Rechtsverwerkingsclausule toelaatbaar (week 10)
Grossmann
Op 19 mei 2025 heeft de Politie een aanbesteding aangekondigd voor het verzorgen van de dienstverlening rondom eten en drinken voor de Politie. Vitam vordert dat de rechter de Politie gebiedt om de gunningsbeslissing in te trekken. Het meest verstrekkende verweer dat de Politie aanvoert is dat Vitam haar rechten om te klagen heeft verwerkt. De rechter is van oordeel dat dit beroep op rechtsverwerking slaagt. Voor zover al niet moet worden aangenomen dat Vitam met haar inschrijving heeft ingestemd met de rechtsverwerkingsclausule, waarover zij overigens ook geen vragen heeft gesteld, geldt dat de rechter deze clausule in dit geval niet ontoelaatbaar acht. (ECLI:NL:RBDHA:2026:3823, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 12 februari 2026, Datum publicatie 6 maart 2026)
Feiten en omstandigheden
De Politie heeft op 30 september 2024 een meervoudig onderhandse aanbesteding aangekondigd onder de naam ‘Eten een drinken’. Een van de onderdelen van deze opdracht zag op het verzorgen van de dienstverlening rondom eten en drinken voor de Politie, haar bedrijfsrestaurants en de banqueting. Dit deel van de opdracht was opgedeeld in de volgende zes percelen.
Vitam en 8 andere partijen hebben zich op de opdracht voor de bedrijfsrestaurants en de banqueting ingeschreven. De Politie heeft op 5 februari 2025 een voorlopige gunningsbeslissing genomen. Op basis van deze gunningsbeslissing is 1 van de 6 percelen voorlopig gegund aan Vitam. Vervolgens heeft de Politie op 20 februari 2025 de aanbestedingsprocedure voor Aanbesteding I en daarmee de voorlopige gunningsbeslissing van 5 februari 2025 ingetrokken, omdat de aanbesteding ten onrechte alleen op nationaal niveau en niet op Europees niveau was (voor)aangekondigd.
Op 19 mei 2025 heeft de Politie een nieuwe aanbesteding aangekondigd. De Politie heeft op 17 september 2025 de inschrijvers geïnformeerd over de voorgenomen gunning van de percelen. Vitam heeft daarbij geen perceel gegund gekregen. Vitam vordert dat de voorzieningenrechter de Politie gebiedt om de gunningsbeslissing van 17 september 2025 in te trekken en ingetrokken te houden. Het oordeel van de rechter:
Beroep op rechtsverwerking slaagt
“Het meest verstrekkende verweer dat de Politie, Compass, Albron, Appèl en Food & I aanvoeren is dat Vitam haar rechten om te klagen heeft verwerkt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit beroep op rechtsverwerking slaagt.”
"Uit het Grossmann-arrest en de daarop gebaseerde jurisprudentie volgt dat van een gegadigde/inschrijver mag worden verwacht dat hij zich proactief opstelt bij het naar voren brengen van bezwaren in het kader van een aanbestedingsprocedure. Daarmee wordt voorkomen dat aanbestedingsprocedures onnodig worden vertraagd en wordt verder bereikt dat eventuele gebreken in de procedure zodanig tijdig aan de orde worden gesteld dat zij nog (eenvoudig) kunnen worden hersteld. Dit is niet alleen in het belang van de aanbestedende dienst, maar ook het belang van de (andere) gegadigden en inschrijvers, omdat daarmee bijvoorbeeld voorkomen wordt dat kosten worden gemaakt voor een aanbestedingsprocedure die niet aan de eisen voldoet. Het tijdstip waarop over een bepaald aspect van een aanbestedingsprocedure moet worden geklaagd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kan van een gegadigde/inschrijver worden verwacht dat hij zijn bezwaren kenbaar maakt zo spoedig mogelijk nadat hij kennis had of had behoren te hebben van de gestelde gebreken in de procedure.
Rechtsverwerkingsclausule
“Voor zover al niet moet worden aangenomen dat Vitam met haar inschrijving heeft ingestemd met de rechtsverwerkingsclausule, waarover zij overigens ook geen vragen heeft gesteld, geldt dat de voorzieningenrechter deze clausule in dit geval niet ontoelaatbaar acht. Het mag zo zijn dat de opdrachtwaarde van Aanbesteding II aanzienlijk lager is dan de opdrachtwaarde in de zaak waarin het Gerechtshof Den Haag op 25 mei 2021 arrest heeft gewezen, maar dat betekent niet dat in dit geval niet van Vitam kon worden gevergd dat zij, zoals voorgeschreven in de inschrijvingsleidraad, al voor het verstrijken van de uiterste termijn van inschrijving haar standpunt over de wijze waarop de aanbesteding is georganiseerd aan de rechter zou voorleggen. De aard en de omvang van de opdracht (het gaat om het verzorgen van – kort gezegd – de catering voor alle bedrijfsrestaurants van de Politie en bij allerhande gelegenheden met een opdrachtwaarde per perceel van maximaal 23,5 miljoen euro) zijn niet zodanig beperkt dat de kosten en tijd die Vitam aan een kort geding zou moeten besteden als buitensporig en onoverkomelijk moeten worden beschouwd. Dat een inschrijver maximaal 2 percelen gegund kan krijgen doet daar niet aan af. Bovendien is niet in geschil dat te verwachten was dat op de opdracht zou worden ingeschreven door de grote(re) bedrijfscateraars. In zo’n situatie is – mede in aanmerking genomen het doel daarvan– eerder te rechtvaardigen dat een gegadigde/inschrijver in een vroegtijdig stadium een kort geding aanhangig maakt.”
De vorderingen van Vitam worden afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 11 maart 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl