Accepteren displays met andere afmeting zou wezenlijke wijziging zijn (week 16)
Wezenlijke wijziging | concessie
De Gemeente Arnhem heeft een aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het exploiteren van A0-reclamedisplays aan licht- en trolleymasten in Arnhem. Op 14 januari 2026 heeft de Gemeente de concessieovereenkomst met eiser ontbonden. De rechter komt tot de conclusie dat het accepteren van displays met een andere afmeting dan is voorgeschreven in de aanbestedingsstukken, in combinatie met afwijking van de aangeboden plaatsingstermijn, zou leiden tot een verboden wezenlijke wijziging van de opdracht hetgeen in strijd is met het aanbestedingsrecht. Herstel hiervan was niet mogelijk. Eveneens is niet uit te sluiten dat ook andere partijen zich (anders) hadden ingeschreven. In dat licht resteerde de Gemeente volgens de rechter alleen nog de ontbinding van de overeenkomst. (ECLI:NL:RBGEL:2026:2483, Rechtbank Gelderland, Datum uitspraak 30 maart 2026, Datum publicatie 15 april 2026)
Feiten en omstandigheden
De Gemeente Arnhem heeft een aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het exploiteren van A0-reclamedisplays aan licht- en trolleymasten in Arnhem. Op 3 november 2025 heeft de Gemeente aan [eiser] meegedeeld dat zij in totaal drie inschrijvingen heeft ontvangen en beoordeeld en dat de inschrijving van [eiser] is beoordeeld met de beste prijs-kwaliteitverhouding. De Gemeente schrijft in de brief dat dat betekent dat zij voornemens is de concessieovereenkomst met [eiser] te sluiten.
Op 25 november 2025 heeft de Gemeente aan [eiser] meegedeeld dat de Gemeente geen bezwaren heeft ontvangen tegen het voornemen tot gunning en dat de concessieovereenkomst definitief gegund wordt aan [eiser] .Op 1 december 2025 hebben partijen op grond van de Gemeente georganiseerde aanbestedingsprocedure voor het exploiteren van A0 reclamedisplays een concessieovereenkomst gesloten. Bij brief van 19 december 2025 heeft de advocaat van de Gemeente aan [eiser] bericht dat zij zich conform haar planning in haar plan van aanpak heeft verplicht om binnen 7 dagen na gunning alle displays te plaatsen en dat [eiser] daarin geen onderscheid heeft gemaakt tussen type masten en/of andere voorbehouden. Volgens de Gemeente is de wijziging in de planning onacceptabel en vormt het een schending van de concessieovereenkomst.
Op 24 december 2025 heeft de advocaat van [eiser] aan de advocaat van de Gemeente bericht dat aan de zijde van [eiser] geen sprake is van verzuim, dat zij al het mogelijke doet om de displays te plaatsen maar dat zij voor de levering van de panelen afhankelijk is van derden, terwijl de vakantieperiode vertraging oplevert. Verder schrijft de advocaat dat als de Gemeente een correcte lijst had opgenomen in het bestek en niet met een omgevingsvergunning op de proppen was gekomen [eiser] begin november de benodigde zijpanelen had kunnen bestellen. Verder merkt de advocaat op dat de door de Gemeente gestelde termijn voor nakoming niet redelijk is mede gelet op de komende feestdagen.
Op 14 januari 2026 heeft advocaat van de Gemeente de concessieovereenkomst namens de Gemeente buitengerechtelijk ontbonden. De concessieovereenkomst wordt inmiddels uitgevoerd door [bedrijf], de partij met wie de wachtkamerovereenkomst was gesloten. [eiser] vordert dat de voorzieningenrechter de Gemeente beveelt om onverkort uitvoering te blijven geven aan de op 11 december 2025 ondertekende concessieovereenkomst. Het oordeel van de rechter:
Plaatsing binnen één week
“Deze ontbinding is ook gerechtvaardigd. In dat kader is mede van belang dat de overeenkomst tussen [eiser] en de Gemeente is gesloten na gunning in een aanbestedingsprocedure. Als uitgangspunt geldt dat wijzigingen tijdens de uitvoering van de aanbestede overeenkomst niet zijn toegestaan als dat zou leiden tot toelating van andere dan de oorspronkelijk geselecteerde gegadigden, de gunning van de opdracht aan een andere inschrijver mogelijk zou hebben gemaakt of andere deelnemers aan de aanbestedingsprocedure zouden hebben aangetrokken. In het onderhavige geval heeft [eiser] zichzelf er contractueel en zonder voorbehoud toe verplicht om de displays binnen één week na definitieve gunning te plaatsen. Mede op basis van die toezegging en de daaraan verbonden score in het kader van de beoordeling van de inschrijving heeft de Gemeente de opdracht aan [eiser] gegund. Niet uit te sluiten is dat, indien [eiser] een langere plaatsingstermijn in haar aanbieding had opgenomen, dit tot een lagere score zou hebben geleid op subgunningscriterium K2 en dit de gunning aan een andere inschrijver mogelijk zou hebben gemaakt. Ook geldt in dit verband dat de afmetingseisen van de displays in de aanbestedingsstukken dwingend, op straffe van uitsluiting van verdere deelname aan de besteding, zijn voorgeschreven. Ondanks de in de aanbestedingsstukken voorgeschreven afmetingseisen heeft [eiser] ingeschreven met een andere afmeting displays die niet aan deze eisen voldoen.”
Andere maatvoering
“Ter zitting kwam naar voren dat [eiser] niet heeft opgemerkt dat in de aanbestedingsstukken displays met een andere maatvoering zijn uitgevraagd dan zij voorhanden had en dat zij daarom heeft ingeschreven met displays met een voor haar gebruikelijke maatvoering. De stelling van [eiser] dat de andere maatvoering evenwel niet leidt tot een wezenlijke wijziging, omdat de door haar gehanteerde displays landelijk gebruikelijk zijn, door verschillende gemeenten in Nederland worden gebruikt en dat haar leverancier ook aan concurrenten van [eiser] levert, kan niet worden gevolgd. Uit de afwijzingsbrief van de Gemeente aan [bedrijf] blijkt dat [bedrijf] juist is afgerekend op het feit dat zij niet voldoende van de door de Gemeente specifiek voorgeschreven afmeting displays op voorraad had bij aanvang van de concessieovereenkomst. Niet uit te sluiten is dat, indien de Gemeente displays met afmetingen zoals [eiser] die heeft opgehangen in de leidraad had voorgeschreven, [bedrijf] wel voldoende displays op voorraad had gehad en zij had kunnen inschrijven met een kortere plaatsingstermijn.”
Wezenlijke wijziging
Eveneens is niet uit te sluiten dat ook andere partijen zich (anders) hadden ingeschreven. De conclusie is dan ook dat het accepteren van displays met een andere afmeting dan is voorgeschreven in de aanbestedingsstukken -in combinatie met afwijking van de aangeboden plaatsingstermijn- zou leiden tot een verboden wezenlijke wijziging van de opdracht, hetgeen in strijd is met de toepasselijke beginselen van het aanbestedingsrecht. Herstel hiervan was niet mogelijk. In dat licht resteerde de Gemeente alleen nog de ontbinding van de overeenkomst.
VdLC publishers/consultants BV, 22 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl