Drechtsteden mocht bewijsstukken van beide combinanten vragen (week 24)
Referentie | combinatievorming
Drechtsteden heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de inkoop van het participatieonderdeel van de zelfredzaamheidsroute voor inburgeringsplichtigen binnen haar gemeenten. In dit kort geding vordert de combinatie dat de opdracht alsnog aan haar gegund wordt. Naar het oordeel van de rechter had Drechtsteden de vrijheid om voor de geschiktheidseisen af te wijken van het algemene uitgangspunt en van elk van de combinanten de bewijsstukken te vragen. Bij 4.5.1 gaat het om een kerncompetentie, die van bijzonder belang is. Van een situatie waarin deze eis disproportioneel moet worden geacht is geen sprake. De rechter wijst de vorderingen van de Combinatie af. (ECLI:NL:RBROT:2026:5718, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 28 april 2026, Datum publicatie 10 juni 2026)
Feiten en omstandigheden
Drechtsteden heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de inkoop van het participatieonderdeel van de zelfredzaamheidsroute voor inburgeringsplichtigen binnen haar gemeenten. Sosytraining en [eiseres 2] hebben als Combinatie een inschrijving ingediend. Ook NewBees heeft op de opdracht ingeschreven. Drechtsteden heeft de opdracht in eerste instantie voorlopig aan de combinatie gegund. Vervolgens heeft zij geconstateerd dat de Aanbestedingsleidraad in geval van Combinatievorming van elke combinant een referentie vereist. Zij heeft de inschrijving van de combinatie daarop ongeldig verklaard, omdat bij de inschrijving van de Combinatie maar één referentie (van Sosytraining) was gevoegd, en de opdracht voorlopig aan NewBees gegund. In dit kort geding vordert de combinatie dat de opdracht alsnog aan haar gegund wordt.
Het oordeel van de rechter:
Referentie-eis
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de tekst van 4.2 van de Aanbestedingsleidraad duidelijk en zal een normaal oplettende inschrijver uit de tekst en samenhang van paragraaf 4.2 en 4.5.1 begrijpen dat de Aanbestedingsleidraad als voorwaarde stelt dat in geval van inschrijving door een combinatie de combinanten elk afzonderlijk aan de referentie-eis voor de uitgevraagde kerncompetentie moeten voldoen. Dit betekent dat iedere deelnemer aan een combinatie een referentie (modelblad met tevredenheidsverklaring) moet indienen. Dat is niet in strijd met 4.5.2, want die paragraaf vergt evenzeer dat het certificaat door elk van de combinanten moet worden overgelegd. Dat dat in 4.5.1 niet staat rechtvaardigt geen uitleg a contrario, gelet op het algemene en overkoepelende 4.2. In dat verband is van belang dat de tekst van 4.5.1 geen enkel aanknopingspunt biedt voor de gedachte dat volstaan kon worden met een referentie voor één van de combinanten.
Eis niet disproportioneel
Naar voorlopig oordeel is voorwaarde 4.5.1,, net als 4.2 en 4.5.2, niet in strijd met het doel en de ratio van combinatievorming. Drechtsteden hadden de vrijheid om voor deze geschiktheidseisen af te wijken van het algemene uitgangspunt en van elk van de combinanten deze bewijsstukken te vragen. Bij 4.5.1 gaat het om een kerncompetentie, die van bijzonder belang is. Van een situatie waarin deze eis disproportioneel moet worden geacht is geen sprake. Weliswaar hebben Sosytraining en [eiseres 2] toegelicht dat zij elk een andere rol vervullen, maar zoals NewBees en Drechtsteden terecht hebben aangegeven is de precieze rolverdeling tussen de combinanten niet zo duidelijk dat de referentie-eis, die immers ziet op de ervaring met een andere, soortgelijke opdracht en in die zin algemeen van aard is, voor [eiseres 2] zonder belang is.
Ongelukkig
“Opmerking verdient wel het volgende. De combinatie noemt terecht dat Drechtsteden aanvankelijk ook meenden dat in geval van combinatievorming één referentie volstond. Pas na de brief van mr. Juttmann van 11 december 2025 hebben Drechtsteden een ander standpunt ingenomen. Daargelaten of dit inzicht is ontstaan door eigen nadere recherche of door die brief, dit is een aspect dat Drechtsteden terecht zelf ook als ongelukkig erkennen. Zij hebben na die ontdekking echter terecht het gelijkheidsbeginsel, dat meebrengt dat zij zich hebben te houden aan de duidelijke tekst waarvan alle inschrijvers zijn uitgegaan, de doorslag laten geven en de inschrijvingen opnieuw bezien.”
De rechter wijst de vorderingen van de Combinatie af.
VdLC publishers/consultants BV, 17 juni 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl