Geen sprake meer van wezenlijke wijziging na uitvoering opdracht en eindfactuur (week 26)
Looptijd overeenkomst | wezenlijke wijziging
Het gaat in deze zaak over de looptijd van een overeenkomst voor elektrotechnische werkzaamheden op een schoolcampus in Salzburg. Het Hof van Justitie EU zegt dat Indien zou worden aanvaard dat de aanbestedende dienst een overheidsopdracht kan wijzigen zonder een nieuwe aanbestedingsprocedure zolang hij de voor de door de aannemer verrichte prestaties verschuldigde prijs niet betaalt, dit er op zou neerkomen dat de aanbestedende dienst naar eigen goeddunken de periode kan verlengen waarin een afwijkende bepaling – namelijk artikel 72 van richtlijn 2014/24 – van toepassing kan zijn. Een dergelijke uitlegging zou evenwel indruisen tegen de strikte uitlegging die aan deze bepaling moet worden gegeven. (Zaak C-820/24.Arrest van het Hof (Vijfde kamer) 4 juni 2026)
Feiten en omstandigheden
In dit arrest staat de vraag centraal of een nieuwe opdracht voor elektrotechnische werkzaamheden rechtmatig zonder nieuwe aanbestedingsprocedure kon worden gegund als wijziging van een bestaande overheidsopdracht. Op een schoolcampus in Salzburg schreef BIG, een Oostenrijkse aanbestedende dienst, in 2022 een openbare aanbesteding uit voor elektrotechnische werkzaamheden in deel ll van een schoolgebouw. De opdracht werd gegund aan Fiegl en zou tussen augustus 2022 en augustus 2023 worden uitgevoerd.
Kort vóór de gunning ontstond echter brand in deel I van het gebouw. Hierdoor moest de campus anders worden ingericht, waardoor een groot deel van de oorspronkelijk geplande werkzaamheden in deel II niet langer nodig was. BIG schrapte deze werkzaamheden in mei 2023, waardoor de opdracht met ongeveer twee derde werd verkleind. Fiegl stelde vervolgens een schadeclaim in wegens de vermindering van de opdracht, maar BIG wees deze af.
Na afronding van de resterende werkzaamheden bereikten BIG en Fiegl een overeenkomst: Fiegl zag af van haar schadevergoeding, terwijl BIG toezegde dat een deel van de geannuleerde werkzaamheden in 2024 alsnog in deel I zou worden uitgevoerd. Op basis hiervan kreeg Fiegl eind 2023 een nieuwe opdracht ter waarde van ruim €264.000, zonder nieuwe aanbestedingsprocedure. Intussen had BIG voor andere herstelwerkzaamheden na de brand wel een openbare aanbesteding georganiseerd, die werd gewonnen door Strominator.
Strominator stelde dat de rechtstreekse gunning aan Fiegl onrechtmatig was en haar recht om mee te dingen had geschonden. BIG verdedigde zich met het argument dat sprake was van een toegestane wijziging van de oorspronkelijke opdracht op grond van artikel 72 van richtlijn 2014/24.
De Oostenrijkse rechter vraagt het Hof van Justitie van de EU daarom om uitleg over drie punten: wanneer de looptijd van een overheidsopdracht eindigt, of de gevolgen van een vóór de contractsluiting ontstane brand als onvoorziene omstandigheid kunnen gelden, en of een wijziging ook is toegestaan wanneer deze wenselijk, maar niet strikt noodzakelijk is, zolang de aard van de opdracht niet wezenlijk verandert.
Het Hof zegt o.a.:
Looptijd
“Zoals blijkt uit andere bepalingen van deze richtlijn, heeft de term 'uitvoering' betrekking op de verrichting van de op de aannemer rustende prestaties, en niet op de betalingsverplichting die rust op de aanbestedende dienst. Het tweede zinsdeel van artikel 2, lid 1, punt 5, van richtlijn 2014/24 verwijst naar de 'uitvoering van werken'. Voorts bepaalt artikel 70 van deze richtlijn dat aanbestedende diensten speciale voorwaarden kunnen verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits zij overeenkomstig artikel 67, lid3, van deze richtlijn verband houden met werken, leveringen of te verrichten diensten. Vanuit datzelfde oogpunt bepaalt artikel 58, lid4, eerste alinea, van die richtlijn dat aanbestedende diensten eisen kunnen opleggen opdat ondernemers over de noodzakelijke personele en technische middelen en ervaring beschikken om de opdracht volgens een passende kwaliteitsnorm 'uit te voeren'. Uit deze lezing vloeit voort dat de 'looptijd' van een opdracht in de zin van artikel 72 van richtlijn 2014/24 enkel voortduurt zolang de krachtens deze opdracht op de aannemer rustende prestaties niet volledig zijn uitgevoerd. Bijgevolg is een wijziging van die opdracht onder de in die bepaling gestelde voorwaarden alleen mogelijk totdat deze aannemer de prestaties volledig heeft uitgevoerd, waarbij het uitblijven van betaling door de aanbestedende dienst niet relevant is.”
Geen manoeuvreerruimte meer
“Wanneer de prestaties van de aannemer definitief door de aanbestedende dienst zijn aanvaard en de eindfactuur is uitgereikt, hoeft die dienst geen manoeuvreerruimte meer te worden gelaten bij de toepassing van de regels inzake overheidsopdrachten, aangezien het uitgesloten is dat hij bij de uitvoering van de betrokken opdracht kan worden geconfronteerd met situaties die aanleiding geven tot een wijziging van de opdracht. Dit is dus precies de premisse waarop de verschillende bepalingen van artikel 72 zijn gebaseerd. Indien zou worden aanvaard dat de aanbestedende dienst een overheidsopdracht kan wijzigen zonder een nieuwe aanbestedingsprocedure in te leiden zolang hij de voor de door de aannemer verrichte prestaties verschuldigde prijs niet betaalt, terwijl deze prestaties definitief zijn aanvaard en de eindfactuur is uitgereikt, zou dit er bovendien op neerkomen dat de aanbestedende dienst naar eigen goeddunken de periode kan verlengen waarin een afwijkende bepaling – namelijk artikel 72 van richtlijn 2014/24 – van toepassing kan zijn. Een dergelijke uitlegging zou evenwel indruisen tegen de strikte uitlegging die aan deze bepaling moet worden gegeven, zoals in punt 50 van dit arrest in herinnering is gebracht.”
Tweede en derde vraag
Gelet op het antwoord op de eerste vraag hoeven de tweede en de derde vraag, die waren gesteld voor het geval dat het Hof de eerste vraag bevestigend zou beantwoorden, niet te worden beantwoord.
VdLC publishers/consultants BV, 1 juli 2026
Lees de volledige uitspraak op eur-lex.europa.eu