Van 55% naar 87,9%: de strijd voor betere aanbestedingsdata
TenderNed analyseerde de data. Richard Lennartz, directeur van de Rijksinkoopsamenwerking (RIS), deed op persoonlijke titel iets wat buiten zijn functie viel en maakte het verschil. Drie jaar geleden stond Nederland onderaan in de Europese ranglijst voor het correct publiceren van definitieve gunningswaarden: slechts 55% van de aanbestedende diensten deed dit naar behoren. Over heel 2025 staat de teller op 84,5%, en de lijn gaat verder omhoog: voor het eerste kwartaal van 2026 is het al 87,9%. Wat is er veranderd?
TenderNed analyseerde de data en vroeg Richard Lennartz naar zijn aanpak en ervaringen. Lennartz is directeur van de Rijksinkoopsamenwerking (RIS). Het verbeteren van de datakwaliteit rond gunningswaarden valt niet binnen zijn functieomschrijving. Wat hij de afgelopen jaren deed, deed hij op persoonlijke titel, omdat het past bij zijn overtuiging dat een goed werkend inkoopecosysteem staat of valt met betrouwbare data.
Waarom definitieve gunningswaarden belangrijk zijn
Het correct opgeven van de definitieve gunningswaarde is geen formaliteit. Het is een wettelijke verplichting en een bouwsteen van transparant aanbesteden. Wanneer de overheid openbaar maakt wat zij uitgeeft aan welke contracten, bouwt zij vertrouwen op bij burgers en laat zij zien waar belastinggeld naartoe gaat. Tegelijk vormt betrouwbare data de basis voor marktanalyses, beleidsevaluaties en Europese rapportages. TenderNed maakt al deze data openbaar toegankelijk via het analyse-dashboard op tenderned.nl.
Maar niet iedere aanbestedende dienst heeft dit altijd even goed op orde. Oorzaken varieerden: soms werden uurlonen opgegeven in plaats van de totale contractwaarde, soms werd een bedrag van 1 euro ingevuld. Soms werd commerciële vertrouwelijkheid onterecht als reden aangedragen om niets in te vullen, en uit nadere analyse bleek dat dit begrip veel te breed werd geïnterpreteerd.
Begin bij jezelf
Richard Lennartz werkt voor meerdere ministeries via de Rijksinkoopsamenwerking. Het was juist die breedte die hem iets deed opvallen: de scores verschilden sterk per klantteam.
“Het viel me op dat het voor enkele ministeries wel goed ging, en voor andere helemaal niet. Ik ben gaan vragen hoe dat kwam. Het bleek dat de interpretatie in het ene klantteam anders was en dat er een verschil in procedure was. Volgens mij heb ik niemand erop aangesproken: de vraag stellen was al voldoende om ermee aan de slag te gaan.”
Die interne ervaring was de aanleiding om breder te kijken. Want als dit intern al speelde, hoe zat het dan bij andere aanbestedende diensten in Nederland?
Lees het volledige artikel op tenderned.nl