Productgroep Grond-, weg- en waterbouw
De grond-, weg- en waterbouw (GWW) is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de CO2-voetafdruk en milieu-impact van de overheid. Ook de inkoop van ‘groenvoorzieningen’ valt onder dit cluster. Met je inkoop in de GWW kun je in alle fases van een project positieve impact hebben: aanleg, gebruik, beheer en onderhoud en einde levensduur. Het is bij uitstek een sector om hoge eisen te stellen om je klimaatdoelstellingen te bereiken. De MVI-criteriatool geeft je voor de diverse productgroepen de meest recente MVI-criteria.
In de MVI-criteriatool worden eisen, criteria en suggesties aangereikt, die in de aanbestedingsprocedure kunnen worden opgenomen. In alle 3 fases van het inkoopproces (de voorbereidingsfase, de aanbestedingsfase en de uitvoering van het contract), kunnen duurzaamheidscriteria worden toegepast. Voor de GWW zijn criteria opgesteld voor de volgende productgroepen:
- Civiele constructies
- Conserveringswerken
- Gemalen
- Gladheidsbestrijding
- Groenvoorzieningen
- Grondwerken
- Kabels en leidingen
- Mobiele werktuigen (aanschaf)
- Mobiele werktuigen (aanbesteding)
- Openbare verlichting
- Reiniging openbare ruimte
- Riolering
- Straatmeubilair
- Vaartuigen
- Verkeersregelinstallaties
- Waterzuiveringsinstallaties
- Wegen
- Zware voertuigen
Invloed op MVI
Maatschappelijk verantwoorde inkoop van grond-, weg- en waterbouw heeft betrekking op:
Milieu
GWW projecten hebben direct effect op het milieu door de inrichting van- en impact op de omgeving. Dit gaat over ruimtegebruik, de kwaliteit van de bodem, oppervlakte en grondwater, ecologie en lokale gezondheid. Een veel toegepaste werkwijze om rekening te houden met milieu en omgeving is de Aanpak Duurzame GWW. Met deze aanpak bepaal je de belangrijkste aandachtspunten van je project en ga je na welke potentiële positieve impact er in je project mogelijk is. Zo kun je bijvoorbeeld extra aandacht besteden aan inpassing van natuur, het realiseren van faunapassages, het realiseren van wateropvang of het stimuleren van het gebruik van schone voer- en werktuigen zodat de omgeving minder overlast ondervindt van fijnstof en geluid.
Klimaat
Naast het directe effect op de omgeving vergt realisatie van projecten veel materialen en energie. Dit kan indirect een grote milieu-impact hebben en bied je kansen voor milieuvriendelijk inkopen. Die impact is op velerlei wijzen te verminderen, bijvoorbeeld door het gebruik secundaire materialen in verhardingen, duurzaam hout of het toepassen van led-systemen voor openbare verlichting. De impact van materiaal- en energiegebruik kun je uitdrukken in een milieu kosten indicator (MKI), bijvoorbeeld met DuboCalc (Duurzaam bouwen Calculator). De MKI-waarde berekent een expert volgens een vast protocol en neemt alle relevante milieueffecten mee. Inschrijvingen of oplossingen kun je hiermee objectief vergelijken. De MKI-waarde kun je meewegen in de gunning van projecten, als minimumeis of als gunningscriterium. Zo kun je als opdrachtgever kwantitatief uitvragen en gunnen op milieuvriendelijke oplossingen.
Circulair inkopen
Van oudsher is de GWW een sector waar gewerkt wordt met ‘werk met werk’ en gesloten grondbalansen en wordt sloopmateriaal al langer nuttig toegepast, bijvoorbeeld het gebruik van gebroken puin als wegfundering. Inmiddels wordt er breder gekeken naar de circulaire economie. Zo kun je in projecten vragen om slimmer ontwerpen gericht op minder materiaalgebruik, het verhogen van het aandeel partiële recycling in asfalt, het hergebruiken van bouwelementen en een modulaire opbouw van kunstwerken zodat deze in de toekomst beter hergebruikt kunnen worden. Het is aan jou als opdrachtgever om de markt uit te dagen, zo kunnen marktpartijen zich verder ontwikkelen en draag je bij aan een meer circulaire economie.
Circulair inkopen vraagt ook om een andere kijk op asset management. Waardecreatie is steeds belangrijker. Wanneer een werk bijvoorbeeld modulair en demontabel is opgebouwd, behouden de elementen en materialen door de losmaakbaarheid een deel van de waarde aan het einde van de levensduur. Wanneer een circulair ontwerp duurder is dan gebruikelijk, kan het zijn dat de meerkosten worden gecompenseerd door de restwaarde van elementen. Hiermee zijn de kosten en baten over de gehele levensduur, ook wel de levenscycluskosten, steeds relevanter. Hierin bereken je naast de aanschafwaarde, ook het beheer en onderhoud, en de restwaarde. Circulair ontwerpen brengt ook onzekerheid met zich mee: wat doe je uiteindelijk met deze elementen – is er bij einde levensduur ook iemand die deze wil hebben? Door hier van tevoren goed over na te denken kun je deze risico’s verantwoorden en reduceren, zodat de markt zich kan blijven ontwikkelen.
Bij het circulair ontwerpen moet ook oog zijn voor de toepassing van biobased materialen. Hout is bijvoorbeeld een steeds meer gebruikt biobased alternatief voor staal en beton, de keuze in de houtsoort is daarbij erg belangrijk. Er is al veel onderzoek gedaan naar biobased alternatieven, bijvoorbeeld de toepassing van lignine als vervanging van (een deel) van het bitumen in asfalt. Voor de ontwikkeling van biobased materialen is het essentieel dat marktpartijen de ruimte krijgen om te innoveren. Maar je wilt ook voldoende zekerheid. Vraag daarom bij aanbesteding altijd om specificaties van de voorgesteld materialen. Dit geeft snel inzicht, maakt het eenvoudig om opties met elkaar te vergelijken en geeft de mogelijkheid om bij uitvoering controles uit te voeren. Voorbeelden van biobased toepassingen zijn houten geleiderails, houten bruggen, biobased straatmeubilair, biobased oeverbeschoeiing en natuurlijke additieven in asfalt en beton.
Social return
Bij inkoop van GWW is het mogelijk om te vragen om de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Marktpartijen kunnen hiervoor extra arbeidsplaatsen, werkervaringsplekken of stageplekken creëren.