wij gebruikmaken van de uitzondering: als er geen goed elektrisch of schoon alternatief aanwezig is in de markt. Dat doen we op twee manieren. Eén is die DAS. Daar bepalen we per voertuigcategorie, één keer in de zoveel tijd is daar overleg over: kan die al elektrisch of niet? Of een deel, want het hoeft niet altijd direct 100 procent. Het mag ook 50 procent, of wat we maar bedenken. Dat wordt per voertuigcategorie bepaald en vastgelegd in onze eigen administratie met ook een motivatie erbij als we vinden dat het een uitzondering is. Daarnaast hebben we de gewone grote turnkeyaanbestedingen. Dan kopen we een compleet op- en ingebouwde auto. En dat gaat via de stuurgroep. Dan maken we een businesscase. Sowieso om te vertellen: dit willen we kopen, zoveel denken we dat het kost. Daarbij doen we ook onderzoek naar de markt: wat is er aanwezig, kan het elektrisch? Zo niet, is het een uitzondering en dat laten we dan goedkeuren door de stuurgroep. En dat leggen we vast in onze eigen administratie.
DIEDERIK: Helder. Ook nog een hele klus. Heel veel werk. Dank zover. Ik wil het even over rapportage hebben. We zien nu deze slide. De rapportage. Ik kom bij jou, Anna, zo meteen met: hoe gaat het nou in z'n werk, standaard rapportage? Of misschien zelfs wel achteloos rapporteren als dat via TenderNed kan. Daar ga jij zo een toelichting op geven. Maar hoe doen jullie dat, Irene? Want het is nogal wat, die aantallen waar je over moet rapporteren.
IRENE: Inderdaad een behoorlijke klus. Het gaat hier ook niet zozeer over de details van de tabel. Maar belangrijk is dat wij met RVO hebben afgesproken om te rapporteren vanuit onze eigen administratie, omdat via Mercell of via de aanbestedingstools die er zijn, is het gewoon heel erg lastig. Dat zullen anderen ook herkennen. Als je raamcontracten hebt, weet je niet precies hoeveel je gaat bestellen. Die contracten duren bij ons ook zeven jaar als alles goed gaat. Dus wij hebben uiteindelijk in overleg besloten: we rapporteren twee keer per jaar vanuit onze eigen administratie. En... In die administratie hebben we dus laten aanpassen dat we daar ook kunnen noteren wat een uitzondering is en wat de motivatie is. Daar rolt dan uiteindelijk deze tabel uit. Volgens mij staat die op deze manier in de regeling.
DIEDERIK: Oké. Goed om te weten dat je een uitzonderingspositie hebt in het rapporteren, en periodiek, eens per half jaar, rapporteert bij RVO. En die komen dus ook terug in jouw cijfers.
ANNA: Het is geen uitzonderingspositie. Hij staat ook in de handreiking. Voor partijen met een heel groot wagenpark, waar de politie er een van is, mag er op deze wijze worden gerapporteerd. Er staat ook een mailadres waarin dat kan. Maar de praktijk leert dat voor vooral kleinere wagenparken, dat het dan veel makkelijker is om dat te doen via TenderNed of Mercell, waar je sowieso je aanbesteding dan publiceert. En waarom is dat veel makkelijker? Dat is omdat TenderNed tegenwoordig eForms heeft geïntroduceerd, waarin op het moment dat je je CPV-code invult, wat heel standaard is, dat wordt sowieso al gedaan, wordt er ook meteen aangegevenautomatisch dat als je onder Rbsw valt je daar je informatie moet geven over je aantallen voertuigen. En dat wordt dan in je hele manier meegenomen. Uiteindelijk is het wel aan de aanbestedende dienst de verplichting om te rapporteren. We hebben het geprobeerd op die manier zo makkelijk mogelijk te maken.
DIEDERIK: Dus je moet rapporteren, maar let op: als je dat via je aanbesteding in de publicatie van de gunning doet... Bij de publicatie van de gunning moet je aangeven: het zijn deze en deze auto's geweest. Ik ben heel nieuwsgierig, dus ik had het vanochtend gecheckt. Een paar gegunde opdrachten in deze hoek gecheckt en inderdaad geselecteerd op CPV-codes. Dan zie je netjes statistische informatie bij de resultaten in de publicatieformulieren staan. Dan heb je dus ook voldaan aan je rapportageplicht. Dus opnemen in de gunning in TenderNed, voldaan aan je rapportageplicht.
ANNA: Exact.
DIEDERIK: Heel fijn. We gaan nog wat vragen stellen, want die zijn binnengekomen. Hele korte vraag. Koert, hadden we het hier over een financial lease of een full operational lease?
KOERT: Full operational.
DIEDERIK: Wat is het verschil?
KOERT: Bij financial moet je zelf alles nog regelen. Onderhoud, et cetera. Bij ons zit er alles in.
DIEDERIK: Oké, heel goed. Nog eentje voor jou, Koert. Bij welke voertuigen kiezen jullie ervoor om niet over te gaan?
KOERT: Dat is een hele lastige, want dat is heel specifiek. Het ligt eraan voor welke doeleinden het voertuig gebruikt gaat worden en wat onder andere de opbouw kan zijn. Als dat te zwaar wordt voor elektrisch...
DIEDERIK: Daar heeft het mee te maken. De belasting.
KOERT: Opbouw, aanbouw, trekkracht, dat soort zaken. Vooral bij de voertuigen voor de buitendienst.
DIEDERIK: Ja, oké. Dit is een interessante vraag. Die komt altijd. Het gaat over waterstof. Waterstof als alternatieve bron van energie. Kijkt de politie ook naar waterstof voor lastig te elektrificeren voertuigen?
IRENE: Momenteel niet. We hebben het in de pilot meegenomen. In 2019 hadden we ook een waterstofauto. En dat is niet goed bevallen. Dat zit hem met name in de tankmogelijkheden. We hebben een landelijke dekking nodig, en dat is met waterstof nog niet mogelijk.
DIEDERIK: Een netwerk. Dat moet eerst groeien. Mijn idee is dat toch de landelijke politie al heel lang stuurt puur op industriële toepassingen van waterstof. Los van de vraag, het is dus wel technisch mogelijk.
IRENE: Feitelijk is het een elektrische auto.
DIEDERIK: Maar je moet infrastructuur ervoor hebben. Vooral dat je een netwerk van oplaad- of tankpunten moet hebben. Daar komt-ie, Irene. Op welke wijze borgt de politie haar bedrijfscontinuïteit bij stroomuitval? We hebben allemaal naar Spanje gekeken. Dat duurde niet eens zo lang trouwens. Een halve dag. Maar toch, iedereen raakt van slag.
IRENE: Dat is een hele goede vraag. Daar zijn we nu zelf ook intern druk mee bezig. Maar ik kan het voorbeeld noemen van de noodhulpvoertuig, voertuigen die altijd moeten rijden. Daar kijken we of de laadpunten ook kunnen aansluiten op het noodaggregaat. Maar het zal niet voor alle voertuigen gelden. En vandaar ook wel de opzet dat we voorlopig nog niet een team helemaal elektrisch zullen maken.
DIEDERIK: Helder. Je zegt noodaggregaat. Komen er niet op een gegeven moment superbatterijen?
IRENE: Daar ben ik een beetje overvraagd. Dat weet ik niet.
DIEDERIK: Ik ook niet, maar ik zit een beetje weg te dromen.
IRENE: We hebben wel testen. We zijn nu met een laadplein bezig. Volgens mij is dat in aanbouw of gaat dat binnenkort beginnen. Dat we echt gaan testen met zonnepanelen en daarbij de oplaadstations. Maar dat helpt je trouwens niet in een crisissituatie.
DIEDERIK: Gaan jullie dat testen in een crisissituatie? Een stroomuitval simuleren.
IRENE: Ja, zeker. Dat soort dingen worden wel getest.
DIEDERIK: We hebben laatst zo'n nationale oefening gehad en toen kwamen ze erachter dat het crisisteam zat op de 14e verdieping, maar de lift deed het niet. Want er was geen stroom. Ik vond dat een heerlijk simpel voorbeeld van wat je leert uit dat soort tests. Voor jullie allebei. Er wordt voor zero-emissie steeds gesproken over e-voertuigen. Hebben de aanbestedende diensten die aan tafel zitten ook andere vormen overwogen? Waterstof onder andere. Dat is al een beetje aan de orde geweest.
KOERT: We komen hoofdzakelijk uit op elektrische voertuigen.
DIEDERIK: Als gemeente van 70.000 inwoners, heel representatief voor Nederland, kom je snel op elektrisch uit. Want dat functioneert gewoon.
KOERT: Het functioneert, het is beschikbaar. Het laadnetwerk is beschikbaar. Voor ons is dat op dit moment de enige mogelijkheid.
DIEDERIK: Daar hoor ik jou zeggen: We zitten eind 2030 op 100 procent elektrisch. Uitzonderingen daargelaten.
KOERT: Laten we het hopen.
DIEDERIK: Nog een keer. Misschien een herhaling van wat je eerder hebt gezegd, Irene. Jullie overwegen wel andere brandstoffen, maar meer om die CO2-doelstellingen te halen.
IRENE: Ja, en plug-in hebben we in het begin ook echt wel overwogen, maar op een gegeven moment is er een grote businesscase gemaakt van: hoe gaan we die hele elektrificering bekostigen? Dan zie je dat plug-in, toentertijd, een hele dure optie was, want je hebt niet de voordelen van elektrische voertuigen. Dus je RLB is hoger. En je hebt nog steeds laadinfra nodig, dus die investering moet je doen. Althans, voor bepaalde doelstellingen die wij moeten behalen. Toen hebben we gezegd: Als we gaan, dan doen we direct elektrisch.
DIEDERIK: Helder. Laatste vraag, en dan vraag ik jullie vervolgens om een uitsmijter te geven. Aan jou de vraag, Irene. Ik heb hem net al aan Koert gesteld. Wat zijn de grootste hobbels die jij hebt moeten nemen in dit proces? Maar laten we eerst de laatste vraag nog even doen. Die is voor jou, Koert. Als vervolg op die operational lease. Heeft de leasemaatschappij ook nog eisen voor wat betreft in-, om- en opbouw? Dit in verband met het terugnemen van het voertuig na de leaseduur.
KOERT: Nee, heel simpel.
DIEDERIK (VERBAASD): Nee?
KOERT: Ze hebben een overeenkomst met een opbouwspecialist. Die zijn gespecialiseerd in opbouw bij bedrijfsvoertuigen. En in overleg met ons bepalen we wat de opbouw wordt. Daar zijn geen eisen aan gesteld.
DIEDERIK: Is het dan meestal modulair? Dus je bouwt het op en kunt het er makkelijk af halen?
KOERT: Niet altijd. Soms zijn ze heel specifiek voor de werkzaamheden.
DIEDERIK: Oké, goed om te weten. Er zitten geen beperkingen vanuit de opdrachtnemer.
KOERT: Zo hebben wij het niet ervaren.
DIEDERIK: Heel goed. Oké. Je hebt kunnen nadenken, Irene, over die grootste hobbel.
IRENE: De grootste hobbel... Eigenlijk hebben we het nog helemaal niet gehad in dit interview over de gebruikers van de voertuigen, want dat is het belangrijkste. Zij moeten hun werk ermee uitvoeren. Ik wil niet zeggen 'een hobbel', maar we moeten hen heel goed meenemen in waarom we dit doen, want zij kennen die EU CVD niet. Dat hoeft ook niet, maar we moeten wel vertellen waarom we elektrificeren en hen heel goed meenemen in wat dat betekent voor de operatie. Ook succesverhalen vertellen. We zijn net de burgermaatschappij. We hebben mensen die helemaal voor zijn, want die hebben zelf een elektrische auto of die zien ook de voordelen ervan in politiewerk. Neem alleen maar stil komen aanrijden. Dat vindt de politie soms heel fijn. Maar er zijn ook mensen die het helemaal niets vinden en die moeten we ook mee gaan nemen. Dus ik wil niet zeggen 'een hobbel', maar dat is een heel groot aandachtspunt in de implementatie.
DIEDERIK: In de voorbereiding noemde jij dat ook al, Koert. Het is goed werkgeverschap dat je iemand een goede werkplek geeft als de auto je werkplek is. Dus die moet je meenemen, de gebruiker van het voertuig. Heb jij nog een uitsmijter, Koert?
KOERT: Begin er gewoon aan, want het levert echt voordeel op voor de organisatie. Je kan bepalen wat je zelf wil hebben zonder dat de Aanbestedingswet je beperkt.
DIEDERIK: En je bent op zoek gegaan naar een partner om je te helpen bij de organisatie. Die heb je niet gevonden, maar je hebt het wel allemaal zelf uitgevonden.
KOERT: Als mensen informatie willen, kunnen ze contact met PIANOo opnemen. Die weten ons te bereiken.
DIEDERIK: Laten we die opmerking in z'n algemeenheid maken. Indien u vragen heeft na dit webinar die heel specifiek zijn aan Bergen op Zoom op de politie, stuur een berichtje naar info@pianoo.nl. Kan ook naar bijeenkomsten@pianoo.nl. Misschien is het juist extra verwarrend wat ik nu doe. Info@pianoo.nl. Dan brengen onze collega's van PIANOo u in contact dan wel met de politie, Irene Meulenkamp, dan wel met Koert Dons van Bergen op Zoom. Hartelijk dank voor jullie bijdrage. Anna, ik heb jou nog niet bedankt. Bedankt bij dezen. Welke tip zou jij willen meegeven?
ANNA: Het zijn minimumpercentages. Dus zie het ook als een kans om het gesprek te voeren over het verder verduurzamen van je wagenpark. Die wil ik ook wel meegeven.
DIEDERIK: Durf ambitieuzer te zijn dan de percentages die er staan.
ANNA: Absoluut.
DIEDERIK: Hartelijk dank. Dank voor jullie aanwezigheid. Dames en heren, dit was het webinar over de Regeling bevordering schone wegvoertuigen. We hebben trouwens nog één poll. Die ga ik zo nog aan u stellen. Maar ik wil toch nog even samenvatten wat we besproken hebben. Dit is allemaal in het doel van het klimaatakkoord. Het is wel wetgeving, belangrijk om te realiseren. Nanja Piek zei dat ook heel duidelijk. Die percentages, daar kun je op aangesproken worden. Maar let op. Dan haak ik weer even aan op wat jij zei, Anna. Het gaat niet om hoe je presteert per aanbesteding, maar per aanbestedende dienst. 1 januari 2026 gaat een nieuwe periode in. Die loopt tot eind 2030. En over die periode zul je moeten verantwoorden wat de Regeling bevordering schone wegvoertuigen betreft. Heb ik iets gemist, Anna?
ANNA: Ik heb niks toe te voegen.
DIEDERIK: Belangrijke check, oké. Heeft u toch nog vragen? Daar gaat die laatste pollvraag over. Die wil ik nog even bij u neerleggen. Het webinar is klaar. Iedereen heeft gesproken. Maar heeft u toch nog vragen, geeft u dat dan aan. Of u voldoende bent geïnformeerd. En zo niet... Nee, ik heb nog wel wat vragen. Ik verwoord het even verkeerd met hoe het in de poll staat. Ik ga het even letterlijk zeggen. Zijn er nog vragen na het volgen van dit webinar? U heeft twee keuzemogelijkheden. ‘Nee, ik ben op de hoogte’ en ‘ik verdiep me nog in de informatie op pianoo.nl.’ Nogmaals: het staat dus in het sectordossier mobiliteit. 'Sectoren' is een item boven in de balk op de PIANOo-website. Je kunt ook in het zoekveld 'Rbsw' intikken. Dan kom je op een nieuwsbericht over de actualisatie van de regeling. En als tweede op de handreiking. Er zijn een paar mensen die zeggen: Ja, ik heb nog wel meer vragen. Daar staat het mailadres dus voor. Hier staat wel het mailadres bijeenkomsten@pianoo.nl. U kunt hem ook sturen naar info@pianoo.nl. Dan komt die ongeveer op dezelfde plek terecht, maar die twee collega's weten elkaar wel te vinden. Nogmaals: hartelijk dank aan de sprekers. En ik wens u een hele prettige middag.
♪ OUTROTUNE ♪
[Animatie. PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden. Bedankt voor het kijken.]