Inschrijving Kenbri voldoet aan het PvE (week 25)
Samenstelling beoordelingscommissie | eisen
Op 10 december 2025 is de aankondiging van de aanbesteding “Autoladders (redvoertuigen)” van de de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost gepubliceerd. Hilton stapt naar de rechter en vordert de Veiligheidsregio de voorgenomen gunningsbeslissing aan Kenbri in te trekken. De rechter concludeert dat Hilton niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inschrijving van Kenbri niet voldoet aan het PvE. Hilton heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de voorgenomen gunningsbeslissing en/of de daaraan ten grondslag liggende beoordeling van haar inschrijving in strijd is met (één van) de beginselen van het aanbestedingsrecht. De vorderingen van Hilton worden afgewezen. (ECLI:NL:RBOBR:2026:3931, Rechtbank Oost-Brabant, Datum uitspraak 2 juni 2026, Datum publicatie 16 juni 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 10 december 2025 is de aankondiging van de aanbesteding “Autoladders (redvoertuigen)” op TenderNed gepubliceerd. De aanbesteding is geïnitieerd door de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost onder begeleiding van Bizob. De aan te besteden opdracht ziet op het leveren van vijf autoladders, het onderhoud daarvan, en het geven van gebruikstrainingen. Bij brief van 3 maart 2026 heeft de Veiligheidsregio haar (voorlopige) gunningsbeslissing aan de twee inschrijvers (Hilton en Kenbri) bekend gemaakt. In de brief is medegedeeld dat Hilton als tweede is geëindigd en dat de Veiligheidsregio voornemens is de opdracht aan Kenbri te gunnen omdat zij de inschrijver is met de beste prijs-kwaliteitsverhouding. Hilton stapt naar de rechter en vordert de Veiligheidsregio te veroordelen, de voorgenomen gunningsbeslissing van 3 maart 2026 aan Kenbri in te trekken. Het oordeel van de rechter:
Demo-dag
“De Veiligheidsregio heeft verklaard dat de samenstelling van de beoordelingscommissie niet af is geweken van hetgeen daarover is bepaald in het AD. Ook heeft de Veiligheidsregio verklaard dat er bij de demo-dag niet 40 beoordelaars aanwezig waren, zoals Hilton stelt, maar 12 beoordelaars, en de Veiligheidsregio heeft toegelicht uit welke personen deze groep van 12 bestond. Hilton heeft hierop vervolgens niet gereageerd anders dan het herhalen van haar (niet nader gemotiveerde/onderbouwde) stelling dat er 30-40 personen bij de schouw aanwezig waren. De voorzieningenrechter gaat gelet op de door de Veiligheidsregio gegeven toelichting uit van de juistheid van de verklaring van de Veiligheidsregio. Voor wat betreft verdere bezwaren van Hilton tegen de gang van zaken tijdens de demo-dag, zoals de stelling dat de beoordeling met betrekking tot het subgunningscriterium ‘gebruik, inrichting en afwerking’ en de beoordeling met betrekking tot het subgunningscriterium ‘vakbekwaamheid’ op gelijke tijdstippen op twee verschillende plekken plaatsvond, rijst de vraag of deze stelling niet tardief is aangezien deze eerst bij gelegenheid van de mondelinge behandeling ter zitting naar voren is gebracht.”
Eisen
Naar aanleiding van de namens Hilton tegen de voorlopige gunningsbeslissing naar voren gebrachte bezwaren heeft de Veiligheidsregio aan Kenbri verzocht (nogmaals) schriftelijk te bevestigen dat zij aan alle eisen voldoet, hetgeen Kenbri gedaan heeft bij brief van 5 mei 2026 (productie H van de Veiligheidsregio). In deze brief gaat Kenbri tevens in op de eisen TE 92 en TE 98 en licht zij toe dat en op welke wijze zij aan deze eisen voldoet. De Veiligheidsregio heeft verklaard dat zij zich hiermee voldoende geïnformeerd acht en dat zij geen aanleiding ziet eraan te twijfelen dat Kenbri aan het PvE voldoet. Hilton kan vervolgens zonder deugdelijke onderbouwing, die ontbreekt, niet volstaan met de (herhaalde) stelling dat Kenbri niet aan de eisen voldoet. Voor zover Hilton beargumenteert dat aan haar geen informatie is verstrekt waaruit zij kan afleiden dat Kenbri inderdaad aan de eisen voldoet, miskent Hilton dat zij niet de partij is aan wie informatie moet worden verstrekt, maar de aanbestedende dienst omdat het oordeel of voldaan wordt aan het PvE in eerste instantie ook bij de aanbestedende dienst ligt. Waar Hilton vervolgens stelt dat de aanbestedende dienst onjuist geoordeeld heeft, dient Hilton voldoende aanknopingspunten te geven op basis waarvan aannemelijk wordt dat niet (volledig) voldaan is aan het PvE. Deze aanknopingspunten ontbreken in hetgeen door Hilton naar voren is gebracht, zodat de voorzieningenrechter aan de stelling van Hilton voorbijgaat.
De rechter concludeert dat Hilton niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inschrijving van Kenbri niet voldoet aan het PvE. Hilton heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de voorgenomen gunningsbeslissing en/of de daaraan ten grondslag liggende beoordeling van haar inschrijving in strijd is met (één van) de beginselen van het aanbestedingsrecht. De vorderingen van Hilton dienen daarom te worden afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 24 juni 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl