Actualisatie handreiking toepassing Regeling bevordering schone wegvoertuigen (Rbsw)
De handreiking toepassing Regeling bevordering schone wegvoertuigen (Rbsw) is geactualiseerd. Dit hangt samen met de start van de tweede referentieperiode per 1 januari 2026, die loopt tot en met 31 december 2030. In deze periode gelden aangescherpte regels. De handreiking legt de Rbsw uit. Ook lees je hoe je als overheidsinkoper het aantal aangeschafte schone voertuigen kunt registreren in TenderNed.
Wat is er gewijzigd?
De belangrijkste wijzigingen zijn:
- auto’s en bestelbussen
Het minimumpercentage blijft 38,5%. Vanaf 2026 tellen alleen nog emissievrije voertuigen mee. Voertuigen met lage CO₂-uitstoot mogen niet meer worden meegeteld. - zware voertuigen, zoals vrachtwagens
Het minimumpercentage voor alternatieve brandstoffen is verhoogd van 10% naar 15%. - bussen
Het minimumpercentage is verhoogd van 45% naar 65%. Minstens de helft hiervan moet bestaan uit emissievrije bussen.
Voor wie is de handreiking?
De handreiking is bedoeld voor aanbestedende diensten en speciale sectorbedrijven die overheidsopdrachten aanbesteden voor:
- de koop, huur, huurkoop of lease van wegvoertuigen
- diensten waarbij wegvoertuigen een essentieel onderdeel zijn
Een juiste registratie is belangrijk, omdat Nederland periodiek rapporteert aan de Europese Commissie. De Rbsw geldt voor aanbestedingen boven de Europese drempelwaarden. TenderNed biedt de mogelijkheid om Rbsw-gegevens eenvoudig te registreren.
Handreiking
Handreiking toepassing Regeling bevordering schone wegvoertuigen
Wat is de Rbsw?
De Rbsw is de Nederlandse uitwerking van de Europese Clean Vehicles Directive (CVD). In de Rbsw staat, kort samengevat, dat de aanbestedende diensten bij de aankoop van nieuwe wegvoertuigen een bepaald minimumpercentage schone voertuigen moeten inkopen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen lichte en zware voertuigen.
De minimumpercentages zijn gekoppeld aan aankopen in 2 referentieperioden:
- eerste referentieperiode: 2 augustus 2021 tot en met 31 december 2025
- tweede referentieperiode: 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030