Aanbestedingsprocedure hoeft niet opgeschort te worden (week 8)
Concessie
NPB Media BV en de gemeente Zwolle hebben in 2015 onderhandeld over een concessieovereenkomst op grond waarvan NPB het recht heeft om lichtreclames aan te brengen op lichtmasten die eigendom zijn van de gemeente. NPB meent dat de uitloopregeling (ook) moet worden toegepast bij het van rechtswege expireren van de overeenkomst en vordert de gestarte aanbestedingsprocedure af te breken. De rechter is van oordeel dat NPB de uitloopregeling redelijkerwijs niet zo heeft mogen opvatten dat zij daar ook een beroep op kon doen na beëindiging van de overeenkomst van rechtswege. Er bestaat ook geen aanleiding om de aanbestedingsprocedure op te schorten in afwachting van de uitkomst van een bodemprocedure. NPB zal worden geboden om de lichtreclames na definitieve gunning in de aanbestedingsprocedure te verwijderen, behoudens in het geval dat NPB de aanbesteding zelf wint. (ECLI:NL:RBOVE:2026:835, Rechtbank Overijssel, Datum uitspraak 4 februari 2026, Datum publicatie 19 februari 2026)
Feiten en omstandigheden
NPB Media BV en de gemeente Zwolle hebben in 2015 onderhandeld over de verlenging/aanpassing van een concessieovereenkomst op grond waarvan NPB het (exclusieve) recht heeft om tegen betaling van een vergoeding lichtreclames aan te brengen en aangebracht te houden, aan op openbare grond geplaatste lichtmasten die eigendom zijn van de gemeente. De afspraken die partijen uiteindelijk zijn overeengekomen zijn vastgelegd in een eind april 2015 ondertekend addendum. In deze rechtszaak staat de vraag centraal hoe de in het addendum opgenomen uitloopregeling van vijf jaar moet worden uitgelegd. NPB meent dat de uitloopregeling (ook) moet worden toegepast bij het van rechtswege expireren van de overeenkomst en vordert nakoming van de uitloopregeling en de gestarte aanbestedingsprocedure af te breken. De gemeente stelt dat de uitloopregeling (alleen) geldt bij opzegging van de overeenkomst en dat de regeling niet van toepassing is bij de aan de orde zijnde beëindiging van de overeenkomst van rechtswege. De gemeente vordert dat NPB de lichtreclames verwijdert. Het oordeel van de rechter:
Andere gemeenten
“De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door NPB overgelegde overeenkomsten met andere gemeenten, waarin dezelfde bewoordingen zijn gehanteerd ter zake de uitloopregeling NPB niet kan baten. Nog daargelaten dat de gemeente kritische kanttekeningen heeft geplaats bij (een aantal van) deze overeenkomsten zien deze overeenkomsten op andere partijen. Op basis van wat partijen naar voren hebben gebracht en hebben onderbouwd, komt de voorzieningenrechter dan ook tot het oordeel dat voorshands onvoldoende aannemelijk is dat de primaire vorderingen van NPB in een bodemprocedure worden toegewezen.”
Aanbesteding hoeft niet opgeschort
“De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat NPB in de gegeven omstandigheden de uitloopregeling redelijkerwijs niet zo heeft mogen opvatten dat zij daar ook een beroep op kon doen na beëindiging van de overeenkomst van rechtswege. Dit betekent dat de primaire vorderingen van NPB worden afgewezen. Er bestaat ook geen aanleiding om de aanbestedingsprocedure op te schorten in afwachting van de uitkomst van een bodemprocedure. NPB zal worden geboden om de lichtreclames na definitieve gunning in de aanbestedingsprocedure te verwijderen, behoudens in het geval dat NPB de aanbesteding zelf wint.”
Lichtreclames
“De vordering in reconventie van de gemeente strekt tot verwijdering van de lichtreclames. Uit het oordeel van de voorzieningenrechter in conventie vloeit voort dat NPB de lichtreclames moet verwijderen. De gemeente is daarbij uitgegaan van verschillende situaties. NPB heeft daartegen verweer gevoerd in die zin dat volgens haar niet valt in te zien waarom niet in alle gevallen het definitieve gunningsbesluit zou kunnen worden afgewacht nu de gemeente een gebruiksvergoeding ontvangt voor het voortgezette gebruik. De voorzieningenrechter volgt NPB in dit verweer. Juist gelet op de omstandigheid dat NPB een vergoeding betaalt hangende de aanbestedingsprocedure en gezien de brief van (de advocaat van) de gemeente van 11 december 2025, heeft de gemeente onvoldoende onderbouwd waarin haar belang is gelegen om in de situaties zoals omschreven in haar vordering onder sub b tot en met d eerdere verwijdering van de lichtreclames te verlangen. Het spreekt, gelet op de wijze waarop het door de gemeente onder sub a gevorderde is geformuleerd, voor zich en dat is ook niet in geschil dat NPB de lichtreclames niet hoeft te verwijderen als zij de aanbesteding wint (mits deze in overeenstemming zijn met de gestelde eisen in de aanbesteding, doch dat gaat het bestek van deze procedure te buiten).”
VdLC publishers/consultants BV, 25 februari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl