Gemeente handelt niet in strijd met eisen technische specificaties (week 34)
eisen | circulariteit
De gemeente Rotterdam heeft een openbare Europese aanbesteding uitgeschreven voor de levering van betonstraatstenen. In de stukken is als eis opgenomen dat de stenen geen secundaire materialen mogen bevatten die afkomstig zijn uit de verbranding van huishoudelijk afval. Heros meent dat de gemeente met dit verbod in strijd handelt met de voor technische specificaties geldende eisen. Het hof vindt dat de gemeente met de in eis nr. 42 opgenomen (indirecte) verwijzing naar AEC-granulaat niet in strijd heeft gehandeld met de voor technische specificaties geldende eisen, waaronder begrepen het proportionaliteits- en het gelijkheidsbeginsel. (ECLI:NL:GHDHA:2026:2533, Gerechtshof Den Haag, Datum uitspraak 11 augustus 2026, Datum publicatie 18 augustus 2026.)
Feiten en omstandigheden
De gemeente Rotterdam heeft een openbare Europese aanbesteding uitgeschreven voor de levering van betonstraatstenen. In de stukken is als eis opgenomen dat de stenen geen secundaire materialen mogen bevatten die afkomstig zijn uit de verbranding van huishoudelijk afval. Heros produceert AEC-granulaat, dat zo een secundair materiaal is, en levert dat aan producenten van straatstenen. Zij meent dat de gemeente met dit verbod in strijd handelt met de voor technische specificaties geldende eisen. De voorzieningenrechter heeft het door haar gevorderde gebod tot intrekking van de aanbesteding afgewezen. In dit arrest bevestigt het hof het oordeel van de voorzieningenrechter. Het hof zegt o.a.:
Xafax-arrest
“De Hoge Raad heeft in het Xafax-arrest, voor zover hier van belang, geoordeeld dat wanneer inschrijvers of andere belanghebbenden bij de voorzieningenrechter in eerste aanleg zonder succes zijn opgekomen tegen een (voorgenomen) gunningsbeslissing, de nadien (eventueel hangende hoger beroep) tot stand gekomen overeenkomst alleen kan worden aangetast:
(i) wegens strijd met het aanbestedingsrecht in de bijzondere gevallen genoemd in art. 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012 en binnen de in lid 2 van die bepaling voorgeschreven termijn, waarbij de in art. 4.15 lid 1 aanhef en onder b Aanbestedingswet 2012 bedoelde vernietigingsgrond niet meer aan de orde is; of (ii) in het geval van wilsgebreken en in het geval van nietigheid of vernietigbaarheid ingevolge art. 3:40 BW. De door Heros gevorderde ontbinding, opzegging of beëindiging van de met de winnende inschrijver op 3 november 2025 gesloten overeenkomst stuit hierop af.”
Afroepcontract
“Bij pleidooi in hoger beroep heeft Heros opgeworpen dat de rechtsregel uit het Xafax-arrest in dit geval niet zou opgaan, omdat het bij de onderhavige aanbesteding niet zoals in de Xafax-zaak gaat om een doorlopende opdracht, maar om een afroepcontract. Een dergelijk onderscheid wordt in het Xafax-arrest echter niet gemaakt. In beide gevallen gaat het om een met de winnende inschrijver gesloten overeenkomst die het resultaat is van de definitieve gunning en voor al die gevallen gelden de limitatief, onder (i) en (ii) omschreven mogelijkheden voor derden om die overeenkomst aan te tasten. Deze beperkte mogelijkheid tot aantasting strookt met het blijkens de wetsgeschiedenis2 van art. 4.15 Aanbestedingswet 2012 (voorheen: art. 8 Wira) nadrukkelijk met deze regeling beoogde evenwicht tussen de verschillende bij een aanbesteding betrokken belangen en de bedoeling om, in verband daarmee, ten behoeve van de aanbestedende dienst en degene aan wie deze de opdracht gunt, te waarborgen dat geen te grote of te langdurige onzekerheid ontstaat over de vraag of de overeenkomst gesloten en uitgevoerd kan worden, aldus de Hoge Raad in het Xafax-arrest. Zonder nadere toelichting, die Heros op dat punt niet heeft gegeven, valt niet in te zien waarom aan dit laatste belang geen of minder gewicht zou toekomen in het geval het, zoals hier, zou gaan om een met de winnende inschrijver te sluiten afroepcontract.”
Geen ongerechtvaardigde belemmeringen voor de mededinging
De technische specificaties en kenmerken in eis nr. 42 houden voorts verband met de opdracht en zijn ook in verhouding tot de waarde en de doelstellingen ervan als het gaat om de door de gemeente gewenste en tot doel gemaakte duurzaamheid en circulariteit. De concurrentie wordt naar voorlopig oordeel van het hof op deze wijze ook niet op ongerechtvaardigde wijze beperkt, zoals Heros onder verwijzing naar art. 2.75 lid 6 Aanbestedingswet 2012 heeft aangevoerd. Fabrikanten zijn voor de productie van betonstraatstenen immers geenszins afhankelijk van betonvreemde secundaire grondstoffen als AEC-granulaat. Zij kunnen betonstraatstenen (blijven of gaan) produceren van betoneigen secundaire grondstoffen zoals zand, cement, grond en overige betoneigen reststromen en aldus gelijkelijk en zonder a priori uitsluiting tegemoetkomen aan de door de gemeente gewenste duurzaamheid en circulariteit. Het hof is dan ook met de voorzieningenrechter van oordeel dat de gemeente met de in eis nr. 42 opgenomen (indirecte) verwijzing naar AEC-granulaat niet in strijd heeft gehandeld met de voor technische specificaties geldende eisen, waaronder begrepen het proportionaliteits- en het gelijkheidsbeginsel.”
VdLC publishers/consultants BV, 27 augustus 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl