Inschrijver had vraag moeten stellen over controle bij draagtests (week 25)
Grossmann | praktijktest
De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor een opdracht voor het leveren van bluskleding. De Veiligheidsregio heeft op 21 januari 2026 aan [eiseres] bericht dat haar inschrijving niet is beoordeeld als de hoogst scorende. De rechter concludeert dat als [eiseres] had gemeend dat het uitvoeren van een controle van de testpakken voorafgaand aan de draagtests noodzakelijk was, zij dat aan de orde had moeten stellen en daar een vraag over moeten stellen. De stelling van [eiseres] dat het gevoel van de testers bij het comfort op de eerste dag wel van invloed moet zijn geweest op de puntentoekenning tijdens de praktijktest op de tweede dag, acht de voorzieningenrechter te vaag en onvoldoende concreet om daaraan conclusies te verbinden of daar verder op in te gaan. (ECLI:NL:RBDHA:2026:14752, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 26 mei 2026, Datum publicatie 15 juni 2026)
Feiten en omstandigheden
De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het verlenen van een opdracht voor het leveren van bluskleding. De eerste stap van de gunning betreft een comforttest. Doel is om de pasvorm, draagcomfort en bewegingsvrijheid te beoordelen, zonder afleiding van niet-relevante technische details. (…) Uitkomst van deze test is dat de 3 hoogst scorende leveranciers worden uitgenodigd voor een vervolgtest. Op 8 januari 2026 heeft de comforttest plaatsgevonden. Alle drie de inschrijvers, waaronder [eiseres] en [belanghebbende], zijn na de comforttest doorgegaan naar de gunningsprocedure, waarvan de praktijktest een onderdeel was. Die test heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026.De Veiligheidsregio heeft op 21 januari 2026 aan [eiseres] bericht dat haar inschrijving niet is beoordeeld als de hoogst scorende en dat [belanghebbende] de inschrijver is met de hoogste score. Uit de bijlage bij deze brief blijkt dat [eiseres] 31,2 punten heeft behaald voor de praktijktest en [belanghebbende] 34,2 punten. Verder blijkt uit dit formulier het door [eiseres] behaalde aantal punten voor gunningscriterium 2 (Onderhouds en levensduurstrategie) en voor de prijs van het bluspak, alsmede het door [belanghebbende] en [eiseres] behaalde eindtotaal van respectievelijk 86,6 en 76,7 punten. [eiseres] heeft op 6 februari 2026 bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. De Veiligheidsregio heeft daar op 2 maart 2026 op gereageerd en concluderend aangegeven geen reden te zien om de gunningsbeslissing in te trekken. Eiseres stapt naar de rechter die het volgende zegt:
Te laat geklaagd
“De voorzieningenrechter stelt vast dat in het BD geen melding wordt gemaakt van een controle van de testpakken op de gestelde eisen (een tafeltest), voorafgaand aan de draagtests. Als [eiseres] had gemeend dat het uitvoeren van een dergelijke controle noodzakelijk was, had zij dat aan de orde moeten stellen en daar een vraag over moeten stellen. Dat heeft zij niet gedaan, en zij heeft ook op de testdagen, toen duidelijk was dat geen tafeltest werd uitgevoerd, daar geen bezwaar tegen gemaakt. Het is dan te laat om hierover pas te klagen na het versturen van de gunningsbeslissing. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat het primair aan de aanbestedende dienst is hoe zij toetst en beoordeelt of inschrijvers aan de gestelde eisen voldoen. In geval van gerede twijfel of een inschrijving niet irreëel is, is de aanbestedende dienst gehouden om daar nader onderzoek naar te doen, maar dat daarvan in dit geval sprake was is niet aannemelijk geworden.”
“Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat [eiseres] haar recht heeft verwerkt om nu nog te klagen over deze aspecten van de aanbesteding.”
Alleen praktijktest was onderdeel van gunningsbeslissing
“Overigens heeft [eiseres] ter zitting ook onvoldoende aannemelijk weten te maken dat er sprake was van zodanige verschillen tussen de testpakken van de inschrijvers dat dit van noemenswaardige betekenis is geweest bij de beoordeling. De door de testers gemaakte opmerkingen, zoals vermeld in de gunningsbeslissing, geven er ook geen blijk van dat de pakken van [eiseres] minder goed zijn beoordeeld op die onderdelen, waar bijvoorbeeld de striping en zakken op van invloed zouden kunnen zijn. Daarbij merkt de rechtbank op dat de comforttest – waarop veel van de bezwaren van [eiseres] zien – niet meetelde bij de toekenning van punten die leidden tot de gunningsbeslissing. De comforttest was immers de eerste fase van het gunningsproces en alle drie de inschrijvers zijn doorgegaan naar de praktijktest. Alleen die praktijktest was onderdeel van de gunningscriteria. De omstandigheid dat de Veiligheidsregio volledigheidshalve in de gunningsbeslissing ook de opmerkingen heeft opgenomen die de testers op de eerste dag (bij de comforttest) hebben gemaakt, maakt dit niet anders. De stelling van [eiseres] dat het gevoel van de testers bij het comfort op de eerste dag wel van invloed moet zijn geweest op de puntentoekenning tijdens de praktijktest op de tweede dag, zoals [eiseres] die ter zitting (in haar tweede termijn) naar voren heeft gebracht, acht de voorzieningenrechter te vaag en onvoldoende concreet om daaraan conclusies te verbinden of daar verder op in te gaan.”
VdLC publishers/consultants BV, 24 juni 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl