Hogeschool moet opnieuw aanbesteden vanwege ontbreken deugdelijke motivering (week 27 en 28)
Raamovereenkomst | motivering looptijd
Reisbalans vordert de Hogeschool Rotterdam te gebieden om de aanbestedingsprocedure voor ‘Mobility as a Service’ in te trekken en een nieuwe aanbestedingsprocedure te houden. De rechter stelt vast dat de aankondiging noch het Beschrijvend Document een (deugdelijke) motivering bevatten waarom in dit geval een looptijd van acht jaar wordt vereist. Het zonder (deugdelijke) motivering hanteren van een langere looptijd dan vier jaar is een fundamenteel gebrek in de aanbesteding en, gelet op de strijdigheid met artikel 2.140 lid 3 Aw 2012, onrechtmatig. Omdat dit fundamentele gebrek niet door herbeoordeling kan worden gerepareerd, moet opnieuw worden aanbesteed. (ECLI:NL:RBROT:2026:7542, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 18 juni 2026, Datum publicatie 29 juni 2026)
Feiten en omstandigheden
De Hogeschool Rotterdam is op 10 november 2025, via TenderNed, een Europese openbare aanbesteding gestart voor de levering van ‘Mobility as a Service’. Het resultaat van deze Europese aanbesteding is een ondertekende Overeenkomst met 1 partij voor uitvoering van de Opdracht. Deze Overeenkomst zal worden aangegaan voor vier (4) jaar met een verlengingsoptie van twee (2) keer maximaal vierentwintig (24) maanden. De verwachte ingangsdatum is 31 maart 2026. De geraamde waarde van de Overeenkomst bedraagt 32.550.000 euro (exclusief BTW en exclusief indexatie) voor de maximale looptijd van het contract. De maximaal totale geraamde waarde is 43.700.000 euro (exclusief BTW en inclusief indexatie). Hierbij is een 10% van de geraamde waarde opgenomen voor eventuele toekomstige opties zoals beschreven in Toekomstige verzoeken/opties. Reisbalans, die de zittende dienstverlener is, diende haar inschrijving op 21 januari 2026 in. Zij heeft, net als de drie andere inschrijvers (Mobility Concept B.V. (Mobility), Gaiyo Mobility Solutions B.V. en Shuttel B.V.), tijdig ingeschreven.
Op 12 februari 2026 liet de Hogeschool aan Reisbalans weten voornemens te zijn de opdracht aan haar te gunnen. Deze uitkomst deed bij verschillende inschrijvers vragen rijzen, wat voor de Hogeschool aanleiding was om op 19 februari 2026 nieuwe verificatievragen aan Reisbalans te stellen, die Reisbalans tijdens een gesprek met de Hogeschool en ook schriftelijk heeft beantwoord. Op 25 februari 2026 heeft de Hogeschool via TenderNed naar aanleiding van de reacties op de voorgenomen gunningsbeslissing aan alle inschrijvers laten weten nader onderzoek te doen. Op 9 maart 2026 heeft de Hogeschool via een bericht op TenderNed aan alle inschrijvers medegedeeld dat de gunningsbeslissing van 12 februari 2026 is ingetrokken. Op diezelfde dag ontving Reisbalans van de Hogeschool een herziene gunningsbeslissing waarin stond dat Hogeschool Rotterdam voornemens is om de overeenkomst aan Mobility te gunnen.
Reisbalans vordert de Hogeschool te gebieden om de aanbestedingsprocedure in te trekken en een nieuwe aanbestedingsprocedure te houden. Het oordeel van de rechter:
Raamovereenkomst
“Het onderwerp van deze aanbesteding in economische zin is in overwegende mate: de accounts en de ov-kaarten oftewel de vervoersdiensten. De stelling van de Hogeschool ter zitting dat het in wezen gaat om de app/het portaal valt niet te rijmen met de aanbestedingsstukken. Een en ander rechtvaardigt de conclusie dat hier sprake is van een raamovereenkomst voor toekomstige opdrachten in verband met de aanvragen van de werknemers van de Hogeschool om deel te nemen aan de mobiliteitsfaciliteit. De app en het portaal moeten weliswaar al op 1 september 2026 geïnstalleerd zijn en zij zijn gedurende het gebruik van de mobiliteitsfaciliteit noodzakelijk ondersteunend, maar zij vormen in de eerste plaats, zoals kan worden afgeleid uit de aanbestedingsstukken en anders dan de Hogeschool meent, het startpunt voor de aanvraag/bestelling van de persoonlijke mobiliteitskaart en de bijbehorende dienstverlening. Dat het in de kern gaat om de levering van de vervoersdiensten komt ook logisch voor nu door Reisbalans is gesteld, en in wezen onbetwist is gebleven, dat met die diensten de hoogste kosten gemoeid zijn, de meeste marge te behalen valt en zo dus de maximaal geraamde waarde te realiseren valt.”
Duur in strijd met de wettelijk toegestane maximale looptijd
“In het BD is opgenomen dat de overeenkomst wordt aangegaan met één partij voor uitvoering van de opdracht en dat deze zal worden aangegaan voor vier jaar met een verlengingsoptie van twee keer maximaal 24 maanden. Uit het BD blijkt dat de verwachte ingangsdatum van de overeenkomst 31 maart 2026 is. In de bij het BD gevoegde conceptovereenkomst wordt eveneens uitgegaan van een termijn van in totaal acht jaar (inclusief verlengingsopties), maar dan met een andere ingangsdatum. Ingevolge artikel 2.140 lid 3 Aw 2012 is de maximale looptijd van een raamovereenkomst vier jaar behalve in uitzonderingsgevallen die deugdelijk gemotiveerd zijn. Doel van deze regeling is te voorkomen dat een raamovereenkomst gedurende een te lange periode de markt afsluit. Effectieve rechtshandhaving van deze termijn vereist dat niet enkel en alleen naar de vaste looptijd van vier jaar wordt gekeken, maar dat hierbij tevens de verlenging van tweemaal twee jaar wordt betrokken. Een andere uitleg zou deze wettelijke grens betekenis ontnemen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de aankondiging noch het BD een (deugdelijke) motivering bevatten waarom in dit geval een looptijd van acht jaar wordt vereist. Aangenomen moet dan worden dat de Hogeschool geen belangenafweging heeft gemaakt tussen het belang van een goede mededinging (bij raamovereenkomsten met een langere looptijd wordt, zoals eerder opgemerkt, voor langere tijd de mededinging uitgesloten) en het belang van de aanbestedende dienst om voor een langere looptijd te kiezen. Dat in artikel 13.2 van de conceptovereenkomst de bevoegdheid tot eerdere opzegging door de Hogeschool is opgenomen doet daaraan niet af.”
Fundamenteel gebrek
“Dit betekent dat de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat de Hogeschool een raamovereenkomst heeft aanbesteed die, zonder dat dit nader is gemotiveerd, een looptijd in de zin van de wet van acht jaar kent. Het zonder (deugdelijke) motivering hanteren van een langere looptijd dan vier jaar is een fundamenteel gebrek in de aanbesteding en, gelet op de strijdigheid met artikel 2.140 lid 3 Aw 2012, onrechtmatig. Ter zitting heeft de Hogeschool overigens ook toegegeven dat, als deze aanbesteding moet worden gezien als betrekking hebbend op een raamovereenkomst, de duur in strijd met de regelgeving is. Omdat dit fundamentele gebrek niet door herbeoordeling kan worden gerepareerd, moet opnieuw worden aanbesteed, uiteraard indien de Hogeschool dat nog wil.”
VdLC publishers/consultants BV, 15 juli 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl