Impact van mobiliteitstransitie
In de notitie Impact van mobiliteitstransitie heeft CE Delft in kaart gebracht wat de mogelijkheden zijn van de decentrale overheden om bij te dragen aan de mobiliteitstransitie. De inschatting is dat gemeenten de CO₂-uitstoot in 2030 met maximaal 40% kunnen verlagen en provincies met ongeveer 5%. Bij de notitie vind je ook een aparte samenvatting in de vorm van een infographic. (januari 2026)
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van CROW Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV).
Onderzoeksvragen
CE Delft heeft onderzocht wat de mogelijkheden zijn van provincies en gemeenten om bij te dragen aan CO₂-reductie binnen de sector mobiliteit en transport. Daarvoor heeft het bureau een analyse uitgevoerd naar de verschillende voertuigcategorieën binnen de sector en de mogelijkheden om deze categorieën te verduurzamen. Ook onderzocht CE Delft hoe Europees en nationaal beleid lokaal doorwerkt, afgezet tegen de impact van lokale en regionale maatregelen.
Directe invloed
Op basis van het onderzoek is de inschatting dat gemeenten 40% en provincies 5% van de CO₂-uitstoot in 2030 direct kunnen beïnvloeden. Die 45% is een theoretisch maximum, omdat internationale en nationale beleidskeuzes ook invloed uitoefenen op emissies binnen de gemeentegrenzen. De directe invloed door gemeenten is afhankelijk van de provincies, die vooral coördinator en verbinder zijn tussen gemeenten en andere partijen.
Meest effectieve maatregelen
De meest effectieve maatregelen die gemeenten en provincies kunnen nemen, is het vervangen van fossiele voertuigen en werktuigen door schone, elektrische alternatieven. Voorbeelden hiervan zijn zero-emissiezones voor stadslogistiek en personenvervoer en het verduurzamen van bouwmaterieel. Daarnaast kunnen zij stimuleren dat burgers anders en minder gaan reizen. Bijvoorbeeld door te investeren in fietsinfrastructuur of te zorgen voor meer voorzieningen in de buurt. Het effect op de CO₂-uitstoot hiervan is wel beperkter, want hiervoor is een gedragsverandering nodig.