Terugblik deelsessie: Omgaan met afstand tussen beleid en inkooppraktijk (PIANOo-congres 2026)
De 20e editie van het PIANOo-congres vond plaats op 4 juni 2026. Met als thema: Spotlight op de Toekomst. Deze terugblik gaat over de deelsessie 'Van script naar uitvoering: omgaan met afstand tussen beoogd inkoopbeleid en inkooppraktijk’. (juni 2026)
Alexander Schermerhorn is gepromoveerd op het verschil tussen het beoogde Europese aanbestedingsbeleid en uitvoering daarvan in de dagelijkse inkooppraktijk van publieke organisaties. Hij noemt dit ‘Aanbestedingsafstand’. Hij omschrijft dit als volgt: het verschil tussen het formele Europese inkoopbeleid en de manier waarop dit beleid in de praktijk wordt uitgevoerd. Tijdens deze sessie deelde hij de belangrijkste inzichten uit zijn promotieonderzoek.
Aanbestedingsafstand is structureel
Alexander concludeert dat aanbestedingsafstand een structureel onderdeel van publieke inkoop is. Volgens hem ontstaat aanbestedingsafstand doorgaans niet uit onwil of omdat inkopers regels niet begrijpen, maar vooral doordat beleid altijd geïnterpreteerd en toegepast wordt binnen een specifieke context.
Alexander: “Inkopers opereren in een omgeving waarin verschillende belangen samenkomen. Politieke wensen, belangen van de eigen aanbestedende dienst, marktomstandigheden, maatschappelijke doelen en praktische uitvoerbaarheid hebben allemaal invloed op de uitvoering van beleid. Bovendien spelen praktische factoren een rol. Voor en tijdens aanbestedingen worden keuzes gemaakt onder invloed van budgetten, planningen, bestuurlijke wensen en organisatorische afwegingen.” Een tweede belangrijke conclusie uit zijn onderzoek is dat inkopers, door zich vooral te richten op het gewenste eindresultaat van de inkoop, de hoogste publieke waarde kunnen creëren.
Opvallende bevindingen
Tijdens de sessie deelde Alexander ook enkele opvallende bevindingen. Uit zijn onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat vooral intrinsieke motivatie om het Europese inkoopbeleid uit te voeren van belang is om aanbestedingsafstand te overbruggen. Verder speelt praktijkervaring hierin een grotere rol dan opleiding. Alexander vond daarnaast weinig bewijs dat inzet van externe inkoop- of juridische consultants of samenwerking tussen aanbestedende diensten leidt tot betere uitvoering van Europees inkoopbeleid. Verder zijn er geen duidelijke aanwijzingen naar voren gekomen die erop duiden dat geografie significante invloed heeft op aanbestedingsafstand. Het is bijvoorbeeld niet zo dat er in Zuid-Europese landen meer aanbestedingsafstand optreedt in vergelijking met Noord-Europese landen.
De bevindingen leverden Alexander veel vragen op. Ook bij het beantwoorden daarvan was hij niet bang om de soms misschien wat ongemakkelijke ruimte tussen beleid en uitvoering te bespreken. Maar iedere keer benadrukte hij: “Ik roep niet op tot anarchie. Laten we binnen de kaders van de wet zo inkopen dat dit leidt tot het beste eindresultaat.”
Aanbestedingsafstand geen teken van falend beleid
Ter afsluiting benadrukte Alexander dat inkopers meer macht hebben dan vaak wordt gedacht. “Beleid krijgt immers pas betekenis wanneer het in de praktijk wordt toegepast.” Dat was ook zijn belangrijkste boodschap: afstand tussen beleid en uitvoering is geen teken van falend beleid of falende inkoop. Het laat wel zien dat inkopers voortdurend opereren in een spanningsveld van regels, belangen en maatschappelijke opgaven. Dit lukt de ene keer beter dan de andere keer.