Geen ongeoorloofde beperking van de mededinging (week 37)
Eisen | specificaties | beperking mededinging | marktonderzoek
De gemeente Amsterdam heeft een aanbesteding uitgeschreven voor de zogenaamde verledding van de verlichting van haar sportvelden in Amsterdam. Zij heeft daarbij een keuze gemaakt voor een frame-armatuur met daarin maximaal drie gefixeerde LED-modules met multilayer-lens. Het hof concludeert in dit hoger beroep dat de enkele omstandigheid dat [appellanten] met haar multispot-armaturen niet aan de gestelde eisen onder 34 16 03 van het RAW-bestek kunnen voldoen en daarmee worden uitgesloten van deze aanbesteding, niet betekent dat de gemeente zich schuldig maakt aan ongeoorloofde beperking van de mededinging. (ECLI:NL:GHAMS:2026:1150, Gerechtshof Amsterdam, Datum uitspraak 28 april 2026, Datum publicatie 10 september 2026)
Feiten en omstandigheden
De gemeente Amsterdam heeft een aanbesteding uitgeschreven voor de zogenaamde verledding van de verlichting van haar sportvelden in Amsterdam. Zij heeft daarbij een keuze gemaakt voor een frame-armatuur met daarin maximaal drie gefixeerde LED-modules met multilayer-lens. [appellanten] menen dat de gemeente met die keuze de mededinging doelbewust en kunstmatig heeft beperkt en dat de aanbesteding daarom opnieuw moet. Net als de voorzieningenrechter volgt het hof hen daarin niet. Het hof zegt o.a.:
Geen belang
“De gemeente stelt dat [appellanten] geen belang hebben bij dit hoger beroep, onder meer omdat de opdracht is gegund en de overeenkomst al is gesloten. Volgens de gemeente is het hoger beroep ook niet gericht op aantasting van de gesloten overeenkomst, maar op het verkrijgen van een principiële uitspraak over de gestelde eisen in verband met toekomstige aanbestedingen. Aan de gemeente kan worden toegegeven dat het hoger beroep in kort geding niet is bedoeld om van het hof een principiële uitspraak te krijgen met betrekking tot de toelaatbaarheid van de door haar gehanteerde technische specificaties in andere aanbestedingsprocedures. Het feit dat de opdracht is gegund en de overeenkomst al is gesloten, betekent naar het oordeel van het hof echter niet dat [appellanten] in het geheel geen belang meer hebben bij dit hoger beroep, zelfs niet nu [appellanten] ter zitting hebben erkend geen belang meer te hebben bij toewijzing van de vorderingen onder 4.1 (i), (ii) en (iii). Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad levert de proceskostenveroordeling van [appellanten] namelijk een voldoende belang op bij het instellen van hoger beroep tegen die uitspraak. Dat [appellanten] tegen de proceskostenveroordeling geen (expliciete) grief hebben aangevoerd, acht het hof daarbij niet van belang. Het door [appellanten] ingestelde hoger beroep is immers gericht op de vernietiging van het vonnis en daarmee op de daarin opgenomen proceskostenveroordeling. Het gevolg is dat het hof moet onderzoeken of de vordering die in eerste aanleg ter beoordeling voorlag, terecht is afgewezen.”
Geen ongeoorloofde beperking van mededinging
“De enkele omstandigheid dat [appellanten] met haar multispot-armaturen niet aan de gestelde eisen onder 34 16 03 van het RAW-bestek kunnen voldoen en daarmee worden uitgesloten van deze aanbesteding, betekent niet dat de gemeente zich schuldig maakt aan ongeoorloofde beperking van de mededinging. Anders dan [appellanten] stellen heeft de gemeente haar opdracht niet toegeschreven naar de frame-armatuur van [bedrijf] . Uit het onderzoek van de gemeente blijkt namelijk dat ook de frame-armaturen van [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] voldoen aan de eisen onder 34 16 03. De stelling van [appellanten] dat de frame-armaturen van [naam 9] , [naam 6] , [naam 7] en [naam 10] niet konden worden aangeboden, omdat zij niet voldeden aan de geschiktheidseis van referentiewerken van € 300.000,-, gaat niet op. Deze geschiktheidseis ziet namelijk op de vereiste competenties van de aannemers (installateurs) en niet op leveranciers (fabrikanten) van de frame-armaturen. Bovendien heeft een andere aannemer (LI Sports) met [naam 6] zich ingeschreven op deze aanbesteding van de gemeente.”
Marktonderzoek
“Met grief 3 klagen [appellanten] tot slot dat de gemeente het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden, omdat zij voorafgaand aan de aanbesteding geen marktonderzoek zou hebben uitgevoerd. Ook die grief slaagt niet. Voorop staat dat een dergelijk marktonderzoek niet noodzakelijk is. Uit de toelichting van de heer [naam 11] tijdens de mondelinge behandeling bij het hof blijkt bovendien dat de heer [naam 11] namens de gemeente de markt heeft verkend. Uit die verkenning kwamen, zoals de heer [naam 11] ook in zijn schriftelijke verklaring van 8 mei 2025 laat zien, verschillende aanbieders van genoemde frame-armaturen naar voren. Omdat [appellanten] geen frame-armaturen aanbieden die voldoen aan de door de gemeente gestelde technische en functionele eisen, zijn zij voor dit onderzoek niet uitgenodigd. Daar is in beginsel niets onzorgvuldigs aan.
VdLC publishers/consultants BV, 16 september 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl