Geen sprake van fundamenteel gebrek (week 21)
Grossmann | fundamenteel gebrek
De Gemeente Groningen heeft op 15 oktober 2024 een Europese aanbesteding gepubliceerd voor Back-end Platformdiensten en Technisch Applicatiebeheer. De inschrijving van CGI is als tweede gerangschikt en CGI stapt naar de rechter. De rechter is van oordeel dat door de Gemeente aangebrachte verduidelijkingen iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de juiste draagwijdte van de definities heeft kunnen begrijpen en interpreteren. Voor iedere inschrijver was op punt geheel duidelijk waaraan de inschrijving moest voldoen. Er kan naar het oordeel van de rechter dan ook niet worden gesproken van een zodanig gebrek dat (enige van) de beginselen van het aanbestedingsrecht zijn geschonden, laat staan een fundamenteel gebrek. (ECLI:NL:RBNNE:2026:1749, Rechtbank Noord-Nederland, Datum uitspraak 8 mei 2026, Datum publicatie 22 mei 2026)
Feiten en omstandigheden
De Gemeente Groningen op 15 oktober 2024 op Tenderned een Europese aanbesteding volgens de mededingingsprocedure met onderhandeling gepubliceerd voor Back-end: Platformdiensten en Technisch Applicatiebeheer. CGI heeft op 1 september 2025 tijdig haar inschrijving, het Best and Final Offer, ingediend. De Gemeente heeft de inschrijving beoordeeld en CGI op 19 januari 2026 geïnformeerd over het resultaat daarvan. De inschrijving van CGI is als tweede gerangschikt, en CGI komt daarom in aanmerking voor de wachtkamerovereenkomst. De Gemeente heeft de inschrijving van Open Line als eerste gerangschikt en de opdracht voorlopig aan haar gegund. CGI heeft een totaalscore van 739,5 punten behaald tegenover 845 punten voor de voorlopige winnaar Open Line (een verschil van 105,5 punten). CGI heeft op kwaliteit 472,5 punten gescoord en op prijs 267 punten. Open Line verkreeg op kwaliteit 545 punten, en op prijs 300 punten. De vordering van CGI strekt ertoe de Gemeente te gebieden om de gunningsbeslissing in te trekken. Het oordeel van de rechter:
Grossmann
“Ten aanzien van de Grossmann-doctrine heeft CGI aangevoerd dat in de onderhavige aanbestedingsprocedure sprake is van fundamentele gebreken en dat de Gemeente zich daarom daarop niet kan beroepen. In de jurisprudentie daaromtrent, waarnaar CGI ook heeft verwezen, is overwogen dat bij een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsprocedure een beroep op de Grossmann-doctrine en rechtsverwerking niet kan worden gehonoreerd. De redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen de aanbestedende dienst en de inschrijver op grond van artikel 6:2 BW beheerst, brengt mee dat bij een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsstukken en in de beoordelingssystematiek, zoals hier aan de orde, de aanbestedende dienst zich er niet tegen kan verzetten dat een inschrijver dit gebrek in de procedure voor de rechter aan de orde stelt, ook al heeft deze vóór de inschrijving daarover geen bezwaren geuit. Bij een fundamenteel gebrek mag de aanbestedende dienst er niet op vertrouwen dat de inschrijver door na te laten vóór inschrijving actie te ondernemen, dit aspect niet meer aan de rechter ter beoordeling kan voorleggen.”
Fundamenteel gebrek
“Met de stelling dat sprake is van een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsprocedure in die zin dat onduidelijkheid bestaat over de definitie en begrippen ten aanzien van de verschillende typen wijzigingen/changes miskent CGI naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat in de NvI’s 3 en 4 door de Gemeente nieuwe, verduidelijkende definities/begrippen zijn gebruikt. De Gemeente heeft een Nederlandstalig (standaardwijziging en niet-standaardwijziging) en een Engelstalig begrippenpaar (Standard change en non-standard change) ingevoerd. Na vraag 391 (3e NvI) heeft de Gemeente de definities in het prijzenblad en bijlage B juist op elkaar afgestemd. Uit het prijzenblad en bijlage B blijkt dat een ‘standard change’ betrekking heeft op wijzigingen die doorgevoerd (moeten) worden om de dienstverlening aan het Programma van Eisen te blijven voldoen. Als er al onduidelijkheden bestonden, waardoor verwarring zou kunnen ontstaan over de door de Gemeente gebruikte definities als zojuist bedoeld, zijn deze onduidelijkheden weggenomen in de NvI’s 3 en 4. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat door de Gemeente later aangebrachte verduidelijkingen iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de juiste draagwijdte van die definities heeft kunnen begrijpen en op dezelfde manier interpreteren en voor iedere inschrijver was op dit punt geheel duidelijk waaraan de inschrijving moest voldoen. In dit opzicht kan naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet worden gesproken van een zodanig gebrek dat (enige van) de beginselen van het aanbestedingsrecht zijn geschonden, laat staan een fundamenteel gebrek.”
VdLC publishers/consultants BV, 27 mei 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl