Aanbesteding inhuur personeel Deventer voldoet aan de te stellen eisen (week 50)
Beoordelingsmethodiek
De gemeente Deventer heeft in 2024 een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de 'Inhuur van personeel via een intermediair/broker'. Harvey Nash heeft, voorafgaand aan de sluiting van de inschrijvingstermijn, de beoordelingssystematiek in een kort geding aan de orde gesteld. Bij vonnis van 12 november 2024 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van Harvey Nash om de aanbestedingsprocedure op te schorten of de beoordelingssystematiek aan te passen afgewezen. Het hof is van oordeel dat de voorzieningenrechter in het bestreden vonnis terecht tot de conclusie is gekomen dat de aanbestedingsprocedure voldoet aan de daaraan te stellen eisen. (ECLI:NL:GHARL:2025:7687, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Datum uitspraak 2 december 2025, Datum publicatie 10 december 2025)
Feiten en omstandigheden
De gemeente Deventer heeft in 2024 een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de 'Inhuur van personeel via een intermediair/broker'. Het doel van de aanbesteding is het sluiten van een raamovereenkomst met één opdrachtnemer, voor de uitvoering van werkzaamheden ten aanzien van (o.a.) de werving, (voor)selectie en/of administratieve afhandeling van externe inhuur van personeel. Harvey Nash heeft in de loop van de aanbestedingsprocedure vragen gesteld over deze beoordelingsmethodiek, toegespitst op het subgunningscriterium prijs. De gemeente heeft, na beantwoording van deze vragen in de Nota’s van Inlichtingen, de beoordelingsmethodiek niet aangepast. Daarop heeft Harvey Nash, voorafgaand aan de sluiting van de inschrijvingstermijn, de beoordelingssystematiek in een kort geding aan de orde gesteld. Bij vonnis van 12 november 2024 (het vonnis) heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van Harvey Nash om (onder meer) de aanbestedingsprocedure op te schorten of de beoordelingssystematiek aan te passen afgewezen, met veroordeling van Harvey Nash in de proceskosten aan de zijde van de gemeente. Harvey Nash heeft niet ingeschreven op de aanbestedingsprocedure. De opdracht is in januari 2025 gegund aan Flextender. Tegen die gunning is niet in rechte opgekomen. Op 26 februari 2025 is de raamovereenkomst tussen de gemeente en Flextender gesloten. Harvey Nash is tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in hoger beroep gekomen. Het hof zegt o.a.:
Xafax-jurisprudentie wel van toepassing
“De stelling van Harvey Nash dat de Xafax-jurisprudentie niet zou gelden omdat het haar niet om de gunningsbeslissing maar om de opzet van de aanbestedingsprocedure zelf gaat, slaagt niet nu toewijzing van (een of meer van) haar vorderingen onder I-IV wel degelijk zouden leiden tot een ingrijpen in de tussen de gemeente en Flextender gesloten overeenkomst. Ook de vordering onder V waarmee het hof ruimte wordt gelaten om een maatregel te treffen die recht doet aan de belangen van Harvey Nash stuit daarop af, naast het feit dat deze vordering onvoldoende concreet is. De stelling van Harvey Nash dat de Xafax-jurisprudentie in dit geval niet aan toewijzing van die vorderingen in de weg zou staan omdat aan de aanbestedingsprocedure een fundamenteel gebrek kleeft, wordt gepasseerd. Het systeem van de Aw maakt geen onderscheid tussen een gebrek en een fundamenteel gebrek. Dus ook als er in dit geval sprake zou zijn van een fundamenteel gebrek, leidt dat niet tot een andere uitkomst.”
Uurtarief weegt wel degelijk mee
“Met de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat- anders dan Harvey Nash betoogt- het uurtarief van de kandidaat via het subgunningscriterium kwaliteit wel degelijk in de aanbestedingsprocedure meeweegt en de gemeente via de conformiteitenlijst de (winnende) broker na gunning ook daaraan kan houden. Daardoor is het ontstaan van een situatie die Harvey Nash kennelijk vreest, namelijk dat de winnende broker via het (element) uurtarief voor de kandidaat in combinatie met de eigen fee in de praktijk (toch) duurder is dan een broker die met een hogere fee heeft ingeschreven op de aanbesteding, niet aan de orde, althans heeft de gemeente voldoende waarborgen in de aanbestedingsprocedure ingebouwd om die situatie te voorkomen. Tegen die achtergrond is het hof van oordeel dat de voorzieningenrechter in het bestreden vonnis (in r.o. 5.7 tot en met 5.15) terecht voorshands tot de conclusie is gekomen dat de aanbestedingsprocedure voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Dat wordt ook niet anders door het advies 659 van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Onvoldoende aannemelijk is namelijk dat de feiten en omstandigheden van de in dat advies beoordeelde aanbestedingsprocedure zodanig veel lijken op de feiten en omstandigheden in deze zaak dat aan dat advies een belangrijke invloed zou moeten worden toegekend.”
VdLC publishers/consultants BV, 17 december 2025)
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl