Aanbestedende dienst hoefde goedkeuring onderaannemer niet te geven (week 3)
Onderaannemer
Naar aanleiding van de openbare aanbestedingsprocedure “Naar effectieve samenwerking in de Jeugdhulp in Zeeland” heeft samenwerkingsverband ZILT een zorgverleningsovereenkomst met Inkoop Jeugdhulp Zeeland (IJZ) gesloten. Naar het oordeel van de rechter heeft IJZ voldoende aannemelijk gemaakt dat het door haar verrichte onderzoek naar het declaratiegedrag en de verantwoording daarvan een grondslag heeft in het PvE, waaraan ook [eisers] was gebonden. De rechter concludeert dat door [eisers] onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat IJZ geen grondslag had om de vereiste goedkeuring onderaannemer niet te geven en daarover te communiceren met hoofdaannemers, samenwerkingsverbanden en gemeenten. (ECLI:NL:RBZWB:2025:9686, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Datum uitspraak 30 december 2025, Datum publicatie 15 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
In de provincie Zeeland hebben alle gemeenten de taken rondom jeugdhulp overgedragen aan het openbaar lichaam Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland Inkoop Jeugdhulp Zeeland (IJZ). Naar aanleiding van de openbare aanbestedingsprocedure “Naar effectieve samenwerking in de Jeugdhulp in Zeeland” heeft samenwerkingsverband ZILT een zorgverleningsovereenkomst met IJZ gesloten.
Op 22 februari 2024 is door IJZ een bericht gestuurd aan [maatschap] in haar rol als hoofdaannemer van [eiser 1] , alsmede aan [eisers] met de volgende tekst: “Er bereiken ons signalen en serieuze zorgen over het declaratiegedrag van en kwaliteit van hulpverlening door [eiser 1] . Wij zijn bezig om deze te verzamelen en komen hier op korte termijn bij u op terug.”
Naar aanleiding van voornoemde signalen, die IJZ ontving van de toegangen van de gemeenten [plaats 2] en [plaats 1] , is IJZ met [maatschap] op 28 maart 2024 in gesprek gegaan. [eisers] was tevens voor dit gesprek uitgenodigd, maar was hierbij niet aanwezig. Uiteindelijk zag IJZ aanleiding om intern een onderzoek naar [eisers] te starten. Dit heeft geresulteerd in een onderzoeksrapport van 6 juni 2024.
Omdat de zorgverleningsovereenkomst tussen IJZ en ZILT per 30 april 2024 zou eindigen, heeft [eisers] getracht aansluiting te zoeken bij een ander samenwerkingsverband. In verband met het toen nog lopende onderzoek van IJZ naar [eisers] heeft IJZ bij e-mail van 21 maart 2024 aan [eisers] , alsmede dezelfde contactpersonen van [maatschap] die zijn aangeschreven in de e-mail van 22 februari 2024, geschreven:
“Vanuit de penvoerder van een ander samenwerkingsverband hebben wij vernomen dat er voor [eiser 1] een verzoek is gedaan om tot dit samenwerkingsverband per 1 mei toe te treden als onderaannemer. Morgen wij ervan uitgaan dat u het lopende onderzoek vanuit IJZ en de Zeeuws Vlaamse gemeenten in deze gesprekken transparant op tafel legt?”
Ten behoeve van de continuering van de jeugdhulpverlening door [eisers] , heeft IJZ met [eisers] na beëindiging van het samenwerkingsverband ZILT een tijdelijke maatwerkovereenkomst gesloten met [maatschap] voor de periode van 1 mei 2024 tot en met 31 december 2024 en met [eisers] voor de gemeente [plaats 1] tot en met 31 december 2025 en voor de gemeente [plaats 2] tot en met 31 maart 2026.
[eisers] vordert IJZ te gebieden middels een e-mailbericht aan de penvoerders van de ketenpartners een e-mailbericht met de volgende tekst te versturen, waarbij [eisers] in de cc wordt meegenomen ter controle: "Er zijn geen feiten of omstandigheden die een beletsel vormen voor de toelaten van [eisers] tot het jeugdhulplandschap in Zeeland, noch voor deelname aan aanbestedings- of samenwerkingsprocedures”. Het oordeel van de rechter:
‘In beginsel’
“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft IJZ voldoende aannemelijk gemaakt dat het door haar verrichte onderzoek naar het declaratiegedrag en de verantwoording daarvan een grondslag heeft in het PvE, waaraan ook [eisers] was gebonden. Dat het onderzoek naar [eisers] door IJZ moest worden voorafgegaan door een accountantscontrole, door een accountant moest worden verricht of niet kan worden uitgevoerd indien aan accountantscontrole reeds heeft plaatsgevonden is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Zo volgt bijvoorbeeld uit artikel 8.7 PvE dat – kort gezegd – controles “in beginsel” zullen plaatsvinden op het daarin genoemde accountantsprotocol. Hieruit volgt geen verplichting om dit te doen. Uit de tekst van het PvE volgt evenmin dat een accountantscontrole, zoals genoemd in artikel 8.7, eerst moeten plaatsvinden en afhankelijk daarvan pas een onderzoek op grond van artikel 8.9 PvE kan plaatsvinden. Een onderbouwing dat deze bepalingen anders moeten worden uitgelegd is niet gegeven.”
Onderzoek
‘Voorts geldt dat niet is bestreden dat IJZ voornoemde signalen heeft ontvangen en daarnaar onderzoek heeft gedaan. IJZ heeft dit onderzoek naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zonder rechtsgrond uitgevoerd. Daarmee is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende / onrechtmatige publicatie. Bij gebrek daaraan is evenmin voldoende aannemelijk gemaakt dat de gedane uitingen in een bodemprocedure leiden tot aansprakelijkheid van IJZ. Dit deel van de vordering wordt derhalve afgewezen.
Goedkeuring bij wijziging samenstelling onderaannemers
“IJZ dient bij wijziging van de samenstelling van (onder)aannemers bij de aanbesteding goedkeuring te verlenen. Dit volgt uit paragraaf 2.5.6 van het beschrijvend document in het kader van de aanbestedingsprocedure met de titel “Naar effectieve samenwerking in de jeugdhulp in Zeeland”, waaruit volgt dat bij inschakeling van een onderaannemer schriftelijke goedkeuring moet worden verleend door de opdrachtgever (in dit geval IJZ). Uit artikel 2.3 PvE volgt:
“Opdrachtnemer kan deze Jeugdhulp onder zijn inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid laten verlenen door een andere jeugdhulpaanbieder als deze is geaccepteerd als Onderaannemer door de Opdrachtgever of door een andere Opdrachtnemer binnen hetzelfde Samenwerkingsverband of binnen het Jeugdhulpnetwerk. Als het een nieuwe Onderaannemer betreft zal Opdrachtnemer hiervoor eerst akkoord vragen aan Opdrachtgever.”
Woorden van gelijke strekking zijn voorts gegeven in de nota van inlichtingen bij de aanbestedingsprocedure en in artikel 13.1 van de raamwerkovereenkomst. Ook in de nieuwe aanbestedingsprocedure is in bijlage 8 het volgende opgenomen:
‘Het is mogelijk om tijdens de uitvoering van de opdracht onderaannemers aan de combinatie toe te voegen. Contractpartijen dienen hier voorafgaand toestemming voor te vragen aan de bestuurscommissie van Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ).’
Onderdeel in dit aanmeldingsproces is dat IJZ onderzoekt of onder andere sprake is van lopende onderzoeken, inspecties, of dat er bijvoorbeeld er ‘andere’ signalen zijn over de nieuw toe te voegen onderaannemer. Indien sprake is van dergelijke omstandigheden, dan wordt dit gemeld bij de aanbieders die deze onderaannemer wenst in te schakelen.”
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is door [eisers] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat IJZ geen grondslag had om de vereiste goedkeuring niet te geven en daarover te communiceren met hoofdaannemers, samenwerkingsverbanden en gemeenten.
VdLC publishers/consultants BV, 21 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl