Aanbesteding Valysvervoer is geen raamovereenkomst. Maximale opdrachtwaarde/hoeveelheid niet opgenomen. (week 21)
Raamovereenkomst | maximale waarde opdracht
De Staat heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de opdracht “VWS EA – Valys 2026”. De opdracht is op 25 februari 2025 aangekondigd op TenderNed. Voor de opdracht hebben zich vijf partijen ingeschreven. TMS heeft gesteld dat de Staat heeft verzuimd om de maximale waarde en/of de maximale hoeveelheid van de opdracht bekend te maken. Anders dan TMS stelt betreft de aanbestedingsprocedure niet het sluiten van een raamovereenkomst, waarin de voorwaarden worden vastgelegd waaronder met de individuele reizigers vervoersopdrachten worden gesloten. De Staat heeft voldoende uiteengezet dat deze aanbesteding ziet op een concrete opdracht voor het uitvoeren van Valys- en Sportvervoer, met inbegrip van ondersteunende taken en verantwoordelijkheden. TMS heeft volgens de rechter ook onvoldoende concreet gemaakt dat buitenlandse partijen door het gekozen registratieproces op onredelijke wijze zijn beperkt in hun mogelijkheden om kennis te nemen van de aanbestedingsstukken. (ECLI:NL:RBDHA:2026:11046, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 17 april 2026, Datum publicatie22 mei 2026)
Feiten en omstandigheden
Na een marktconsultatie (en een cliëntconsultatie) heeft de Staat een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de opdracht “VWS EA – Valys 2026”. De opdracht is op 25 februari 2025 aangekondigd op TenderNed. Voor de opdracht hebben zich vijf partijen ingeschreven, waaronder CTS en de Combinatie. Op 17 november 2025 is de opdracht voorlopig gegund aan CTS. Drie inschrijvers op de opdracht, te weten de Combinatie, Transvision B.V. en de combinatie bestaande uit Qarin B.V., DVG Regie B.V., BEN’RR B.V., Taxicentrale Zwolle B.V., TCR B.V. en Vloettax B.V., hebben in verband met bezwaren tegen (de uitkomst van) de aanbestedingsprocedure ieder een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt. De mondelinge behandeling in die procedures is gepland op 4 mei 2026.
Bij brief van 10 februari 2026 heeft mr. Cornelissen namens TMS aan de Staat meegedeeld dat de aanbestedingsprocedure moet worden ingetrokken omdat er gebreken aan kleven, als gevolg waarvan TMS geen reële kans heeft gekregen om de opdracht te verwerven. Daarbij is de Staat gesommeerd om de aanbestedingsprocedure in te trekken en de opdracht (desgewenst) opnieuw aan te besteden. Het oordeel van de rechter:
Maximale waarde
“TMS heeft gesteld dat de Staat in de aankondiging van de opdracht en/of in de aanbestedingsstukken heeft verzuimd om de maximale waarde en/of de maximale hoeveelheid van de opdracht bekend te maken. Ook om die reden is de aanbestedingsprocedure volgens TMS gebrekkig en moet deze worden ingetrokken. De Staat heeft er allereerst op gewezen dat de maximale waarde en/of de maximale hoeveelheid van een opdracht alleen moet(en) worden vermeld bij een raamovereenkomst. Anders dan TMS heeft gesteld betreft de onderhavige aanbestedingsprocedure niet het sluiten van een raamovereenkomst, waarin de voorwaarden worden vastgelegd waaronder met de individuele reizigers vervoersopdrachten worden gesloten. De Staat heeft voldoende uiteengezet dat deze aanbesteding ziet op een concrete opdracht voor het uitvoeren van Valys- en Sportvervoer, met inbegrip van ondersteunende taken en verantwoordelijkheden. De Staat heeft daarbij toegelicht dat de werkzaamheden die de opdrachtnemer moet uitvoeren nauwkeurig zijn omschreven in het Programma van Eisen en dat van deelopdrachten of verdere bemoeienis van de Staat met de uitvoering van de opdracht geen sprake is.”
Toegang tot aanbestedingsstukken
“Ook als moet worden aangenomen dat geen sprake is van een raamovereenkomst had de Staat volgens TMS de maximale waarde en hoeveelheid van de opdracht bekend moeten maken, omdat anders de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijke behandeling en transparantie in het geding komen. Daarbij heeft TMS uiteengezet dat de Staat de maximale waarde en hoeveelheid in de aankondiging van de opdracht had moeten opnemen en dat hij op grond van het arrest Simonsen & Weel A/S alleen mocht volstaan met vermelding daarvan in de aanbestedingsstukken als aan de voorwaarde van kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot die aanbestedingsstukken is voldaan. TMS heeft er in dit verband op gewezen dat een inschrijver om toegang te krijgen tot de aanbestedingsstukken een registratieproces moest doorlopen en dat dat voor een buitenlandse partij als TMS niet eenvoudig is, omdat zij niet beschikt over een KvK-nummer dat voor de registratie noodzakelijk is. Aan dit betoog gaat de voorzieningenrechter voorbij. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van CTS er op gewezen dat een buitenlandse partij bij de registratie gebruik kon maken van haar eigen (buitenlandse) registratienummer, dat zij had kunnen invullen in een veld dat tijdens de registratie verscheen nadat eerst een (fictief) nummer in het veld voor het KvK-nummer was ingevuld. Verder heeft de Staat aangevoerd dat een buitenlandse partij desgewenst eenvoudig contact kon opnemen met de servicedesk van CTM wanneer zij tegen een probleem aanliep bij de registratie, waarna een code werd verstrekt om toegang te krijgen tot de aanbestedingsstukken. Hiertegenover heeft TMS onvoldoende concreet gemaakt dat buitenlandse partijen door het door de Staat gekozen registratieproces op onredelijke wijze zijn beperkt in hun mogelijkheden om kennis te nemen van de aanbestedingsstukken.”
De vorderingen van TMS worden afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 27 mei 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl