Chipsoft mag 5 getuigen laten horen over aanbesteding elektronisch patiëntendossier (week 27 en 28)
Inzage in stukken | getuigen
Chipsoft verzoekt de rechtbank te bepalen dat Chipsoft en haar advocaten afschrift, inzage of uittreksels krijgen van de bepaalde gegevens over een aanbesteding voor de levering van een elektronisch patiëntendossier. Ook wil Chipsoft dat er bepaalde getuigen mogen worden verhoord. De rechter oordeelt dat Chipsoft met inachtname van bepaalde begrenzingen, afdoende belang heeft bij toewijzing van haar verzoek. De rechtbank geeft Chipsoft ook gelegenheid om vijf van de in het verzoekschrift aangedragen getuigen te laten horen. (ECLI:NL:RBNNE:2026:2437, Rechtbank Noord-Nederland, Datum uitspraak 22 juni 2026, Datum publicatie 22 juni 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 5 oktober 2025 heeft het UMCG (Universitair Medisch Centrum Groningen) een vrijwillige aankondiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Aanbestedingswet (Aw) gedaan voor de levering van een elektronisch patiëntendossier en aanverwante diensten (EPD).
Op 14 november 2025 heeft het UMCG een vrijwillige aankondiging (Vooraankondiging 2) als bedoeld in artikel 4.16 Aw gepubliceerd. Daarin is onder meer het volgende vermeld: De opdracht betreft de aansturing en realisatie van het programma “Implementatie SCN”. Het betreft de planvorming, de regievoering op de uit te voeren werkzaamheden, de rapportage over voortgang, risicomanagement en budgetuitnutting, het management van de informatiestromen.
De implementatiewerkzaamheden kunnen niet door Chipsoft gedaan worden omdat zij daarvoor geen toestemming krijgt van Epic. Dat heeft Chipsoft ook erkend. Dit betekent dat zij geen zelfstandig belang heeft bij toetsing van Vooraankondiging 2 en een verbod tot het sluiten van een de overeenkomst van UMCG c.s. met Pragus. Alleen als geoordeeld zou worden dat de in Vooraankondiging 1 voorziene overeenkomst met Epic niet gesloten zou mogen worden, heeft Chipsoft belang bij het niet kunnen sluiten van de uitvoeringsovereenkomst met Pragus. Het hof heeft geoordeeld dat UMCG weliswaar niet de overeenkomst met Epic had mogen sluiten in de op 11 november 2025 overeengekomen vorm, maar dat de overeenkomst, in aangepaste vorm, wel toelaatbaar is. Chipsoft verzoekt de rechtbank te bepalen dat Chipsoft en haar advocaten afschrift, inzage of uittreksels krijgen van de bepaalde gegevens zoals omschreven in het verzoekschrift welke bepaalde gegevens binnen een termijn van 14 dagen na toewijzing van het verzoek door UMCG c.s. aan Chipsoft en haar advocaten moeten worden verstrekt en te bepalen dat één of meer getuigen zullen worden gehoord. Het oordeel van de rechter:
Een figuurlijk ‘deurtje’
“Nu er onvoldoende aanknopingspunten voor het bestaan van een rechtsbetrekking jegens OZG en Treant zijn gebleken, moet het verzoek tot inzage jegens die partijen bij gebrek aan belang worden afgewezen. Ten aanzien van het verzoek jegens UMCG ligt dat anders. Het gerechtshof heeft bij arrest van 21 april 2026 immers geoordeeld dat een overeenkomst waarin ten behoeve van Treant en OZG de optie wordt benut uit de aanbesteding uit 2015 dat een ander ziekenhuis kan aansluiten op het EPD van UMCG, geen wezenlijke wijziging inhoudt van die in 2015 aanbestede opdracht, op voorwaarde dat de overeenkomsten worden aangepast zoals hiervoor is weergegeven in r.o. 4.14. Het gerechtshof is er daarbij van uitgegaan dat, zoals UMCG c.s. had aangevoerd, een figuurlijk ‘deurtje’ in het EPD van UMCG moet worden opengezet waardoor niet-aanbestedingsplichtige instellingen buiten het UMCG ook van de programmatuur van het EPD van UMCG gebruik kunnen maken. Dat laatste betwist Chipsoft: volgens haar is sprake van een substantiële wijziging in de inrichting en omvang van het EPD van UMCG. Bovendien heeft UMCG de overeenkomsten met Epic nog niet aangepast en ligt de vraag of sprake is van een wezenlijke wijziging, en daarmee de vraag of het UMCG aanbesteding- en staatsteunregels heeft geschonden, in de al aanhangig gemaakte bodemprocedure wederom voor. Chipsoft stelt dat zij informatie dient te hebben over de structuur van de samenwerking tussen UMCG, OZG en Treant met betrekking tot de realisatie van een gezamenlijke EPD om te kunnen beoordelen – en mogelijk in een bodemprocedure te kunnen onderbouwen – of dan wel dat sprake is van een wezenlijke wijziging. Ten aanzien van de verhouding tussen Chipsoft en UMCG is het bestaan van een rechtsbetrekking daarmee evenmin komen vast te staan, maar zijn wel concrete aanknopingspunten aangevoerd. In de kern bestaat dat belang eruit dat haar duidelijk(er) wordt welke structuur het gezamenlijke EPD van UMCG c.s. zal krijgen. De rechtbank zal hierna nog nader ingaan op de omvang van de gevorderde inzage, en die begrenzen. De rechtbank is van oordeel dat Chipsoft, gelet op hetgeen rondom het bestaan van een rechtsbetrekking is geoordeeld, en met inachtname van genoemde begrenzingen, afdoende belang heeft bij toewijzing van haar verzoek, ook wanneer wordt meegewogen dat dit verzoek voor UMCG een ingrijpend karakter heeft.”
Getuigen
“De rechtbank zal Chipsoft in eerste instantie gelegenheid geven om vijf van de in het verzoekschrift aangedragen getuigen te laten horen. Nu in het verzoekschrift meer getuigen zijn vermeld, dient Chipsoft een keuze te maken en aan de rechter schriftelijk op te geven de namen van de getuigen die zij gehoord wenst te zien. Indien Chipsoft het na het horen van deze vijf getuigen noodzakelijk acht dat nog enkele getuigen worden gehoord, dan kan zij dit gemotiveerd verzoeken aan de rechter-commissaris die de getuigen heeft gehoord. Nadat UMCG en OZG de gelegenheid hebben gehad hun standpunt kenbaar te maken, zal de rechter-commissaris een beslissing op een dergelijk verzoek nemen. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld ten minste 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen moeten ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank worden opgegeven.”
VdLC publishers/consultants BV, 15 juli 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl