Geen overeenkomst door ontbreken capaciteitsvraag naar geclusterde VPT-zorg (week 5)
Uitsluiten inschrijver
VGZ is als zorgkantoor verantwoordelijk voor de inkoop van Wlz-zorg door middel van het contracteren van Wlz-zorgaanbieders in deze regio. VGZ heeft de inschrijving van Comfor op 1 september 2025 wegens het ontbreken van vereiste financiële stukken afgewezen. De rechter zegt dat In de onderhavige zorginkoopprocedure VGZ de gelding van het transparantiebeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel expliciet in haar Inkoopbeleid heeft vastgelegd. De conclusie van de rechter is dat VGZ op basis van het ontbreken van een lokale en regionale capaciteitsvraag naar geclusterde VPT-zorg, heeft mogen besluiten om Comfor in het kader van de onderhavige zorginkoopprocedure geen overeenkomst voor het leveren van deze zorg aan te bieden. (ECLI:NL:RBDHA:2026:1214, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak26 januari 2026, Datum publicatie29 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
Comfor is een landelijk opererende zorgaanbieder die 24-uurszorg aanbiedt aan ouderen met dementie en/of somatische aandoeningen. VGZ is een uitvoerder in de zin van de Wlz en is tevens aangewezen als zorgkantoor voor onder meer de regio Midden-Brabant. VGZ is als zorgkantoor verantwoordelijk voor de inkoop van Wlz-zorg door middel van het contracteren van Wlz-zorgaanbieders in deze regio. VGZ heeft de inschrijving van Comfor op 1 september 2025 wegens het ontbreken van vereiste financiële stukken afgewezen. Nadat Comfor tegen die afwijzing bezwaar had gemaakt, heeft VGZ Comfor op 7 oktober 2025 (alsnog) uitgenodigd voor een gesprek. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2025. Op 31 oktober 2025 heeft VGZ aan Comfor bericht dat zij na zorgvuldige beoordeling van de ingediende stukken en het gesprek van 20 oktober 2025 heeft besloten om haar geen overeenkomst aan te bieden. Comfor vordert VGZ te gebieden de gunningsbeslissing van 31 oktober 2025 in te trekken. Het oordeel van de rechter:
Gelijkheidsbeginsel van toepassing
“Vooropgesteld wordt dat naar vaste jurisprudentie de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht van overeenkomstige toepassing zijn op zorginkoopprocedures. In de onderhavige zorginkoopprocedure heeft VGZ de gelding van het transparantiebeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel expliciet in haar Inkoopbeleid vastgelegd. Het gelijkheidsbeginsel verplicht VGZ onder meer om haar inkoopbeleid jegens alle inschrijvers op gelijke wijze toe te passen. VGZ is op grond van het transparantiebeginsel gehouden om alle voorwaarden en modaliteiten op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze in de inkoopdocumenten te formuleren, zodat enerzijds behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte daarvan kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren en anderzijds VGZ daadwerkelijk kan nagaan of de ingediende inschrijvingen daaraan beantwoorden.”
Nader feitenonderzoek
“Het is in dit kort geding aan Comfor om aannemelijk te maken dat VGZ in redelijkheid niet op basis van de bestaande zorgcapaciteit in relatie tot de bestaande en toekomstige zorgvraag in regio Midden-Brabant heeft kunnen besluiten om Comfor geen overeenkomst voor het verlenen van VPT-zorg aan te bieden. Daarbij geldt dat het kort geding zich niet leent voor nader feitenonderzoek en/of bewijslevering. Comfor is hierin naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet geslaagd.”
VGZ mocht Comfor uitsluiten
“De slotsom is dat VGZ op basis van het ontbreken van een lokale en regionale capaciteitsvraag naar geclusterde VPT-zorg heeft mogen besluiten om Comfor in het kader van de onderhavige zorginkoopprocedure geen overeenkomst voor het leveren van deze zorg aan te bieden. Dit betekent dat de daartoe strekkende vordering van Comfor in dit kort geding niet toewijsbaar is. Ten aanzien van de vordering tot het aanbieden van een overeenkomst tot het leveren van ongeclusterde VPT-zorg in de wijk geldt dat Comfor die vordering volstrekt onvoldoende heeft onderbouwd, zodat die vordering om die reden wordt afgewezen. Bij die stand van zaken kan in het midden blijven of het door Comfor aangeboden woonzorgconcept – zoals Comfor heeft betoogd en VGZ heeft weersproken – vernieuwend is.”
VdLC publishers/consultants BV, 4 februari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl