CBRE moet werkgeversverplichtingen nakomen (week 4)
Overgang van personeel
Na een Europese aanbesteding is met ingang van 1 mei 2020 door Shell International B.V. aan Sodexo de opdracht gegeven voor het verrichten van alle geïntegreerde facilitaire diensten op de locaties van Shell in Nederland. Een volgende Nederlandse aanbesteding voor de geïntegreerde facilitaire diensten van Shell is begin 2025 uitgezet en gewonnen door CBRE. Op basis daarvan is CBRE met ingang van 1 januari 2026 contractspartij van Shell. Naar het oordeel van de rechter is sprake van een ononderbroken voortzetting van nagenoeg dezelfde ondernemingsactiviteiten. Dat betekent dat CBRE ten opzichte van de betrokken werknemers vanaf 1 januari 2026 de werkgeversverplichtingen moet nakomen. (ECLI:NL:RBAMS:2025:10279, Rechtbank Amsterdam, Datum uitspraak 17 december 2025, Datum publicatie 23 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
(Noot redactie: Shell is geen publiekrechtelijke instelling. We hebben deze zaak toch opgenomen omdat de problematiek van overgang van personeel ook bij overheidsopdrachten speelt)
Na een Europese aanbesteding is met ingang van 1 mei 2020 door Shell International B.V. (verder: Shell) aan Sodexo de opdracht gegeven voor het verrichten van alle geïntegreerde facilitaire diensten op de locaties van Shell in Nederland. Deze werkzaamheden bestaan uit schoonmaakwerkzaamheden, cateringwerkzaamheden, een facility service desk, afvalmanagement, groenvoorziening, postkamer, repro, ongediertebestrijding en technische diensten (zoals onderhoud aan installaties). Tot 1 mei 2020 was CBRE de opdrachtnemer van Shell. Een volgende Nederlandse aanbesteding voor de geïntegreerde facilitaire diensten van Shell is begin 2025 uitgezet en gewonnen door CBRE. Op basis daarvan is CBRE met ingang van 1 januari 2026 weer contractspartij van Shell.
Sodexo vordert dat CBRE zal worden veroordeeld tot nakoming van de verplichtingen die ten opzichte van de betrokken werknemers voortvloeien uit overgang van onderneming en deze werknemers toe te laten tot hun werk en hun salaris te betalen.
Het oordeel van de rechter:
Ononderbroken voortzetting
“Allereerst is dan van belang dat naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van een ononderbroken voortzetting van nagenoeg dezelfde ondernemingsactiviteiten. Sodexo voerde met een leiding per vestiging van Shell het volledige facilitaire management uit, bestaande uit – kort gezegd – schoonmaak, catering en beheer. CBRE heeft onvoldoende weersproken dat zij hetzelfde gaat doen. CBRE heeft wel aangevoerd dat niet zij maar twee niet aan haar gelieerde vennootschappen de catering en schoonmaak gaan doen, maar dat kan haar niet baten. Die twee vennootschappen zijn immers in het kader van de (alleen) door CBRE gewonnen aanbesteding ingeschakeld. Voor de vraag of sprake is van overgang van onderneming moeten deze vennootschappen (net als die van Sodexo) dan ook als één geheel worden beschouwd, nu sprake is van een duurzaam georganiseerde economische entiteit (arrest Süzen, hiervoor aangehaald). CBRE heeft ter zitting ook erkend dat zij vaker op deze manier samenwerkt met genoemde vennootschappen. Volgens CBRE heeft zij van Shell meer vrijheid gekregen dan Sodexo had, maar dat is onvoldoende concreet gemaakt. CBRE heeft geen inzicht gegeven in haar afspraken met Shell en ook niet in de door Shell uitgeschreven aanbesteding. Voor zover CBRE de financiële verslaglegging in een ander (eigen) datasysteem gaat uitvoeren is dat onvoldoende om niet langer te spreken van identiteitsbehoud. Hetzelfde geldt voor de stelling van CBRE dat zij de helpdesk heeft geautomatiseerd.”
179 werknemers
“Van belang is verder dat in ieder geval 179 werknemers op grond van de toepasselijke CAO’s met ingang van 1 januari 2026 in dienst komen van CBRE, althans haar onderaannemers. Volgens Sodexo vallen nog meer werknemers onder deze CAO’s, in totaal 209. Hoe dan ook gaat het om het merendeel van de in totaal 277 betrokken werknemers. Dat hierbij sprake is van een gedwongen overgang neemt niet weg dat sprake is van een overdracht van een economische eenheid, waarbij ook een rol speelt dat het nagestreefde doel van de toepasselijke regels uit de CAO hetzelfde is als dat uit de richtlijn (HvJ EG 24 januari 2002, ECLI:EU:C:2002:48, Temco).
Materiële activa
“Tot slot is van belang hoe wordt omgegaan met materiële activa. Sodexo heeft een lijst overgelegd met zaken en een aanduiding hoe daarmee wordt omgegaan. CBRE heeft deze lijst slechts in algemene termen betwist, behoudens ten aanzien van een it-account, zodat de kantonrechter voor het overige in het kader van dit kort geding van de juistheid van die lijst zal uitgaan. Uit de lijst volgt dat enkele voorraden worden overgenomen door CBRE en dat voor het overgrote deel sprake is van bedrijfsmiddelen die door Shell of derden aan Sodexo ter beschikking waren gesteld en die CBRE zal blijven gebruiken. Het gaat dan onder meer om keukenuitrusting, keukenmachines, repro apparatuur en stofzuigers. Weliswaar gaat het dus om activa die niet door CBRE zijn overgenomen, maar zij zal die in navolging van Sodexo wel blijven gebruiken, wat wijst op identiteitsbehoud (HvJ EG 20 november 2003, ECLI:EU:C:2003:629, Sodexho). Het feit dat CBRE zelf 50 laptops heeft ingekocht en dat zij gebruik zal maken van eigen it-systemen is onvoldoende om ondanks het vorengaande niet van identiteitsbehoud te spreken.”
Het vorengaande betekent dat CBRE ten opzichte van de betrokken werknemers vanaf 1 januari 2026 de werkgeversverplichtingen moet nakomen.
VdLC publishers/consultants BV, 21 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl