Andere entiteiten tellen mee bij bepaling omzet (week 3)
Omzet dochterondernemingen | aanbestedingsplicht
Dit arrest van het Hof van Justitie EU gaat over een geding tussen, enerzijds, AVR-Afvalverwerking BV en, anderzijds, NV BAR-Afvalbeheer, de Nederlandse gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk, NV Irado en Afvalsturing Friesland NV over overheidsopdrachten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk restafval. Het HvJEU zegt dat om te bepalen welk deel van zijn activiteiten de gecontroleerde rechtspersoon verricht ten gunste van de aanbestedende diensten die toezicht op hem uitoefenen, rekening moet worden gehouden met de activiteiten van de andere entiteiten die deel uitmaken van de groep waarvan hij de moedermaatschappij is en dus met de omzet van die entiteiten. (ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) In zaak C‑692/23, 15 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
“Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen, enerzijds, AVR-Afvalverwerking BV en, anderzijds, NV BAR-Afvalbeheer, de Nederlandse gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk, NV Irado en Afvalsturing Friesland NV (AF”) over overheidsopdrachten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk restafval van de BAR-gemeenten, die rechtstreeks zijn gegund aan rechtspersonen waar de aanbestedende diensten samen toezicht op uitoefenen. Nadat haar vordering door de rechtbank Den Haag was afgewezen, heeft AVR hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. AVR betoogt dat de omzet van de groep waartoe de rechtspersoon behoort, in aanmerking moet worden genomen, omdat alleen op die manier rekening kan worden gehouden met de economische werkelijkheid. In het andere geval zou een door aanbestedende diensten gecontroleerde rechtspersoon de in artikel 12, lid 3, eerste alinea, onder b), van richtlijn 2014/24 neergelegde voorwaarde kunnen omzeilen door zijn activiteiten kunstmatig op te splitsen, zodat hij zelf binnen de groep voor meer dan 80 % werkzaam is ten behoeve van die controlerende aanbestedende diensten en het aan een of meer groepsvennootschappen wordt overgelaten om op de vrije markt actief te zijn.”
Het hof van Justitie EU zegt er o.a. het volgende over:
Rekening houden met andere entiteiten
“Of de economische activiteit die de gecontroleerde rechtspersoon voor dergelijke marktdeelnemers uitoefent, rechtstreeks door deze rechtspersoon wordt verricht of via de andere entiteiten die deel uitmaken van de groep waarvan hij de moedermaatschappij is, is niet relevant voor de verwezenlijking van de doelstelling om vervalsing van de mededinging te voorkomen. Om te bepalen welk deel van zijn activiteiten de gecontroleerde rechtspersoon verricht ten gunste van de aanbestedende diensten die toezicht op hem uitoefenen, moet derhalve, wanneer het erom gaat met welk criterium wordt vastgesteld of aan de voorwaarde van artikel 12, lid 3, eerste alinea, onder b), van richtlijn 2014/24 is voldaan, rekening worden gehouden met de activiteiten van de andere entiteiten die deel uitmaken van de groep waarvan hij de moedermaatschappij is en dus met de omzet van die entiteiten.”
Het Hof (Vijfde kamer) verklaart voor recht:
“Artikel 12, lid 3, eerste alinea, onder b), van richtlijn 2014/24/EU moet aldus worden uitgelegd dat, in het geval dat de voorwaarde volgens welke meer dan 80 % van de activiteiten van de gecontroleerde rechtspersoon de uitvoering moet behelzen van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende diensten vastgesteld wordt aan de hand van het criterium van de omzet, en deze gecontroleerde rechtspersoon de moedermaatschappij van een groep is, bij deze voorwaarde is vereist dat ook met de omzet van de andere tot deze groep behorende entiteiten rekening wordt gehouden, in voorkomend geval op basis van de geconsolideerde omzet die deze rechtspersoon moet vaststellen overeenkomstig de artikelen 22 en 24 van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad.”
VdLC publishers/consultants BV, 21 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op curia.europa.eu